Krieltje en de dag die niet wilde beginnen
Krieltje heeft vandaag een vreemde dag. Alles lijkt zoek te zijn of mis te gaan. Toch geeft ze niet op. En uiteindelijk blijkt zelfs zo'n rommelige dag nog heel fijn te kunnen worden.
Krieltje en de dag die niet wilde beginnen
De dag van Krieltje begon niet.
Tenminste, zo voelde het.
De wekker had wel moeten rinkelen, maar dat had hij niet gedaan. Krieltje werd pas wakker toen Kerrie zijn koude neus tegen haar wang duwde.
"Brrr!" riep ze geschrokken.
Kerrie kwispelde. Naast hem zaten Francis en Camilia op het bed. Ze keken Krieltje aan alsof ze al uren op haar wachtten.
"Hoe laat is het?" mompelde Krieltje.
Ze keek op de wekker en schoot overeind.
"Zo laat al?"
Krieltje sprong uit bed, trok haastig haar kleren aan en rende naar beneden. Ze wilde snel koffiezetten, de dieren eten geven, haar tas inpakken en daarna naar de tuin fietsen.
In de keuken schepte ze koffie in het apparaat, schonk water in het reservoir en drukte op het knopje.
"Zo," zei ze. "Dat is alvast gelukt."
Maar toen ze even later een slok nam, trok ze een vreemd gezicht.
"Dit smaakt naar warm water."
Het filter met de koffie stond nog keurig naast het apparaat.
Francis snoof voorzichtig aan het kopje en liep beledigd weg.
"Ja, bedankt," zei Krieltje. "Ik weet zelf ook wel dat het niet te drinken is."
Ze zette nieuwe koffie en begon ondertussen haar tas in te pakken.
Een flesje water.
Een broodje.
Een appel.
Een boek.
Een extra vest.
En waar waren haar handschoenen eigenlijk?
Uiteindelijk vond ze één handschoen in Kerrie's mand. De andere lag bij Camilia op de vensterbank, met een poezenpoot er stevig bovenop.
"Die heb ik echt nodig, mevrouw."
Toen Krieltje eindelijk haar tas had ingepakt, kon ze haar linkerlaars nergens vinden.
De rechterlaars stond gewoon bij de achterdeur.
Maar van de linkerlaars ontbrak ieder spoor.
"Een laars kan toch niet zomaar weglopen?"
Er klonk een zacht geritsel uit de woonkamer.
Daar lag Francis languit in Krieltjes linkerlaars. Zijn kop stak aan de bovenkant naar buiten en zijn voorpoten hingen over de rand.
Krieltje moest lachen.
"Daar is hij dus."
Francis keek haar slaperig aan.
"Sorry, vriendje, maar ik moet hem aantrekken."
Francis maakte zich nog iets langer en zwaarder. Krieltje tilde hem voorzichtig uit de laars en zette hem op zijn kleedje.
Eindelijk was Krieltje klaar om te vertrekken.
Ze pakte haar tas, deed de deur open en stapte naar buiten.
Toen begon het te regenen.
Niet een beetje.
Het water kwam met bakken uit de lucht.
Krieltje bleef onder het afdakje staan en keek omhoog.
"Meen je dat nou?"
Kerrie stak zijn neus naar buiten, voelde drie druppels en trok zijn kop meteen weer terug.
"Precies," zei Krieltje. "Dat vind ik er dus ook van."
Na een paar minuten werd de regen zachter. Krieltje trok haar regenjas aan, zette haar tas achter op de fiets en hielp Kerrie in de fietskar.
Maar toen ze wilde opstappen, zag ze dat haar voorband bijna leeg was.
Krieltje liet haar hoofd tegen het stuur zakken.
"Deze dag wil gewoon niet beginnen."
Ze haalde de fietspomp uit de schuur en pompte de band op.
Krieltje keek naar Kerrie.
"Nieuwe poging?"
Kerrie kwispelde voorzichtig.
Ze fietsten naar de tuin. Onderweg begon de zon zelfs een beetje door de wolken te schijnen.
Toen Krieltje eindelijk bij het tuinhek aankwam, stond Kluitje aan de andere kant.
"Daar ben je!" zei hij vrolijk.
"Ja," zuchtte Krieltje. "Uren te laat, met mislukte koffie, verdwenen handschoenen, een gestolen laars, regen en een zachte fietsband."
"Dat klinkt als een drukke ochtend," zei Kluitje.
"En ik heb nog bijna niets gedaan."
Kluitje hield het hek voor haar open.
"Kom eerst maar eens zitten."
Op het bankje bij het tuinhuisje stond een pot thee. Noa lag op de stoel ernaast, opgerold in een warm zonnestraaltje. Kipje scharrelde rustig met haar kuikens tussen de planten.
Niemand keek ongeduldig naar Krieltje.
Niemand vroeg waarom ze zo laat was.
Niemand had zelfs op de klok gekeken.
"Wachtten jullie niet op mij?" vroeg Krieltje.
"Natuurlijk zijn we blij dat je er bent," zei Kluitje. "Maar ondertussen ging de ochtend gewoon rustig verder."
Krieltje keek om zich heen.
Een muisje droeg een grasspriet naar zijn holletje. De bijen vlogen van bloem naar bloem. Kipje liet haar kuikens zien waar ze kleine zaadjes konden vinden. Noa opende één oog, zag dat Krieltje er was en deed het daarna weer dicht.
Kluitje schonk thee voor haar in.
"Misschien hoefde je dag niet sneller te beginnen," zei hij. "Misschien moest hij gewoon langzaam op gang komen."
Krieltje nam een slok.
Deze keer zat er gelukkig wél thee in het water.
Ze pakte haar boek uit haar tas en ging lekker op het bankje zitten. Kerrie ging aan haar voeten liggen.
"Ga je vandaag niet werken?" vroeg Kluitje.
"Straks," zei Krieltje. "Mijn dag is net begonnen."
Ze sloeg haar boek open, maar keek eerst nog even naar haar tuin.
Niets was misgegaan doordat ze later was gekomen. De bloemen bloeiden nog steeds. De dieren hadden zichzelf prima vermaakt en Kluitje zat gewoon naast haar.
Krieltje glimlachte.
Sommige dagen springen meteen vrolijk uit bed.
Andere dagen moeten eerst hun koffie terugvinden, een kat uit een laars halen, wachten tot de regen voorbij is en een fietsband oppompen.
Maar ook een dag die langzaam begint, kan uiteindelijk een heel fijne dag worden.

