Dorien en de wortelpijn van meneer Den

19-06-2026

Een liefdevol en een tikje absurd avontuur in Bovenbos en Onderbos...

Voor iedereen die weleens luistert naar wat een boom te vertellen heeft.

Dit verhaal ontstond doordat Marion en Codex om de beurt verder schreven.
Dorien is de naam van Marion in dit boek.



1. Een stem tussen de duinen

Dorien wandelde door de duinen. De wind speelde met haar donkerrode haren en blies voortdurend zand tegen haar grote bril. Daardoor zag ze de merkwaardige bordjes langs het pad pas toen ze er bijna tegenaan liep. Op het eerste stonden overstekende mieren. Op het tweede een boom die absoluut niet gekieteld wilde worden. Het derde wees naar een EHBO-post voor dieren, planten en andere gewortelde personen.

Toen klonk er een diepe stem: 'Au!' Op een paaltje zat een ekster in een geel hesje. Hij hield een notitieblok onder zijn vleugel. 'Zei jij dat?' vroeg Dorien. De ekster keek beledigd. 'Mevrouw, ik ben verkeersregelaar. Ik zeg alleen "doorlopen", "omkeren" en "dat kost drie glimmende knopen".'

Opnieuw dreunde het door de duinen: 'Aaaaau!' De hoogste grove den boog zijn takken. Dorien stapte achteruit. 'Is dit beter, meneer Den?' De boom zuchtte opgelucht. 'Veel beter. U stond precies op mijn pijnlijke wortel.' Dorien keek helemaal omhoog. Haar hoofd lag bijna in haar nek. 'Wat is er met u aan de hand?' vroeg ze. 'Mijn wortel doet verschrikkelijk pijn,' kreunde meneer Den. 'En ik kan onmogelijk zelf naar de EHBO lopen.' 'Dat lijkt me logisch,' zei Dorien. 'U heeft geen benen.' De ekster schreef ernstig op: twee ontbrekende benen.



2. Een ernstig ronde bobbel

Dorien knielde bij de wortels. Een eekhoorn, twee konijnen en een merelgezin kwamen nieuwsgierig dichterbij. Onder het zand voelde Dorien een grote ronde bobbel. Ze drukte er heel voorzichtig naast. Meneer Den schudde zijn kruin. 'Daar niet.' Een stukje verder. 'Daar ook niet.' Nog een heel klein beetje naar links… 'JAAAA!' riep hij. Alle dennenappels schoten als kurken uit zijn takken.

Onder de wortel verscheen dokter Spin. Ze droeg een witte jas met acht zakken en zette vier brillen tegelijk op. 'Dit ziet er ernstig rond uit,' zei ze. Ze tikte tegen de bobbel. Plok. Plok. Piep. 'Een wortelblaar,' besloot ze. 'En hij wordt groter.'

'Geen tijd om de EHBO-post te halen,' zei Dorien. 'Wij helpen meneer Den zelf.' De mol zette zijn gele bouwhelm op. Konijnen en mieren groeven de wortel voorzichtig vrij. Bijen kwamen aanvliegen met een potje honing om de wond straks te verzorgen. De slak bood haar slijm aan. 'Heel vriendelijk,' zei Dorien, 'maar dat bewaren we nog even.' Nu hadden ze alleen iemand nodig die kon prikken. Toen landde er een mug op Doriens bril. Ze droeg een groen mutsje en een piepklein koffertje. 'Ik prik dagelijks gaatjes in limonaderietjes,' zei ze. 'Een blaar is vast niet veel anders.'



3. Prik nu!

De blaar zwol op tot hij zo groot was als een strandbal. Vanuit de wortel klonk ineens een benauwd stemmetje: 'Hallo? Kan iemand mij horen?' Alle dieren deinsden achteruit. Zelfs dokter Spin zette van schrik twee brillen af.

'Prik nu!' zei Dorien tegen de mug. 'We moeten meneer Den van zijn pijn afhelpen én het stemmetje helpen.' De mug vloog met enorme kracht naar voren. PLOP! Een straal helder vocht spoot uit de blaar. De mug werd achteruit gelanceerd en landde zacht in Doriens sjaal. De mieren vingen druppels op in eikeldopjes. De bijen maakten de opening schoon en smeerden er een dun laagje honing overheen.

Meneer Den zuchtte zo diep dat zijn hele kruin ruiste. 'O, wat heerlijk! Ik voel mijn tenen weer.' Dorien keek omhoog. 'Maar u heeft toch geen tenen?' 'Nee,' zei meneer Den opgelucht. 'Daarom was ik zo bezorgd dat ik ze niet voelde.'

