Krieltje en de koffie die nergens naar smaakte
Waarom trekt Krieltje zo'n raar vies gezicht?? Oh nee!! De koffie smaakt vies! Get! Maar gelukkig lost Kluitje het voor haar op. Eind goed al goed...

Krieltje en de koffie die nergens naar smaakte
Krieltje kwam die ochtend de tuin in met haar fiets, Kerrie in het karretje en een thermosbeker stevig onder haar arm geklemd.
"Vandaag," zei ze plechtig, "begin ik rustig."
Kerrie sprong uit het karretje en schudde zich uit alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor de ochtend. Francis en Camilia kwamen uit het huisje gewandeld. Noa lag al op de stoel onder de appelboom en keek alsof zij al drie uur wist dat rustig beginnen een uitstekend plan was.
Krieltje zette haar tas neer, aaide Kerrie over zijn kop en ging met een zucht op het bankje zitten. Ze draaide de dop van haar thermosbeker en schonk een dampend beetje koffie in haar mok.
"Zo," zei ze. "Eerst koffie."
Ze nam een slok.
Toen bleef ze stil zitten.
Heel stil.
Kerrie keek op.
Francis stopte midden in een wasbeurt.
Camilia hield één pootje in de lucht.
Noa opende één oog.
Krieltje keek naar haar mok. Daarna naar de thermosbeker. Daarna weer naar haar mok.
"Getver," zei ze zacht.
Kerrie kwam dichterbij en snuffelde voorzichtig aan de mok. Meteen trok hij zijn neus terug.
"Waf."
"Ja," zei Krieltje. "Dat bedoel ik."
Noa sprong van de stoel en liep langzaam naar de tafel. Ze rook niet eens aan de koffie. Ze keek alleen naar de mok en daarna naar Krieltje, alsof ze wilde zeggen: sommige dingen hoef je niet te onderzoeken om te weten dat ze verkeerd zijn.
"Het smaakt naar…" Krieltje zocht naar woorden. "Naar warme kartonnen sok."
Camilia ging zitten. Francis keek ernstig.
Op dat moment kwam Kluitje het tuinpad op gelopen. Hij had een fles water bij zich en een appel in zijn hand.
"Goedemorgen," zei hij. "Waarom kijken jullie allemaal alsof er een slak in de waterkoker zit?"
Krieltje wees naar haar mok.
"Mijn koffie is stuk."
Kluitje bleef even staan.
"Koffie kan niet stuk zijn."
"Deze wel," zei Krieltje.
Kluitje kwam dichterbij en rook aan de mok. Zijn gezicht veranderde langzaam van vriendelijk naar voorzichtig bezorgd.
"Dat is geen koffie," zei hij.
"Jawel," zei Krieltje. "Het komt uit mijn koffiethermos."
Kluitje pakte de thermosbeker en draaide de dop eraf. Hij keek erin. Daarna keek hij naar Krieltje.
"Heb je vanmorgen wel koffie gezet?"
"Natuurlijk," zei Krieltje. "Denk ik."
"Denk je?"
Krieltje fronste.
Ze probeerde terug te denken aan die ochtend. Ze had haar laarzen aangetrokken. Kerrie had zijn sjaaltje kwijt gemaakt en weer teruggevonden. Francis had op haar tas gezeten. Camilia had haar veters aangevallen. Noa had buiten voor het raam gezeten alsof ze controleur van vertrek was.
En ergens daartussen had Krieltje koffie gemaakt.
Dacht ze.
"O nee," zei Krieltje langzaam.
Kluitje glimlachte al een beetje.
"Wat?"
"Ik heb heet water in de thermos gedaan."
"Ja?"
"En toen wilde ik koffiepoeder pakken."
"Ja?"
"Maar toen sprong Kerrie tegen mijn been omdat hij dacht dat we al gingen."
Kerrie ging zitten en keek heel onschuldig.
"En toen heb ik volgens mij…" Krieltje keek naar haar mok. "Alleen heet water meegenomen."
Kluitje keek in de mok.
"Met een vleugje oude dop."
"En thermosgeur," zei Krieltje treurig.
Francis nieste.
Camilia keek alsof zelfs zij betere koffie kon maken, en zij had geen duimen.
Noa draaide zich om en liep terug naar haar stoel. Het onderzoek was blijkbaar afgerond.
Krieltje liet haar hoofd een beetje hangen.
"Ik had echt zin in koffie."
Kluitje zette zijn fles water op tafel en pakte uit zijn tas een klein zakje.
"Dan heb je geluk."
Krieltje keek op.
"Ik heb oploskoffie bij me," zei Kluitje. "Voor noodgevallen."
Krieltje keek hem aan alsof hij zojuist een gouden sleutel uit zijn zak had gehaald.
"Jij hebt noodkoffie?"
"Natuurlijk," zei Kluitje. "Je weet nooit wanneer iemand met warme kartonnen sok op een bankje zit."
Krieltje begon te lachen. Eerst een beetje. Toen steeds harder.
Kerrie kwispelde meteen mee, ook al wist hij niet waarom. Francis en Camilia ontspanden. Noa bleef op haar stoel liggen, maar haar staartpunt tikte één keer tevreden tegen de zitting.
Kluitje maakte nieuwe koffie. Gewoon simpel. Heet water, oploskoffie, roeren. Geen sok. Geen karton. Geen geheimzinnige thermosgeur.
Krieltje nam voorzichtig een slok.
"Nou?" vroeg Kluitje.
Krieltje sloot haar ogen.
"Dit is koffie."
"Gelukkig."
"Geen fantastische koffie," zei Krieltje eerlijk. "Maar koffie."
"Dat is op sommige dagen al heel wat."
Krieltje knikte.
Dat was waar.
Ze zaten samen op het bankje onder de appelboom. Kerrie lag aan hun voeten. Francis en Camilia lagen in een streepje zon. Noa had haar stoel weer helemaal in bezit genomen.
Krieltje keek naar haar oude mok en toen naar haar thermosbeker.
"Ik denk dat ik daar een briefje op plak," zei ze.
"Wat voor briefje?"
Krieltje dacht even na.
Toen zei ze: "Eerst koffie erin. Dan pas meenemen."
Kluitje knikte ernstig.
"Verstandig."
Kerrie tilde zijn kop op.
"En voor Kerrie," zei Krieltje, "maak ik ook een briefje."
Kluitje keek haar vragend aan.
"Eerst wachten. Dan pas enthousiast doen."
Kerrie legde zijn kop weer neer alsof hij daar niets van had gehoord.
Noa geeuwde.
En Krieltje nam nog een slok koffie.
Het was geen perfecte ochtend.
Maar eerlijk gezegd hoefde dat ook niet.
Soms is een ochtend al gered als iemand noodkoffie bij zich heeft.
