Kluitje aan de race

16-08-2026

Zoeffffff... heeeee waar gaat Kluitje zo snel heen??? Misschien wel een wedstrijdje? Of... toch niet...

Kluitje aan de race

Krieltje was die ochtend al vroeg in de tuin. Ze had de waterbakken gevuld, een paar aardbeien recht gelegd en tegen een slak gezegd dat hij niet midden op het pad moest ontbijten.

Dat vond de slak overigens zelf geen enkel probleem.

Toen hoorde ze ineens voetstappen.

Snelle voetstappen.

Heel snelle voetstappen.

Krieltje keek op.

Daar kwam Kluitje aan.

Niet wandelend. Niet slenterend. Niet met zijn gewone rustige Kluitje-stap.

Nee.

Kluitje kwam het pad op gerend alsof hij meedeed aan de moestuinmarathon.

Zijn haar zat scheef. Zijn ene veter was los. En zijn gezicht stond heel ernstig.

"Kluitje?" riep Krieltje. "Gaat het?"

"Ja!" riep Kluitje.

Hij rende langs haar heen.

"Nee!" riep hij daar meteen achteraan.

En toen verdween hij richting het toiletgebouwtje naast Krieltjes tuin.

Krieltje bleef staan met de gieter in haar hand.

Kerrie kwam naast haar zitten.

Noa zat op het bankje en opende één oog.

Francis en Camilia keken vanaf het gras naar het pad waar Kluitje net voorbij was gesjeesd.

"Nou," zei Krieltje. "Dat was een binnenkomst."

Een paar minuten later kwam Kluitje terug. Langzaam dit keer. Heel langzaam.

Hij bleef bij het hekje staan en zuchtte.

"Sorry," zei hij. "Ik ben een beetje aan de race."

Kerrie spitste zijn oren.

Aan de race?

Dat klonk interessant.

Heel interessant.

Kerrie sprong overeind, rende een rondje om de appelboom en keek verwachtingsvol naar Kluitje.

"Kerrie denkt dat je een wedstrijd bedoelt," zei Krieltje.

Kluitje leunde met één hand tegen het hekje. "Was het maar zo."

Krieltje zette haar gieter neer. "Buikrommel?"

Kluitje knikte.

"Hele erge buikrommel."

"Heb je iets raars gegeten?"

Kluitje dacht na. "Gisteren had ik een salade gemaakt."

"Dat klinkt niet raar."

"Met yoghurt-dressing."

"Ook niet raar."

"Uit een potje dat misschien al een tijdje achterin de koelkast stond."

Krieltje trok haar wenkbrauwen op.

Kluitje keek naar zijn laarzen. "En misschien rook het een beetje spannend."

"Spannend eten moet je niet eten," zei Krieltje.

"Dat weet ik nu ook," zei Kluitje.

Uit de lavendel kwam een muisje tevoorschijn. "Is er een race?"

"Nee," zei Krieltje snel. "Geen echte race."

Te laat.

Kipje kwam aangescharreld. "Ik kan starten."

"Niemand start," zei Krieltje.

Kerrie sprong alweer klaar.

De slak op het pad keek op. "Wanneer beginnen we?"

"Jij was toch aan het ontbijten?" vroeg Krieltje.

"Ja," zei de slak. "Maar als er een race is, moet ik op tijd vertrekken."

Noa rekte zich uit op het bankje. "Ik doe niet mee."

"Er is geen race," zei Krieltje.

Kluitje maakte een klein geluidje.

Niet hard.

Maar wel duidelijk.

"Misschien," zei hij, "moet ik zo weer even naar het toiletgebouwtje."

Krieltje knikte meteen. "Dan blijf je vandaag gewoon dicht bij het hekje. En dicht bij het toilet. Je hoeft niet stoer te doen."

"Ik wilde eigenlijk helpen met het onkruid langs het pad," zei Kluitje.

"Dat kan nog steeds," zei Krieltje. "Maar dan doen we het rustig. Geen zware dingen. Geen sprintjes. Geen spannende yoghurt-dressing. En veel water drinken."

Kluitje ging voorzichtig op het bankje zitten.

Noa keek hem aan.

Daarna stond ze op en liep naar de andere kant van het bankje.

"Dank je," zei Kluitje.

"Noa geeft je ruimte," zei Krieltje.

"Dat is aardig."

"Of ze vindt dat je raar ruikt," zei Krieltje.

Kluitje keek verschrikt.

Krieltje lachte. "Grapje."

Maar Noa keek niet alsof het een grapje was.

Krieltje haalde een glas water uit het huisje. Daarna gaf ze Kluitje een droge cracker.

"Voorzichtig eten," zei ze.

Kluitje nam een klein hapje.

Kerrie ging naast hem zitten en keek naar de cracker alsof hij medische ondersteuning bood.

"Deze is niet voor jou," zei Kluitje.

Kerrie zuchtte.

Daarna gingen ze toch aan het werk. Een beetje.

Krieltje wiedde het onkruid bij de bloemen. Kluitje bleef bij het pad en trok heel rustig de kleine sprietjes weg die tussen de stenen groeiden. Niet bukken, trekken, sjouwen, rennen, draaien en hup weer door.

Gewoon rustig.

Sprietje voor sprietje.

Af en toe stond Kluitje ineens rechtop.

Dan keek hij naar het toiletgebouwtje.

Dan keek hij naar Krieltje.

En dan zei Krieltje: "Ga maar."

En dan ging Kluitje.

Heel netjes.

Heel snel.

Maar zonder wedstrijd.

Na de derde keer zette Kipje toch maar twee takjes neer bij het pad.

"Start," zei ze.

"Kipje," zei Krieltje.

"En finish," zei Kipje.

"Kipje."

"Voor de zekerheid."

Kluitje kwam terug en zag de takjes.

"Dat helpt niet," zei hij.

"Maar het staat sportief," zei Kipje.

Zelfs Kluitje moest lachen.

Aan het eind van de ochtend had Kluitje bijna niets groots gedaan. Maar het pad zag er toch een beetje netter uit. Krieltje had de tuin water gegeven. De dieren hadden besloten dat er geen race was, al bleef Kerrie daar nog steeds een beetje teleurgesteld over.

Kluitje zat op het bankje met een glas water in zijn hand.

"Het gaat alweer iets beter," zei hij.

"Mooi," zei Krieltje. "Dan leer je vanaf nu één belangrijke tuinregel."

"Welke?"

Krieltje stak één vinger op. "Als eten spannend ruikt, is het geen avontuur. Dan is het afval."

Kluitje knikte ernstig. "Duidelijk."

De slak kwam langzaam langs het bankje gekropen.

"Ik ben er," zei hij.

Krieltje keek naar hem. "Waar?"

"Bij de finish."

Kerrie sprong blij op.

Kipje klapte met haar vleugels.

Kluitje keek naar de slak en begon te lachen.

"Gefeliciteerd," zei hij. "Je hebt gewonnen."

De slak keek trots.

"Dat dacht ik al," zei hij. "Ik voelde mij vandaag snel."

Share