Kipjes nest - deel 1: Krieltje en het verloren paaseitje
Uit de reeks : "Krieltjes nest" hier deel 1 : Kipje maakt een rare tijd door, met haar bruine kont loopt zij een beetje afwezig rond. Wat is er toch met Kipje aan de hand?

Kipjes nest - deel 1 - Krieltje en het verloren paaseitje
Het was al maanden geleden dat het Pasen was geweest. Krieltje had toen overal in de tuin chocoladepaaseitjes verstopt. Tussen de bloempotjes, onder het bankje, naast de regenton en zelfs in de lege gieter.
Kluitje en de dieren hadden ze allemaal gezocht. Kerrie bleek daarbij een bijzonder goede speurneus te hebben, hoewel hij niet begreep waarom hij de gevonden eitjes niet zelf mocht opeten. Noa had vanuit de zon toegekeken en gedaan alsof het hele paaseieren zoeken ver beneden haar waardigheid was.
Aan het einde van de middag telde Krieltje de eitjes.
"Er ontbreekt er één," had ze gezegd.
Ze hadden nog onder de tafel gekeken, tussen de aardbeienplantjes en achter het tuinhuisje. Het eitje bleef spoorloos.
"Misschien heeft een vogel het meegenomen," zei Kluitje.
"Of een muis," zei Krieltje.
Kerrie snoof nog één keer langs de rand van de tuin, maar zelfs hij vond niets. Uiteindelijk besloten ze dat het paaseitje voorgoed verdwenen was.
Tot vandaag.
Krieltje was bezig met het vullen van de waterbakken toen Kipje voorbij scharrelde. Ze liep een beetje vreemd. Niet snel en nieuwsgierig zoals anders, maar langzaam, met haar veren breed om zich heen.
"Kipje?" vroeg Krieltje. "Gaat het wel goed met je?"
Kipje draaide zich om.
Krieltje kneep haar ogen samen. Er zat iets bruins aan de veren van Kipjes bips.
"O jee," zei ze. "Wat heb jij nu weer gedaan?"
Kipje schudde zenuwachtig haar veren. "Niets."
"Dat ziet er anders behoorlijk veel uit als iets."
Krieltje zette de gieter neer en liep achter Kipje aan. Kipje haastte zich naar een rustig hoekje achter het tuinhuisje. Daar had ze tussen wat stro, droge blaadjes en zacht mos een keurig nest gemaakt.
Midden in het nest lag een verkreukeld stukje glimmend papier.
Daaronder zat een platte bruine klodder.
Krieltje bleef verbaasd staan.
"Is dat soms…"
Kipje boog beschermend over het nest.
"Mijn ei," zei ze.
Krieltje pakte voorzichtig een schoon stokje en schoof een stukje van het glimmende papier opzij. Op het papiertje stonden nog net een paar vrolijke paashaasjes.
"Het verloren paaseitje!" riep Krieltje.
Kerrie kwam meteen aangesneld. Noa volgde rustig over het tuinpad en ook Francis en Camilia kwamen kijken. Krieltje hield iedereen op afstand.
"Niet aankomen en zeker niet opeten," waarschuwde ze. "Chocolade is niet voor dieren."
Kipje keek naar de bruine klodder. "Waarom is mijn ei zo plat?"
Krieltje ging naast het nest zitten. "Waar heb je dit eitje gevonden?"
Kipje keek een beetje schuldig.
"Met Pasen," zei ze zacht. "Voordat jullie gingen zoeken."
"Heb jij het toen meegenomen?"
"Ik vond het mooi," bekende Kipje. "Het glom zo prachtig. Ik heb het op een koel plekje verstopt, zodat niemand het kon vinden."
"Daarom misten we er één," zei Krieltje.
Kipje knikte. "Maar een paar dagen geleden kreeg ik ineens heel sterke moedergevoelens. Toen dacht ik dat dit misschien wel mijn eitje was. Dus heb ik er een nest voor gemaakt en ben ik erop gaan zitten."
