Krieltje en de boekenworm

01-08-2026

Krieltje helpt mee met verhuizen. Want een worm is in nood en heeft een nieuw plekje nodig. Van Krieltje mag hij in haar tuin komen wonen. Maar wat een spullen brengt hij mee! Hoe komt een worm aan zoveel spullen?

Krieltje en de boekenworm 

Krieltje was bezig in haar volkstuin. Ze had net een emmer onkruid leeggeschud bij de composthoop, toen er iets glibberends over het paadje kwam. Een regenworm. Niet zomaar haastig onder de grond door, zoals regenwormen meestal doen. Nee, deze kwam recht op Krieltje af. "Hoi Krieltje," zei de regenworm. "Mag ik je wat vragen?" Krieltje ging een beetje door haar knieën. Niet helemaal op haar hurken, want dan werd haar broek weer zo nat van de aarde. "Ja natuurlijk," zei ze met een glimlach. De regenworm keek even om zich heen, alsof hij zeker wilde weten dat niemand meeluisterde. "Ik heb een kennis, een paar tuinen verderop," zei hij. "Wij noemen hem de boekenworm." "De boekenworm?" vroeg Krieltje. "Ja," zei de regenworm. "Hij woont in tuin 536. Maar tuinman Hans gaat verhuizen en moet zijn tuin opzeggen. Nu zoekt Boekenworm een nieuwe plek." Krieltje hoefde daar niet lang over na te denken. "Dan komt hij toch hier wonen?" zei ze. "Er is altijd plek voor iemand die een veilig plekje zoekt." De regenworm glom van opluchting. "Dat is fijn," zei hij. "Heel fijn. Kun je hem ophalen?" "Ja hoor," zei Krieltje. "Moet ik iets meenemen?" "Een kruiwagen," zei de regenworm. "Eén?" De regenworm dacht na. "Misschien twee." Krieltje trok haar wenkbrauwen op. "Twee kruiwagens voor één worm?" Maar de regenworm was alweer blij weg geglibberd. Krieltje bleef even staan. "Twee kruiwagens," mompelde ze. "Voor een worm." Kerrie kwam naast haar staan en keek naar het lege pad. "Ja," zei Krieltje tegen hem. "Ik weet ook niet wat dat betekent." Ze besloot eerst maar één kruiwagen mee te nemen. Als het echt nodig was, liep ze nog wel een keer. Even later liep Krieltje over het hoofdpad van het moestuincomplex. Kerrie mocht mee, maar moest rustig blijven. Dat had Krieltje hem duidelijk verteld. "Geen wormen begroeten met je neus," zei ze. "Sommige mensen vinden dat lief, maar wormen meestal niet." Kerrie zuchtte alsof hij vond dat er wel erg veel regels waren vandaag. Bij tuin 536 stond het hek open. In de tuin was een man bezig om spullen op te ruimen. Potten stonden bij elkaar, bamboestokken lagen op een stapel en langs de rand van het tuinhuisje stonden lage boekenkasten. Vol boeken. Onder een luifel. Met plastic rolgordijnen ervoor. Krieltje bleef staan. "Nou," zei ze zacht. "Dat zie je ook niet elke dag." De man keek op. "Hallo," zei Krieltje. "Bent u meneer Hans?" "Dat ben ik," zei de man vriendelijk. "Ik kom Boekenworm ophalen," zei Krieltje. "Hij mag bij mij in de tuin komen wonen." Meneer Hans glimlachte opgelucht. "Dat is fijn," zei hij. "Dan weet ik dat hij goed terechtkomt." Krieltje keek naar de boekenkasten. "Leest u veel?" vroeg ze. "Ik?" zei meneer Hans. "Nee hoor." Krieltje knipperde verbaasd. "Maar… al die boeken dan?" Meneer Hans begon te lachen. "Die zijn niet van mij." "Van iemand anders die hier komt?" vroeg Krieltje. "Sorry dat ik zoveel vraag, maar ik ben altijd geïnteresseerd in mensen, dieren en dingen." Daarbij glimlachte ze haar mooiste mysterieuze glimlach. Meneer Hans lachte nog harder. "Weet je dat dan niet?" zei hij. "Die boeken zijn van Boekenworm." Krieltje keek naar de boekenkasten. Toen naar de kruiwagen. Toen weer naar de boekenkasten. "O," zei ze. Precies op dat moment kwam er onder een oud aardbeienblad een dikke, tevreden worm tevoorschijn. Hij droeg een heel klein