De lege blaar zakte langzaam in. Binnenin bewoog iets. Dokter Spin maakte de opening voorzichtig groter. Eerst verscheen een groen petje, daarna een rugzak en toen een kleine woelmuis met één rode laars en een zwemband in de vorm van een banaan. 'Frisse lucht!' riep hij. 'Mijn naam is Barend. Ik ben officieel ondergronds wortelinspecteur, derde klasse.'



4. Het kleine dennetje

Naast Doriens schoen stak plotseling een groen takje uit het zand. Iedereen knielde erbij. Zelfs meneer Den boog zijn stam zo ver mogelijk voorover. Het takje wurmde zich omhoog tot er een piepklein dennenboompje stond.

'Ben jij de tweede meneer Den?' vroeg Dorien. 'Dat weet ik niet,' zei het boompje. 'Ik was ineens onder de grond en wilde groeien. Maar boven mij lag een dikke wortel met een bult. Daarom groeide ik steeds opzij. Nu ben ik eindelijk boven. Wie zijn jullie?'

Dorien stelde alle dieren voor. Het dennetje keek omhoog naar de reusachtige meneer Den. 'Als ik ook een meneer Den ben, moet ik nog behoorlijk oefenen.' 'Groeien is geen wedstrijd,' zei meneer Den vriendelijk. 'Behalve bij het jaarlijkse Kampioenschap Omhoog, maar dat is pas in september.'

Dokter Spin begreep nu wat er was gebeurd. Het dennenzaadje had omhoog willen groeien en tegen de wortel gedrukt. Zo was de pijnlijke blaar ontstaan. Barend had tijdens zijn inspectie een deurtje gezien dat geen deurtje bleek te zijn en was erin vastgeraakt. 'Je hoeft niet terug naar beneden,' zei Dorien tegen het boompje. 'We zoeken een fijne plek voor je.' Toen stuitte haar hand onder het zand op een ronde metalen plaat met een boomteken erop.



5. De lift naar Onderbos

Het kleine dennetje pakte het handvat met een worteltje vast. De plaat zwaaide open en warme lucht steeg uit de diepte omhoog. Ze rook naar natte aarde, dennennaalden en een heel klein beetje naar erwtensoep.

Een houten lift kwam tevoorschijn. Hij zat vol kleine bomen met koffertjes. Voorop stond Berend Berk, met een pet op en rolschaatsjes onder zijn wortels. 'Wij komen uit Onderbos,' vertelde hij. 'Ons bos groeit onder deze duinen. Lang geleden hield de boswachter de plattegrond verkeerd om. Sindsdien groeien wij vanaf het plafond naar beneden.'

Onderbos had een eigen zon, tweedehands gekocht van een circus. Maar de batterij was bijna leeg. Soms werd het midden op de middag nacht en die ochtend was de zon groen opgekomen. Daarom wilden 4.807 bomen naar boven verhuizen.

'Daar is geen plaats voor,' zei Dorien. 'Maar misschien hoeven jullie niet te verhuizen als we de zon repareren.' Het kleine dennetje wees naar een blauw gloeiende bobbel hoog in de stam van meneer Den. Tijdens ieder onweer was er bliksem door zijn wortels en stam geschoten. De vonken hadden zich verzameld in een tweede blaar. 'Daar zit genoeg energie voor tien zonnen,' zei het boompje. Meneer Den slikte. 'Mijn andere blaar?'



6. Bliksem in een koffertje

De dieren maakten een touwladder. Dorien klom omhoog met dokter Spin op haar schouder. Bij een merelnest vonden ze de bliksemblaar. Binnenin tolden tientallen kleine blauwe bliksempjes rond. Ze knetterden, botsten tegen elkaar en maakten de kuikens heerlijk warm.

De blaar kon niet zomaar open. Dan zouden de bliksempjes alle kanten op schieten. Barend kreeg een idee. 'Slakkenslijm plakt. We smeren het rond de scheur. Als de blaar barst, blijven de bliksempjes eraan vastzitten.' De slak werd in een draagstoeltje naar boven gevlogen en leverde trots haar allerbeste slijm.

KRA-BOEM! De blaar sprong open. De bliksempjes riepen 'Vrijheid!' maar plakten meteen vast. Met het onverbrandbare metalen koffertje van de mug schepte Dorien het gloeiende slijm voorzichtig op. Daarna daalde iedereen af naar Onderbos.

In de ondergrondse zon sprongen de bliksempjes enthousiast aan het werk. Iets té enthousiast. De zon werd eerst blauw, toen witheet en daarna begon het onweerprogramma af te tellen. Het kleinste bliksempje drukte moedig op de rode noodknop. De zon ging uit, sprong weer aan in babystand en begon luid te huilen. Tot overmaat van ramp kwam het kleine bliksempje vast te zitten in de knop.



