Krieltje en de kat in de boom
Wie miauwt er toch zo hard? waar komt dat vandaan? Uit de boom? Krieltje redt het jonge katjes uit de boom...

Krieltje en de kat in de boom
08-07-2026
Krieltje was net bezig een emmer water naar de bloemen te dragen, toen ze boven haar hoofd een heel zielig geluid hoorde. "Miaaaauw." Krieltje bleef staan. Ze keek onder de tafel, achter de regenton en zelfs in de mand met tuinhandschoenen. Niets. Toen keek ze omhoog. Daar, hoog in de appelboom, zat het jonge zwart-witte poesje dat laatst was komen aanlopen. Niet een beetje hoog. Niet gezellig-op-een-tak-hoog. Maar echt: waarom-zit-jij-daar-in-hemelsnaam-hoog. Haar staart hing als een plumeau naar beneden en haar ogen waren zo groot als kruisbessen. "Kijk nou," zei Krieltje. "Wat doe jij daar?" Op een tak iets verderop zat een klein vogeltje. Het wiebelde met zijn staart en keek alsof het wilde zeggen: ik zat hier gewoon. Krieltje zuchtte. "Laat me raden. Jij zag een leuk vogeltje." "Miauw," zei het poesje. "En toen klom je achter hem aan." "Miauw." "En nu durf je niet meer naar beneden." Het poesje zei niets. Dat was antwoord genoeg. Kerrie kwam aangesjokt, keek omhoog en blafte één keer. "Niet helpen," zei Krieltje meteen. Kerrie ging zitten alsof hij dat natuurlijk al van plan was. Noa zat onder de boom en waste rustig haar poot. Ze keek niet eens verbaasd. "Noa," zei Krieltje. "Kun jij haar even uitleggen hoe je uit een boom komt?" Noa keek naar het poesje. Toen naar Krieltje. Toen weer naar haar poot. Ze likte verder. "Dank je," zei Krieltje. "Heel behulpzaam." Krieltje haalde brokjes. Ze rammelde met het bakje. De poes keek. Ze bleef zitten. Krieltje haalde snoepjes. De poes spitste haar oren. Ze bleef zitten. Krieltje haalde zelfs een klein stukje kaas dat eigenlijk voor haar eigen boterham was bedoeld. De poes boog haar hoofd een beetje naar voren. Ze bleef zitten. "Nou," zei Krieltje. "Dan is het ernstig." Kluitje kwam vanaf de tuin aan de overkant aanlopen. "Probleem?" Krieltje wees omhoog. Kluitje keek. "Ah," zei hij. "Poes met hoogtevrees." "Poes met vogeltjesverstand," zei Krieltje. Het poesje miauwde beledigd. "Sorry," zei Krieltje. "Maar een beetje wel." Kluitje keek naar de boom. "Ladder?" Krieltje knikte. "Goed idee." Samen haalden ze de ladder bij het huisje vandaan. Kluitje hield hem stevig vast en Krieltje keek naar boven. Haar knieën begonnen meteen zachtjes te bibberen. "Rustig," zei Kluitje. "Eerst kijken. Dan pas klimmen." "Doe ik," zei Krieltje. Dat klonk dapperder dan het voelde. Stap voor stap klom ze omhoog. Niet snel. Niet stoer. Gewoon heel voorzichtig. Beneden kwamen de muizen kijken. De slakken kwamen kijken. Zelfs de veenmol kwam half boven de grond. "Boomwerk," zei hij bewonderend. "Niet helpen," zei Krieltje van boven. "Was ik ook niet van plan," zei de veenmol. "Ik ben meer van ondergronds." Eindelijk kwam Krieltje bij de tak waar het poesje zat. Ze keek niet naar beneden. Dat was een heel goed plan. "Hoi," zei Krieltje zacht. "Kom maar. Ik heb je." Ze stak langzaam haar armen uit. Het poesje keek naar haar. Krieltje glimlachte. "Zie je? Helemaal niet eng." Op dat moment besloot het poesje dat alles juist héél eng was. Ze sprong. Niet naar de tak. Niet naar de ladder. Maar recht in Krieltjes nek. "Waaah!" Krieltje voelde vier poten, een staart en een heleboel zachte, wilde kattenharen. Het poesje hing om haar nek als een levende sjaal. "Kluitje!" riep Krieltje. "Ik zie niks!" "Rustig blijven!" riep Kluitje. "Dat probeer ik!" riep Krieltje. "Maar ik heb een kat als sjaal!" De staart hing over haar ogen. Krieltje zag alleen nog zwart, wit, haar en paniek. "Kun je één hand aan de ladder houden?" vroeg Kluitje. "Doe ik!" "En met de andere hand het poesje vasthouden?" "Ik weet niet waar de poes ophoudt en mijn gezicht begint!" Beneden piepten de muizen van het lachen. "Niet lachen," zei Krieltje. De muizen probeerden stil te zijn. Dat lukte niet. Langzaam schoof Krieltje een hand onder het poesje. Het poesje drukte zich stevig tegen haar aan. "Oké," fluisterde Krieltje. "Jij bent bang. Ik ben bang. Dan doen we het samen." Dat hielp. Een beetje. Stap voor stap kwam Krieltje naar beneden. Kluitje hield de ladder stevig vast. Kerrie bleef muisstil zitten. Zelfs Noa was gestopt met wassen. Toen Krieltjes voeten eindelijk weer op de grond stonden, sprong het poesje uit haar nek op de grond. Ze liep drie stappen, ging zitten en begon rustig haar borst te wassen. Alsof er helemaal niets gebeurd was. Krieltje keek haar aan. "Serieus?" Noa liep naar het poesje toe, snuffelde één keer en gaf haar een zacht tikje met haar staart. "Precies," zei Krieltje. "Dat doen we dus niet nog een keer." Het jonge poesje keek omhoog naar het vogeltje. "Nee," zei Krieltje. Het poesje keek nog eens. "Nee," zei Krieltje iets harder. Kerrie ging naast haar zitten alsof hij ook nee zei. Het poesje zuchtte, ging in het gras liggen en deed alsof ze nooit van plan was geweest iets doms te doen. Krieltje haalde een blaadje uit haar haar. Daarna nog een takje. En daarna een veertje. Ze keek naar het poesje. "Volgende keer," zei ze, "haal ik eerst een helm."