Krieltje keek naar de warme zon boven de tuin. Daarna keek ze naar het platte hoopje chocolade.
"En toen is het gesmolten," zei ze voorzichtig.
Kipjes ogen werden groot.
"Gesmolten?"
"Ja, lieverd. Het was geen echt kippenei. Het was een chocoladepaaseitje. Door jouw warme veren en het warme weer is de chocolade zacht geworden."
Kipje keek naar haar bruine bips en toen naar het nest.
"Ik heb het stukgemaakt," fluisterde ze.
Haar snaveltje begon te trillen. Ze liet haar vleugels hangen en er rolde een dikke traan langs haar veren.
"Ik ben helemaal geen goede moeder."
"Och, Kipje toch."
Krieltje trok Kipje voorzichtig tegen zich aan. Kipje verstopte haar kopje tegen Krieltjes tuinbroek en begon hard te huilen.
"Ik heb zo goed mijn best gedaan," snikte ze. "Ik heb het warm gehouden. Ik ben bijna niet van mijn nest geweest. En nu is het helemaal plat."
Krieltje streek zacht over haar veren.
"Luister eens goed naar mij," zei ze. "Jij hebt niets verkeerd gedaan. Uit een chocolade-eitje kan nooit een kuikentje komen. Niet omdat jij niet goed hebt gebroed, maar omdat chocolade geen echt ei is."
Kipje keek voorzichtig op. "Dus het lag niet aan mij?"
"Absoluut niet. Je hebt juist heel trouw voor iets gezorgd waarvan je dacht dat het jouw eitje was. Dat klinkt voor mij behoorlijk moederachtig."
"Echt waar?"
"Echt waar."
Kluitje was inmiddels ook de tuin binnengekomen. Hij bekeek het nest en begreep meteen wat er gebeurd was.
"Ik haal wel wat warm water en zachte doekjes," zei hij. "Dan maken we Kipjes veren voorzichtig schoon."
Even later zat Kipje op een oude handdoek. Krieltje maakte haar veren heel voorzichtig schoon, terwijl Kluitje het gesmolten paaseitje opruimde. Het vieze papiertje ging in de afvalbak en de chocolade werd veilig weggehaald, zodat geen enkel dier ervan kon snoepen.
Kerrie bleef vlak bij Kipje zitten. Francis en Camilia lagen naast de handdoek en Noa hield vanaf het bankje toezicht.
Toen Kipjes veren weer schoon waren, maakte Krieltje haar nest opnieuw op. Ze legde er vers stro en zacht mos in.
"Maar wat moet ik nu met mijn moedergevoelens?" vroeg Kipje.
Krieltje dacht even na.
"We kunnen een paar houten eitjes in je nest leggen," zei ze. "Daar kun je voorlopig goed op passen. Ondertussen zoeken Kluitje en ik uit of jij echt broeds bent en wat je nodig hebt om later misschien voor echte eitjes te zorgen."
Kipjes verdrietige ogen begonnen een klein beetje te glanzen.
"Echte eitjes?"
"Misschien," zei Krieltje. "Maar dan doen we het rustig, veilig en goed voorbereid."
Kluitje kwam terug met drie gladde houten eitjes. Kipje bekeek ze van alle kanten en tikte er voorzichtig met haar snavel tegenaan.
"Smelten deze niet?"
"Deze niet," beloofde Kluitje.
Kipje ging op haar vernieuwde nest zitten en schoof de houten eitjes zorgvuldig onder haar warme veren.
"Zo," zei ze. "Niemand komt meer aan mijn kinderen."
Krieltje en Kluitje moesten lachen.
Kerrie ging voor het nest liggen alsof hij meteen tot bewaker was benoemd. De poezen zochten een zonnig plekje op gepaste afstand.
Kipje zat trots en rechtop in haar nest. Af en toe controleerde ze even haar bips.
Voor de zekerheid.
En zo werd het verloren paaseitje eindelijk teruggevonden. Het had geen chocoladekuikentje opgeleverd, maar wel iets anders wakker gemaakt.
Een heel groot moederhart in een kleine witte kip.
