Krieltje en de hommel met een bromprobleem

08-08-2026

Oh nee, hommel is bang dat ze hem niet mogen omdat hij zo raar en hard bromt! Maar kijk eens wat er gebeurt... zijn brom heeft het muisje weer terug gebracht naar huis! 

Krieltje en de hommel met een bromprobleem 

Krieltje was die ochtend vroeg in de tuin. Het was nog lekker koel en de bloemen stonden wakker te worden in het zachte licht. Bij de lavendel zoemden de bijtjes al rustig rond. Een vlinder zat met dichtgeklapte vleugels op een blad, alsof hij eerst nog even moest nadenken over de dag. Krieltje vulde de waterbakjes voor de dieren en zette een klein schaaltje met water tussen de stenen voor de insecten. "Zo," zei ze tevreden. "Ook de allerkleinsten moeten kunnen drinken." Kerrie snuffelde aan een plukje gras. Francis lag languit op het pad en Camilia zat onder de tafel naar iets te kijken dat niemand anders zag. Noa was er nog niet, maar dat kon zomaar gebeuren. Noa kwam altijd precies wanneer Noa dat zelf bedacht had. Ineens klonk er een brom. Niet zomaar een brom. Een BROM. De bloemen trilden ervan. Een madeliefje boog bijna dubbel. Kerrie schrok zo dat zijn oren even allebei een andere kant op stonden. "Wat was dát?" vroeg Krieltje. Boven de vlinderstruik hing een dikke hommel in de lucht. Hij keek verschrikt om zich heen. "Sorry!" bromde hij. Maar zelfs zijn sorry klonk als een klein motortje. BRRRRROM. Francis ging rechtop zitten. Camilia stak haar kop onder de tafel vandaan. Kerrie liep voorzichtig naar Krieltje toe en ging naast haar staan. De hommel landde op een bloem en zakte een beetje door zijn pootjes. "Het gaat vanzelf," zei hij verdrietig. "Ik probeer zacht te brommen, maar het lukt niet." Hij haalde diep adem. "Zie je wel?" fluisterde hij. Maar zijn fluister klonk als: BRRRR. Krieltje ging rustig op haar knieën zitten, niet te dichtbij, want hommels houden ook van een beetje ruimte. "Hoe lang heb je dat al?" vroeg ze. "Sinds vanmorgen," zei de hommel. "Ik werd wakker en toen deed ik ineens zo." Hij bromde per ongeluk weer. Een paar bloemblaadjes wiebelden. "Nu durf ik bijna nergens meer heen," zei hij. "Iedereen hoort me aankomen. Straks vinden ze me een lawaaihommel." Krieltje keek hem lief aan. "Een brom is niet verkeerd," zei ze. "Het is gewoon jouw geluid." "Maar deze brom is veel te groot voor mij," zei de hommel. Net op dat moment kwam er ergens tussen de aardbeienplantjes een heel klein piepje vandaan. Krieltje hield haar hoofd schuin. "Hoorde jij dat?" vroeg ze. Kerrie spitste zijn oren. Weer klonk het. "Piep?" Het was zo zacht dat je het bijna niet hoorde. Camilia sprong van onder de tafel vandaan en liep voorzichtig naar de aardbeien. Francis kwam ook kijken, maar bleef keurig op afstand. "Niet grijpen," zei Krieltje zacht. "Eerst kijken." Tussen de bladeren zat een klein muisje. Het bibberde. Zijn snorhaartjes stonden alle kanten op. "Ik ben de weg kwijt," piepte het muisje. "Ik was achter een kruimel aan gegaan en toen wist ik niet meer waar mijn holletje was." Krieltje keek om zich heen. Overal stonden planten. Aardbeien, goudsbloemen, bonenstaken, potten en paadjes. Voor een klein muisje leek dat natuurlijk een heel oerwoud. "Waar woon je?" vroeg Krieltje. "Bij de composthoop," piepte het muisje. "Maar ik hoor mijn familie niet meer." De hommel keek op. "Ik hoor ze misschien ook niet," zei hij zacht. BRRRR. Het muisje schrok eerst, maar toen draaide het zijn kopje. "Wacht," zei het. "Doe dat nog eens." De hommel knipperde verbaasd. "Mijn brom?" "Ja," zei het muisje. "Maar dan een beetje die kant op." Hij wees met een pootje naar de bessenstruiken. De hommel keek naar Krieltje. Krieltje glimlachte. "Misschien is jouw grote brom vandaag precies handig." De hommel steeg op. Hij bromde boven het pad. BRRRRROM. Vanuit de verte klonk ineens een klein antwoord. "Piep!" Het muisje sprong overeind. "Dat is mijn tante!" De hommel vloog een stukje verder. BRRRRROM. "Piep! Piep!" klonk het nu duidelijker. "Daar!" riep Krieltje. Kerrie liep netjes mee, langzaam en voorzichtig. Francis en Camilia bleven aan de zijkant, alsof ze begeleiders waren bij een heel belangrijke muizenoptocht. De hommel bromde nog één keer bij de composthoop. BRRRRROM. Uit een klein gaatje onder een tak kwam een muizenhoofdje tevoorschijn. Daarna nog één. En nog één. "Daar ben je!" piepte een muis. Het verdwaalde muisje rende naar zijn familie en kroop meteen tussen hen in. "Dank u wel," piepte hij naar Krieltje. "Dank de hommel maar," zei Krieltje. Alle muisjes keken naar de hommel. De hommel werd er een beetje verlegen van en landde op een goudsbloem. "Mijn brom was alleen maar te hard," zei hij. "Nee hoor," zei het kleine muisje. "Hij was precies groot genoeg om mij thuis te brengen." De hommel werd stil. Nou ja. Bijna stil. Hij maakte een klein tevreden geluidje. Brrr. Dit keer trilde er geen bloem van. Alleen zijn buikje een beetje. Krieltje glimlachte. "Soms is iets waar je je voor schaamt," zei ze, "juist iets waarmee je iemand kunt helpen." De hommel keek naar zijn pootjes. Toen naar de bloemen. Toen naar het muizenholletje. "Dus ik ben geen lawaaihommel?" vroeg hij. "Nee," zei Krieltje. "Jij bent een zoekhommel." Kerrie kwispelde alsof hij dat een geweldige titel vond. De hommel vloog weer op. Niet meer verstopt. Niet meer beschaamd. Hij bromde rustig boven de bloemen. BRRRR. Niet te hard. Niet te zacht. Precies hommelgenoeg.  

Share