Krieltje en de kruiwagen die op vakantie wilde
Wat horen we nou? "Krie-iek… zee… krie-iek… zee…" zegt de kruiwagen... De kruiwagen is toe aan vakantie. Maar daar weten Krieltje en Kluitje wel raad mee. Ze houden gewoon even vakantie!
Krieltje en de kruiwagen die op vakantie wilde
Krieltje was onkruid aan het wieden toen Kluitje met de lege kruiwagen kwam aanrijden.
"Krie-iek… zee… krie-iek… zee…"
Krieltje keek op.
"Hoorde jij dat?"
Kluitje zette de kruiwagen stil.
"Het wiel piept."
Hij reed een stukje verder.
"Krie-iek… zee… krie-iek… zee…"
Kerrie spitste zijn oren. Noa opende één oog.
Krieltje legde haar hand tegen haar oor.
"Volgens mij zegt hij 'zee'."
"Kruiwagens praten niet," zei Kluitje.
"Krie-iek… ZEE!"
Kluitje keek naar de kruiwagen.
"Deze blijkbaar wel."
Ze zetten hem ondersteboven op het tuinpad. Krieltje draaide voorzichtig aan het wiel.
"Krie-iek… zee…"
"Misschien zit er zand tussen," zei Kluitje.
Ze controleerden de band. Ze haalden een klein steentje weg. Krieltje veegde de as schoon en deed er voorzichtig een druppeltje olie op.
Daarna zetten ze de kruiwagen weer rechtop.
Kluitje reed een rondje om het tuinhuisje.
Het wiel liep soepel en stil.
"Zie je wel," zei hij. "Opgelost."
Toen hij langs de waterpomp reed, klonk het heel zacht:
"Zeeee…"
Krieltje zette haar handen in haar zij.
"Dat is geen piep meer."
"Nee," zei Kluitje. "Dat klonk een beetje verdrietig."
Ze onderzochten de kruiwagen nog een keer. Onder in de bak lag niets. Aan de handvatten hing niets. Zelfs onder het wiel zat geen verdwaald blaadje.
Kerrie stak zijn kop in de lege bak en snoof.
Noa sprong op de rand, liep één rondje en ging zitten.
"Geen strand," miauwde haar gezicht. "Maar ook niet onaardig."
Krieltje pakte haar vergrootglas. Op de bodem ontdekte ze een paar piepkleine zandkorreltjes.
"Zand!" riep ze.
Kluitje bekeek ze aandachtig.
"Dat kan ook uit het tuinpad komen."
"Of van een heel ver strand."
"De kruiwagen is nog nooit op het strand geweest."
Krieltje keek naar de zandkorrels.
"Misschien droomt hij er daarom van."
Ze vroegen Kipje of zij iets wist. Kipje liep met haar drie kuikentjes om de kruiwagen heen, pikte één keer tegen het wiel en kakelde toen luid.
"Wat zei ze?" vroeg Kluitje.
"Volgens mij dat een vakantie zonder lekkere hapjes nergens op lijkt."
Kipje kakelde nog een keer.
"En dat we niet moeten vergeten om genoeg mee te nemen."
Krieltje tikte met haar vinger tegen de bodem van de kruiwagen.
Tok.
Onder een los randje zat iets klem.
Kluitje peuterde het voorzichtig los. Het was een oude ansichtkaart. De hoekjes waren versleten en op de voorkant stonden een blauwe zee, een geel strand en een rood-witte parasol.
"Aha," zei Krieltje.
Op de achterkant stond maar één zin:
Groeten van de kust. Was je maar hier!
Kluitje keek naar de kruiwagen.
"Denk je dat hij deze kaart al die tijd bij zich heeft gedragen?"
"Misschien is hij daardoor op het idee gekomen."
"Een kruiwagen die op vakantie wil?"
Krieltje knikte ernstig.
"Hij werkt iedere dag. Hij vervoert aarde, takken, stenen, emmers en soms een hond
die zelf best kan lopen."
Kerrie trok zijn kop uit de bak en keek beledigd.
"Misschien is hij gewoon moe," vervolgde Krieltje.
Kluitje streek over een handvat.
"Maar de zee is nogal ver voor een kruiwagen."
"Dan brengen we de zee naar hem toe."
"Hoe doe je dat?"
"Voor vakantie heb je niet altijd een verre reis nodig," zei Krieltje. "Je hebt vooral een fijne plek nodig en een dag waarop niemand aarde in je bak gooit."
Ze maakten de kruiwagen eerst goed schoon. Krieltje veegde de laatste restjes aarde uit de bak. Kluitje controleerde of het wiel stevig vastzat.
Daarna vulden ze hem niet met tuingereedschap, maar met een oude deken, een klein kussentje en de rood-witte parasol uit het tuinhuisje.
Krieltje zette er een kan water met schijfjes komkommer bij. Kluitje pakte twee bekers en een trommeltje met boterhammen.
Kipje kwam controleren of de lekkere hapjes inderdaad waren ingepakt. Haar drie kuikentjes probeerden tegelijk onder het deksel te kijken.
Kerrie sprong in de kruiwagen en ging boven op het kussentje liggen.
"Jij bent geen vakantiespulletje," zei Krieltje.
Kerrie sloot zijn ogen en deed alsof hij haar niet hoorde.
Ze haalden hem er voorzichtig weer uit.
"Je mag mee," zei Kluitje. "Maar je hebt zelf vier prima poten."
Samen reden Krieltje en Kluitje de kruiwagen naar de waterkant. Kerrie liep er langzaam achteraan, voor het geval het kussentje onderweg toch nog vrij zou komen.
Ze zochten een rustig plekje waar ze de vogels niet stoorden en zetten de kruiwagen stevig neer, ver genoeg van de rand.
Kluitje klapte de parasol uit.
Krieltje legde de ansichtkaart tegen het kussentje.
"Het is geen echte zee," zei ze. "Maar er is water, er zijn bootjes en de wind ruikt vandaag best een beetje naar avontuur."
De kruiwagen zei niets.
Kerrie lag naast de bak met zijn poten omhoog. Noa had het kussen ingepikt. Kipje wandelde met haar drie kuikentjes door het gras, op zoek naar kruimeltjes die officieel nog niet waren gevallen.
Krieltje en Kluitje dronken komkommerwater en keken naar de wolken.
"Die lijkt op een zeilboot," zei Kluitje.
"En die op een schep," zei Krieltje.
"Dat is niet erg vakantieachtig."
"Voor een kruiwagen wel."
Na een tijdje voer er een echt zeilbootje voorbij.
Krieltje zwaaide.
Tot haar verbazing zwaaide iemand op het bootje terug.
"Kijk," zei ze tegen de kruiwagen. "Vakantie."
Een zacht briesje bewoog de parasol.
De kruiwagen kraakte tevreden.
"Krie-iek…"
Krieltje keek naar Kluitje.
"Zei hij nou weer 'zee'?"
Kluitje schudde zijn hoofd.
"Volgens mij zei hij 'thee'."
Krieltje keek naar de lege bekers.
Toen zuchtte ze.
"Eén vakantiedag en meneer heeft al wensen."