brilletje op het puntje van zijn neus. "Goedemiddag," zei hij netjes. "Bent u de verhuisdienst?" Krieltje boog een beetje voorover. "Bent u Boekenworm?" "Zeker," zei de worm. "Liefhebber van letters, plaatjes, ezelsoren en vergeten boekenleggers." Kerrie snuffelde voorzichtig in zijn richting. Boekenworm keek over zijn brilletje heen. "Is dat een lezer?" "Dat is Kerrie," zei Krieltje. "Hij leest vooral geuren." "Ook belangrijk," zei Boekenworm ernstig. "Iedereen leest op zijn eigen manier." Krieltje vond hem meteen leuk. "Maar moeten al deze boeken mee?" vroeg ze. "Natuurlijk," zei Boekenworm. "Een boekenworm zonder boeken is gewoon een worm met heimwee." Daar kon Krieltje weinig tegenin brengen. Samen met meneer Hans begon ze de boeken in de kruiwagen te leggen. Niet te hoog, want boeken waren zwaarder dan ze eruitzagen. Boekenworm wees aan welke stapel eerst moest. "De avonturenboeken onderop," zei hij. "Die kunnen tegen een stootje. De natuurboeken bovenop. En voorzichtig met het boek over regen, daar zit mijn lievelingsbladwijzer in." "U bent nogal precies," zei Krieltje. "Boeken zijn geen hoopje aarde," zei Boekenworm. "Al ruiken sommige bijna net zo lekker." Na één kruiwagen was nog niet eens de helft mee. Krieltje keek naar meneer Hans. Meneer Hans keek naar Krieltje. Kerrie keek naar de kruiwagen, alsof hij hoopte dat er toevallig een boterham tussen de boeken zat. "Ik ga nog een kruiwagen halen," zei Krieltje. "Zei ik toch," mompelde ergens een regenworm onder de grond. Het werd een hele verhuizing. Krieltje liep heen en weer. Meneer Hans tilde de zware boeken. Kerrie bewaakte de stapels. En Boekenworm controleerde of er geen boek ondersteboven lag. Toen alles eindelijk in Krieltjes tuin stond, moest er nog een goede plek gevonden worden. "Natuurlijk niet in de volle zon," zei Boekenworm. "Natuurlijk niet in de regen," zei Krieltje. "Natuurlijk niet bij Kipje," zei Kerrie met zijn ogen. Daar was iedereen het meteen mee eens. Uiteindelijk koos Krieltje een plekje onder de luifel van haar tuinhuisje. Daar was schaduw, het bleef droog en Boekenworm kon toch naar de tuin kijken. Kluitje kwam precies op dat moment binnen. Hij bleef staan bij de boekenkasten. "Heb jij… een bibliotheek gekregen?" "Kleine verhuizing," zei Krieltje. Boekenworm stak zijn kop uit een boek over paddenstoelen. "Goedemiddag," zei hij. "Ik ben Boekenworm. Stilte wordt gewaardeerd, maar zachte vragen mogen altijd." Kluitje knikte langzaam. "Dat klinkt redelijk." Noa sprong op een stoel en keek naar de nieuwe boekenkast alsof ze wilde weten of er ook een plank voor katten was. Francis rook aan een boek. Camilia kroop onder de kast. Kerrie ging ernaast liggen. "Niet kwijlen op de boeken," zei Boekenworm. Kerrie schoof zijn kop een stukje achteruit. Krieltje zette een klein bordje bij de kast.

Krieltjes tuinbibliotheek.
Voor lezers met handen, poten, pootjes of geen pootjes.

Boekenworm keek ernaar. Toen glimlachte hij. "Dat is mooi," zei hij. "Heel mooi." Die middag zaten ze allemaal even stil. Krieltje met een boek op schoot. Kluitje naast haar met een natuurboek. Kerrie slapend in de schaduw. De poezen tevreden in de buurt. En Boekenworm half in een boek, met zijn brilletje scheef en zijn staartpunt tevreden tussen de bladzijden. "Wat lees je?" vroeg Krieltje zacht. Boekenworm keek op. "Een spannend verhaal," zei hij. "Waarover?" Boekenworm glimlachte. "Over iemand die moest verhuizen en een nieuwe plek vond." Krieltje glimlachte terug. "Loopt het goed af?" Boekenworm kroop een stukje dieper tussen de bladzijden. "Tot nu toe wel," zei hij. "Tot nu toe heel erg wel."  

Share