7. Meneer Uil verandert de dag

Op de knop stond: alleen openen op dinsdag. Dorien keek op haar telefoon. 'Het is zaterdag.' Toen landde meneer Uil naast haar. 'Wie zegt dat?' vroeg hij. 'Mijn kalender.' Meneer Uil wilde de telefoon even zien. Hij tikte hier, veegde daar en mompelde: 'Samsung… die niet… die ook niet… ah, deze!'

Hij gaf het toestel terug. Op het scherm stond nu dinsdag. 'Je hebt niet goed gekeken,' zei hij deftig. Dokter Spin fronste. 'U heeft gewoon de datum veranderd.' 'Ik heb de week slechts een klein zetje gegeven,' antwoordde meneer Uil.

Dorien opende de dinsdagknop en bevrijdde het bliksempje. Maar tegelijk kroop Dinsdag zelf uit de zon: een vierkant wezen in een werkpak, met een boterham kaas in zijn hand. Hij zette de tijd stil. 'Vanaf nu blijft het altijd dinsdag,' bromde hij.

Dorien ging rustig naast hem zitten. 'Waarom zou je dat willen?' Dinsdag keek naar zijn schoenen. Niemand verheugde zich ooit op hem. Vrijdag kreeg feestjes, zondag kreeg uitslapen en tegen dinsdag zei iedereen alleen: is het nog maar dinsdag? 'Als jij de tijd stilzet, kan niemand ontdekken dat je misschien heel aardig bent,' zei Dorien. Dat had Dinsdag nog nooit zo bekeken.



8. De dag die dingen repareert

Dinsdag zette de tijd weer aan en stroopte zijn mouwen op. 'Ik kan iets wat de andere dagen niet kunnen,' zei hij. 'Dinsdagen zijn uitstekend in klusjes waar niemand zin in heeft.' Uit het niets verscheen een gereedschapskist.

Hij schroefde de zon open, haalde Barends verdwenen rode laars uit het raderwerk en zette alle bliksempjes op de juiste sterkte. Met een klein potje reservemiddag smeerde hij warm licht over de versleten tandwielen. De huilende babyzon veranderde langzaam in een rustige goudgele zon.

Alle bomen juichten. 'Hoera voor Dinsdag, de beste onderhoudsdag van de week!' Dinsdag glimlachte zo breed dat hij zelf bijna licht gaf. Voortaan zou hij iedere week terugkomen voor het onderhoud van de zon.

Meneer Uil zette Doriens telefoon weer op automatische datum en tijd. Daarna vonden ze de Avond bij de ondergrondse rivier. Hij dobberde slapend op een luchtbedje en was door alle kalenderverwarring de tijd vergeten. Met een natte zwembroek kwam hij terug. Hij kleurde Onderbos roze en goud. Daarna stapte de Nacht uit de lift, hing sterren aan het plafond en dekte alle jonge bomen toe met zachte schaduwen.



9. Iedereen is nieuwsgierig

Omdat de zon weer werkte, hoefden de 4.807 bomen niet te verhuizen. Toch wilden ze dolgraag weten hoe het boven de grond was. Marion, de auteur, pakte haar 27 MC-bakkie. 'Hallo Onderbos, hier de auteur. Over.' Meneer Bever antwoordde vanuit het hoofdkantoor en zette haar op de hoofdspeaker.

Samen maakten ze een rooster. Iedere ochtend bracht de lift twaalf kleine bomen naar de duinen. Dorien liet hun de zee zien, het zachte zand en de wolken die nergens aan vastzaten. Ze bezochten meneer Den en keerden de volgende ochtend terug met schelpen, veren, gladde stenen en sterke verhalen.

Ook de dieren en boompjes uit Bovenbos gingen op reis. Zij voeren over de ondergrondse rivier, bewonderden de wortelhuisjes en bezochten iedere dinsdag de gerepareerde zon. Het kleine dennetje bleef in Onderbos, waar het alle ruimte kreeg om te groeien. Jaren later was het bijna even groot als meneer Den. Toen noemde iedereen hem met trots de tweede meneer Den.

Dorien had iets belangrijks geleerd: boven is niet beter en beneden is niet vreemder. Het is alleen anders. En iedereen is weleens nieuwsgierig naar het leven ergens anders. 'Zo,' zei Marion en ze legde haar twee potloodjes neer. 'Nu is het verhaal klaar.' Hoog in de duinen klonk zachtjes: 'Au…' Marion pakte de puntenslijper. 'Nee,' zei ze. 'Dat bewaren we voor het volgende verhaal.'


Einde

Of misschien: tot het volgende vreemde geluid in de duinen…

Tekst: Marion en Codex • Illustraties: gemaakt voor dit ver

Share