Krieltje en de jonge boswachter

02-08-2026

Krieltje, Kluitje en Kerrie gingen een dagje wandelen aan de rand van een groot natuurgebied in het oosten van het land. Even een dagje uit. Dat wordt een interessant dagje want ze ontmoeten een jonge boswachter...

Krieltje en de jonge boswachter 

Krieltje, Kluitje en Kerrie gingen een dagje wandelen aan de rand van een groot natuurgebied. Niet zomaar een parkje met drie bomen en een bankje, maar een landschap met hoge grassen, knotwilgen, vogels, water in de verte en paadjes waar je vanzelf zachter van ging praten. Kluitje had de auto geparkeerd bij een klein wandelpad. Bij het begin stond een bord. Krieltje las hardop: "Honden mogen hier los, als ze goed luisteren." Kerrie ging meteen heel netjes zitten. "Dat is overdreven braaf," zei Kluitje. Kerrie keek alsof hij wilde zeggen: ik begrijp borden beter dan sommige mensen. Ze liepen rustig het pad op. Kerrie snuffelde aan het gras, maar bleef netjes in de buurt. Verderop liepen nog twee honden. Een rustige witte hond met bruine vlekken liep kalm naast een jongen met een groen jasje. De andere hond had ook bruin en wit, maar die huppelde met een stok in zijn bek alsof hij net een belangrijke tak had gewonnen. De jongen tilde even zijn hand op. "Bas," zei hij rustig. De hond met de stok bleef staan. "Loslaten hoeft niet," zei de jongen. "Maar niet iedereen hoeft je tak te keuren." Bas dacht daar duidelijk anders over, maar hij bleef toch netjes staan. De rustige hond kwam dichterbij en keek vriendelijk naar Kerrie. "Dat is Bram," zei de jongen. "En die met de tak is Bas." "Kerrie," zei Krieltje. Kerrie kwispelde beleefd. Niet te wild. Eerst even kennismaken. "Ik ben Krieltje," zei Krieltje. "En dit is Kluitje." "Ik ben Ron," zei de jongen. Kluitje keek naar het groene jasje, de verrekijker om Rons nek en het notitieboekje in zijn hand. "Ben jij een echte boswachter?" vroeg hij. Ron glimlachte een beetje verlegen. "Nog niet. Later wil ik dat graag worden." "Boswachter in spé," zei Krieltje. Ron knikte. "Zo noem ik het zelf ook." "Wat schrijf je allemaal in dat boekje?" vroeg Kluitje. Ron sloeg het voorzichtig open. Er stonden kleine tekeningen in van vogels, pootafdrukken, bladeren en kevers. Sommige tekeningen waren zo mooi dat Krieltje er even stil van werd. "Ik schrijf op wat ik zie," zei Ron. "Welke dieren hier wonen. Welke vogels ik hoor. Waar je beter niet te dichtbij kunt komen. En wanneer je kunt helpen, maar ook wanneer je juist afstand moet houden." "Dat laatste is moeilijk," zei Krieltje. "Want als je iets lief vindt, wil je er vaak naartoe." "Precies," zei Ron. "Maar soms help je het meest door rustig te blijven kijken." Op dat moment bleef Ron ineens staan. Hij hield één vinger voor zijn mond. Krieltje, Kluitje en Kerrie stonden meteen stil. Zelfs Bas hield zijn stok even stiller vast. "Horen jullie dat?" fluisterde Ron. Uit het gras klonk een helder, wat klagend geluid. "Kievit," zei Ron zacht. "Die moet je niet laten schrikken." Krieltje keek naar het gras. Eerst zag ze niets. Alleen halmen die bewogen in de wind. Toen zag ze ineens een vogel, verderop in het veld. Niet vlakbij, maar dichtbij genoeg om bijzonder te zijn. "Wauw," fluisterde ze. Ron maakte een kleine tekening in zijn boekje. Geen haastige krabbel, maar een paar rustige lijnen. De kromming van de vleugel. De houding van het kopje. Een klein pijltje naar het gras. Bas zette voorzichtig zijn stok neer. "Goed zo," zei Ron zacht. Bram ging zitten. Kerrie ook. Alsof de honden begrepen dat dit geen moment was voor springen. Kluitje keek naar Ron. "Wie leert jou dat allemaal?" "Veel door zelf te kijken," zei Ron. "Maar soms kom ik bij het bezoekerscentrum een boswachter tegen. Ze heet Marlon. Zij weet echt ontzettend veel. Soms mag ik haar mijn boekje laten zien. En als ik iets belangrijks zie, mag ik het doorgeven." "Dus je oefent eigenlijk al," zei Krieltje. Ron glimlachte. "Ja. Maar niet door de baas te spelen. Meer door goed op te letten." Dat vond Krieltje een mooie zin. Ze liepen nog een stukje samen. Ron vertelde over sporen in modder, over vogels die je beter met rust kon laten en over planten waar bijen graag op kwamen. Bas probeerde ondertussen drie keer zijn stok aan Kerrie te laten zien. Kerrie vond dat prima, maar hoefde hem niet te hebben. Dat begreep Bas niet helemaal. Bij een omgevallen tak bleef Ron weer staan. "Niet zomaar optillen," zei hij. "Zitten er dieren onder?" vroeg Krieltje. "Misschien," zei Ron. "Kevers. Pissebedden. Spinnen. Soms een muisje. Dus eerst kijken." Hij boog rustig voorover zonder iets aan te raken. Krieltje en Kluitje deden hetzelfde. Onder een los stukje schors liep een kevertje haastig weg. "Die woont daar," zei Ron. "Wij zijn op bezoek." Krieltje knikte. "Dan moeten we ons ook zo gedragen." Bram zuchtte tevreden. Bas pakte zijn stok weer op. Kerrie snuffelde aan een pol gras en keek daarna naar Krieltje, alsof hij wilde zeggen dat hij ook heel goed op bezoek kon zijn. Aan het eind van het pad bleven ze nog even staan. De wind ging door het gras. In de verte glinsterde het water. De kievit riep nog één keer. "Later word jij vast een goede boswachter," zei Kluitje. Ron keek even naar zijn boekje. Toen naar het landschap. "Ik hoop het," zei hij. "Maar tot die tijd blijf ik oefenen." Krieltje glimlachte. "Volgens mij ben je al begonnen." Ron werd een beetje rood, maar op een fijne manier. Bas legde zijn stok precies voor Kerrie neer. Kerrie pakte hem heel voorzichtig op. Bas sprong blij in de lucht. "Rustig," zei Ron. Bas landde bijna meteen weer op vier poten. Krieltje moest lachen. En ergens tussen het hoge gras riep de kievit nog één keer, alsof hij zei: goedgekeurd, maar wel zachtjes.  

Share