Krieltje en de helikopterboom
De helikopterboom laat eindelijk zijn zaadjes vliegen! Acrobaatmier wil dolgraag met zo'n helikopterzaadje meezweven. Samen zoeken ze een veilige plek waar zijn vliegwens kan uitkomen. Daar gaat hij… Woeiii!
Krieltje en de helikopterboom
Krieltje liep over het tuinpad toen er plotseling iets voor haar neus naar beneden dwarrelde.
Het draaide razendsnel rondjes en landde precies in haar krullen.
"Hé!" riep Krieltje verbaasd.
Ze probeerde het dingetje uit haar haar te pakken, maar het zat stevig tussen haar krullen verstopt.
Kerrie kwam nieuwsgierig snuffelen. Hij stak zijn neus tegen Krieltjes haar en niesde zo hard dat het dingetje weer loskwam.
Het tolde door de lucht en landde vlak voor zijn poten.
Krieltje bukte en pakte het op.
Het was een zaadje met een lang, dun vleugeltje eraan.
"Een helikoptertje!" zei ze.
Boven haar ritselden de bladeren van de grote esdoorn. Aan de takken hingen nog veel meer van die gevleugelde zaadjes.
Toen er een windvlaag door de boom trok, lieten er verschillende tegelijk los.
Ze draaiden door de lucht alsof er boven de tuin een zwerm piepkleine helikopters vloog.
Eentje landde op Kerrie's rug. Een ander verdween in een bloempot. Twee helikoptertjes kwamen boven op het dak van het tuinhuisje terecht.
Kerrie hapte speels naar een zaadje dat vlak langs zijn neus vloog.
"Niet opeten," lachte Krieltje. "Daar kan later een nieuwe boom uit groeien."
Op dat moment kwam Kluitje door het tuinhek.
Hij bleef staan toen hij alle draaiende zaadjes zag.
"Wat gebeurt hier?"
"Mijn helikopterboom is begonnen!" zei Krieltje.
"Je helikopterboom?"
Krieltje hield een zaadje omhoog.
"Dit is een zaadje van de esdoorn. Door het vleugeltje draait het rond terwijl het naar beneden valt. Daardoor daalt het langzamer en kan de wind het verder bij de boom vandaan brengen."
Kluitje pakte ook een zaadje op en liet het los.
Het tolde langs zijn laarzen naar beneden.
"Dat is slim," zei hij. "Zo hoeven alle jonge boompjes later niet precies onder hun moederboom te groeien."
Steeds meer dieren kwamen kijken.
De muisjes renden achter de helikoptertjes aan. Kipjes drie kuikens pikten nieuwsgierig naar een zaadje dat over het tuinpad schoof. Noa zat onder de esdoorn en volgde de dwarrelende bewegingen met haar ogen.
Francis sprong omhoog om er eentje uit de lucht te tikken.
Camilia deed alsof het haar helemaal niets interesseerde, totdat er een zaadje langs haar staart vloog. Toen draaide ze zich razendsnel om en ging er toch achteraan.
Tussen de tegels verscheen een klein miertje.
Het keek omhoog naar de helikopterzaadjes en spreidde vol bewondering zijn pootjes.
"Wat zou ik daar graag eens aan hangen," zei het.
Krieltje ging op haar knieën zitten.
"Wil jij met een helikopterzaadje meevliegen?"
"Ja!" zei het miertje. "Ik ben acrobaat. Ik kan aan één poot hangen, ondersteboven zwaaien en zelfs tijdens het draaien een buiging maken."
Het miertje ging meteen op zijn achterste pootjes staan. Daarna maakte het een radslag, een koprol en een keurige buiging.
"Ta-da!"
De dieren klapten en piepten enthousiast.
"Maar zomaar met de wind meegaan, vind ik te gevaarlijk," zei Krieltje. "Straks waai je de tuin uit en weten we niet waar je terechtkomt."
De acrobaatmier keek teleurgesteld naar de grond.
"Dat is waar."
Kluitje hield een helikopterzaadje naast het miertje.
"Bovendien weten we nog niet of zo'n vleugeltje jou kan dragen."
"Dan moeten we het eerst testen," zei Krieltje.
Ze verzamelde een paar stevige helikopterzaadjes en legde die op de tuintafel. Kluitje zocht ondertussen een rustig plekje uit waar de wind niet te hard doorheen blies.
Krieltje legde een piepklein zandkorreltje op het eerste zaadje.
Ze hield het zaadje boven de tafel en liet het los.
Het viel meteen naar beneden.
"Te zwaar," zei Kluitje.
Bij het tweede zaadje gebruikte Krieltje een veel lichter stukje van een droog bloemblaadje.
Het helikoptertje draaide keurig naar beneden.
"Die doet het!" riep het miertje.
"Maar we zijn nog niet klaar," zei Krieltje. "Eerst zorgen we dat jij niet los kunt raken. Daarna maken we een zachte landingsplaats."
Een klein spinnetje dat tussen de lavendel woonde, had het gesprek gehoord.
