Krieltje bakt wentelteefjes
Krieltje en Kluitje hebben trek gekregen. Het brood in de broodtrommel is oud en droog, maar gelukkig niet bedorven. Kluitje weet er wel raad mee: samen maken ze heerlijke wentelteefjes. Alleen Kerrie begrijpt de naam verkeerd en wacht vol verwachting op heel ander bezoek…
Krieltje bakt wentelteefjes
Krieltje stond in het tuinhuisje voor de broodtrommel.
Ze keek erin.
Toen keek ze nog een keer.
"Dat brood is wel erg stil geworden," zei ze.
Kluitje pakte een boterham en tikte ermee tegen de tafel.
Tok.
"Je zou er bijna een vogelhuisje van kunnen bouwen."
Kerrie kwam nieuwsgierig dichterbij. Hij rook aan de boterham en keek daarna teleurgesteld naar Krieltje.
"Het is niet bedorven," zei Krieltje. "Alleen oud en droog. Weggooien is zonde."
"Dan maken we wentelteefjes," stelde Kluitje voor.
Kerrie schoot overeind.
Hij keek naar de deur.
Daarna naar het raam.
Toen weer naar de deur.
"Wat doet hij?" vroeg Kluitje.
"Ik denk dat hij wacht."
"Waarop?"
Krieltje keek naar Kerrie, die inmiddels keurig naast de deur was gaan zitten.
"Op de teefjes."
Kluitje
begon te lachen.
"Er komen geen honden op bezoek. Wentelteefjes zijn gebakken boterhammen."
Kerrie bleef zitten.
Zijn gezicht zei dat hij dat eerst nog maar eens wilde zien.
Krieltje stroopte haar mouwen op en waste zorgvuldig haar handen. Kluitje deed hetzelfde. Daarna legden ze alles klaar: het oude brood, een ei, melk, enkele appels uit de tuin en een beetje kaneel en suiker voor later.
"Eerst alles klaarzetten," zei Krieltje. "Dan hoef je straks niet met je handen vol ineens een lepel te zoeken."
Ze controleerde het ei voordat ze het boven een kom brak.
Tik.
De eerste tik was te zacht.
Tik.
De tweede tik was te hard.
Een klein stukje eierschaal viel in de kom.
"Ik vis het er wel uit," zei Kluitje.
"Niet met je vingers."
Krieltje gebruikte een schoon lepeltje. Het stukje schaal bleef precies lang genoeg wegdrijven om vervelend te doen, maar uiteindelijk kreeg ze het te pakken.
Daarna waste ze haar handen opnieuw.
"Rauw ei proef je niet," zei ze. "Daar kunnen bacteriën in zitten waar je ziek van wordt. Daarom bakken we het eerst goed."
Kerrie likte langs zijn bek.
"Dat geldt ook voor jou."
Kluitje schonk een beetje melk bij het ei. Krieltje klopte het mengsel rustig door elkaar.
Kerrie stond nog steeds naast de deur.
"Je kunt daar blijven wachten," zei Krieltje, "maar er komen echt geen hondjes."
Op dat moment waaide de deur een stukje verder open.
Kerrie sprong hoopvol overeind.
Er stond niemand.
Alleen een slak gleed langzaam over de drempel.
Kerrie keek naar Krieltje.
"Nee," zei ze. "Dat is ook geen teefje."
Krieltje legde de eerste boterham in de kom. Ze telde tot drie en draaide hem om.
De boterham dronk het mengsel zo snel op dat hij slap over de vork hing.
"O," zei ze. "Hij heeft dorst."
"Niet te lang laten zwemmen," zei Kluitje. "Anders moeten we hem straks met een lepel uit de kom halen."
Bij de tweede boterham ging het beter.
Toen kwam de hete pan aan de beurt. Krieltje en Kluitje werkten rustig en bleven bij het fornuis. Kluitje hield de kom vast en Krieltje legde de boterham met een lange spatel voorzichtig in de pan.
Ssssssjjjj.
Kerrie sprong op.
Hij keek opnieuw naar de deur.
"Dat zijn de wentelteefjes," zei Krieltje. "Ze komen niet binnen. Ze liggen in de pan."
Kerrie keek naar de pan.
Daarna weer naar de deur.
Blijkbaar hield hij beide mogelijkheden open.
Langzaam werd de onderkant van de boterham goudbruin. Krieltje schoof de spatel eronder en draaide hem voorzichtig om.
De boterham landde keurig in de pan.
"Gelukt!" riep ze.
"Rustig bij de hete pan," zei Kluitje. "Als je wild beweegt, kun je de pan stoten of hete spetters krijgen."
Krieltje deed voorzichtig een stap achteruit.
"Dan juich ik wel hier. Gelukt!"
De tweede boterham ging ook goed.
Bij de derde bleef een hoekje aan de spatel hangen. De boterham draaide een halve slag, gleed opzij en kwam dubbelgevouwen terecht.
Krieltje keek ernaar.
"Dat is geen wentelteefje."
"Wat dan wel?"
"Een opgevouwen teefje."
Met de spatel maakte ze hem voorzichtig weer plat.
Toen alle wentelteefjes klaar waren, zetten ze de pan uit. Pas daarna begonnen ze met het beleg.
Kluitje sneed een appel in dunne plakjes. Krieltje mengde een klein beetje kaneel met suiker en strooide dat over de warme wentelteefjes. Daarna legde ze de appelstukjes er in waaiertjes bovenop.
Op dat moment kwamen Kipje en haar drie kuikentjes langs het open raam.
Kipje keek naar de borden.
Krieltje schoof ze iets verder van het raam.
"Deze zijn voor ons. Voor jullie heb ik gewone graantjes."
Kipje kakelde alsof ze wilde zeggen dat ze alleen maar even had gekeken.
Haar drie kuikentjes keken precies hetzelfde.
Krieltje en Kluitje gingen aan de tafel zitten.
De buitenkant van de wentelteefjes was goudbruin. Vanbinnen waren ze zacht en warm. De kaneelsuiker en de frisse appel maakten ze extra lekker.
"Veel beter dan een broodvogelhuisje," zei Krieltje.
Kluitje knikte met volle mond.
Kerrie zat nog steeds bij de deur.
"Kerrie," zei Krieltje. "Er komen echt geen teefjes."
Ze gaf hem zijn eigen veilige hondenhapje, zonder melk, suiker of kaneel.
Kerrie at het op.
Daarna liep hij naar de tafel en keek naar de stapel wentelteefjes.
"Het zijn oude boterhammen met ei en melk," legde Krieltje uit.
Kerrie keek naar de deur.
Toen naar de pan.
En uiteindelijk naar Krieltje.
Zijn gezicht zei maar één ding:
"Dat is een bijzonder misleidende naam."