"Ik kan wel een veiligheidsgordeltje maken," bood het aan. "Van spinrag."
Het spinnetje ging meteen aan het werk. Met heel dunne, stevige draadjes maakte het een piepklein tuigje dat om het lijfje van de acrobaatmier paste.
Het tuigje werd zorgvuldig aan het helikopterzaadje bevestigd.
Het miertje trok eraan met al zijn pootjes.
"Het zit stevig!"
Krieltje controleerde het gordeltje nog een keer.
"Nu hebben we een vangzeil nodig."
Samen met Kluitje haalde ze een groot laken uit het tuinhuisje. Ze spanden het laag boven het gras tussen vier stoelen. Op het laken legden de dieren een dikke laag zachte bladeren, mos en bloemblaadjes.
"Als er iets misgaat, land je hier zacht," legde Krieltje uit.
De acrobaatmier keek naar de enorme zachte landingsplaats.
"Dat ziet er veiliger uit dan mijn eigen bed."
Eerst deden ze nog een proef zonder het miertje. Kluitje maakte een kruimeltje aan het veiligheidsgordeltje vast. Krieltje hield het helikopterzaadje boven het midden van het vangzeil en liet het los.
Het zaadje draaide rustig naar beneden en landde midden op het mos.
Daarna probeerden ze het vanaf iets hoger.
Ook dat ging goed.
"Nu mag ik!" riep de acrobaatmier.
"Alleen als de wind rustig blijft," zei Krieltje.
Iedereen keek naar de bloemen langs het pad. De stelen bewogen zachtjes, maar bogen niet ver opzij.
Krieltje voelde met haar hand in de lucht.
"Dit lijkt mij een goed moment."
Het miertje stapte in het gordeltje. Het spinnetje controleerde alle draadjes en Kluitje keek na of het vangzeil nog stevig vastzat.
Kerrie ging aan de ene kant zitten en Noa aan de andere. De muisjes stonden klaar bij het mos. Kipje hield haar kuikens veilig naast zich.
"Dames en heren!" riep Kluitje. "De allereerste vlucht van onze tuinacrobaat gaat beginnen!"
Het miertje zwaaide naar iedereen.
Krieltje ging op een stevige stoel staan en hield het helikopterzaadje hoog boven het midden van het vangzeil.
"Ben je er klaar voor?"
"Zo klaar als een mier maar kan zijn!"
Krieltje wachtte tot de lucht weer rustig was.
Toen liet ze los.
Het helikopterzaadje begon te draaien.
Eerst langzaam.
Daarna steeds sneller.
Het miertje zweefde eronder en stak één pootje zijwaarts. Vervolgens trok het zijn knieën op, draaide ondersteboven en zwaaide naar alle dieren beneden.
"Hij vliegt!" piepte een muisje.
"Wat knap!" kakelde Kipje.
Het helikoptertje tolde rustig omlaag. Vlak voor de landing maakte het miertje nog een sierlijke buiging.
Toen plofte het midden tussen de bloemblaadjes.
Iedereen juichte.
De acrobaatmier bleef even stil liggen.
Krieltje schrok.
"Gaat het goed?"
Heel langzaam ging het miertje rechtop zitten.
"Ja," zei het. "Maar volgens mij draait mijn hoofd nog drie rondjes verder."
Krieltje tilde het miertje voorzichtig van het vangzeil. Het probeerde recht te lopen, maar wandelde in een klein kringetje om haar duim.
"Misschien moet je eerst even uitrusten," zei ze.
"En iets drinken," voegde Kluitje eraan toe.
Het miertje kreeg een piepklein druppeltje water en een kruimeltje van Krieltjes koekje. Daarna ging het op een zacht blaadje liggen om bij te komen.
Later die middag liepen Krieltje en Kluitje samen door de tuin. Overal vonden ze helikopterzaadjes: tussen de bloemen, in de regenton, onder het bankje en zelfs in Kerrie's sjaaltje.
Bij het tuinhek wees Kluitje naar een heel klein plantje.
"Kijk eens."
Tussen de tegels groeiden twee piepkleine groene blaadjes.
"Een jonge esdoorn," zei Krieltje.
Nu begreep ze pas echt waarom de zaadjes zulke handige vleugeltjes hadden. De boom kon zelf niet rondlopen om een nieuw plekje voor zijn kinderen te zoeken.
Daarom stuurde hij zijn zaadjes met de wind mee.
Krieltje keek omhoog naar de grote esdoorn. Opnieuw liet een helikoptertje los. Het draaide boven haar hoofd en zweefde over het tuinpad naar een open stukje grond.
"Goede reis!" riep ze.
Vanaf zijn rustblaadje stak de acrobaatmier één pootje op.
"En als je nog een piloot nodig hebt," riep het, "weet je mij te vinden!"
Daarna probeerde het op te staan, draaide opnieuw een klein rondje en ging toch maar weer liggen.
Voor één dag had het voorlopig genoeg gevlogen.

