Krieltje en de lachspiegels
Kijk nou wat Krieltje in de garage vindt! Oude lachspiegels van een kermis die zij een hele tijd terug mocht meenemen. Die gaan mee naar de tuin haha... en een lol dat ze hebben!
Krieltje_en_de_lachspiegels
Krieltje was thuis haar garage aan het opruimen toen ze achter een stapel dozen iets bijzonders ontdekte.
Spiegels!
Maar geen gewone spiegels. Het waren lachspiegels.
Ooit had Krieltje ze gekregen van een kermisman. Hij had voor zijn kermisattractie nieuwe spiegels gekocht en wist niet wat hij met de oude moest doen. Krieltje vond ze zo grappig dat ze vroeg of ze er een paar mocht hebben.
Dat mocht.
De spiegels waren niet van zwaar glas gemaakt, maar van een soort licht spiegelend metaal. Ze waren ook niet bijzonder groot. Kluitje had geholpen om ze op te halen en samen hadden ze de spiegels in Krieltjes garage gezet.
Daarna waren ze ze helemaal vergeten.
Tot vandaag.
Krieltje veegde het stof van de eerste spiegel en keek erin.
"Kijk mij nou!" riep ze.
In de spiegel had ze een piepklein hoofd en een enorm brede buik. Ze draaide zich opzij en begon meteen te lachen.
Kerrie kwam nieuwsgierig dichterbij. Toen hij zichzelf in de spiegel zag, schrok hij zo erg dat hij met een luid "Woef!" een flinke sprong achteruit maakte.
Heel voorzichtig liep hij weer naar voren.
De hond in de spiegel deed precies hetzelfde.
Kerrie hield zijn hoofd schuin.
De spiegelhond ook.
Kerrie tilde één poot op.
De spiegelhond eveneens.
Toen begon Kerrie hard te kwispelen. Dat deed die andere hond gelukkig ook.
Francis en Camilia kwamen eveneens kijken. Ze tuurden even naar hun vreemd uitgerekte spiegelbeelden en liepen daarna rustig terug naar hun slaapplekje.
Niets om je als poes druk over te maken.
Krieltje maakte ook de andere spiegels schoon. In de ene spiegel werd ze heel lang en dun, in de volgende klein en rond en in weer een andere spiegel leek haar hoofd wel zo breed als een regenton.
"Zullen we ze meenemen naar de tuin?" vroeg ze aan Kerrie.
"Woef!" antwoordde Kerrie enthousiast.
"Dan bellen we Kluitje."
Kluitje begon al te lachen toen Krieltje vertelde wat ze had gevonden.
"O ja! Die spiegels die we toen hebben opgehaald! Heb je die nog steeds?"
"Blijkbaar wel," zei Krieltje. "Wil je helpen om ze naar de tuin te brengen?"
"Natuurlijk!"
Even later stond Kluitje voor de deur. Ze legden zachte doeken tussen de spiegels en maakten alles stevig vast met banden. Daarna reden ze voorzichtig naar de volkstuin.
Daar haalden ze de spiegels één voor één van de auto en plaatsten ze verspreid tussen de tuinpaden. Natuurlijk zorgden ze ervoor dat niemand ertegenaan kon lopen en dat er geen planten onder kwamen te staan.
Telkens wanneer Krieltje en Kluitje toevallig in een spiegel keken, begonnen ze opnieuw te lachen.
De dieren werden nieuwsgierig en kwamen van alle kanten aanlopen.
"Wat gebeurt hier?" vroeg de veenmol. "Mijn hele huis schudt van jullie gelach."
Hij liep naar een spiegel en keek erin.
"Wie is dat?" riep hij. "Ben ik dat? Wat zie ik er vreemd uit!"
Zijn lijf leek wel drie keer zo lang, terwijl zijn pootjes bijna verdwenen waren.
De andere tuindieren kwamen nu ook kijken. De muisjes maakten zich lang en kort voor de spiegels. Een slak ontdekte een spiegel waarin haar huisje zo groot leek als een caravan. De vogels sprongen heen en weer om hun spiegelbeelden te bekijken.
"Zo," zei Kluitje nadat hij de laatste spiegel had neergezet. "Dat was hem."
Bezweet en moe van het sjouwen keken Krieltje en Kluitje elkaar aan.
"Even zitten?" vroeg Krieltje.
"Ja, graag."
Ze ploften neer op de stoelen bij het tuinhuisje. Wat ze vergeten waren, was dat een paar meter voor het zitje ook een lachspiegel stond.
Ze zagen zichzelf tegelijkertijd.
Krieltje leek piepklein in een reusachtige stoel te zitten, terwijl Kluitje lange, kronkelige benen had die bijna tot aan de tafel reikten.
Ze begonnen zo hard te lachen dat ze nauwelijks nog konden ademhalen. Daarna gingen ze expres vreemde houdingen aannemen. Ze staken hun armen omhoog, trokken gekke gezichten en bogen naar links en rechts.
Hoe gekker zij deden, hoe vreemder hun spiegelbeelden eruitzagen.
Op dat moment kwam Kipje met haar drie kuikens aanlopen. Kipje was net wakker geworden. Ze had zo diep geslapen dat ze niets van alle drukte had meegekregen.
"Wat is het druk in de tuin," mompelde ze slaperig.
Toen zag ze Krieltje en Kluitje.
"Waarom lachen jullie zo? En waarom zien jullie er zo vreemd uit?"
Kipje wreef met haar vleugel langs haar ogen. Ze dacht dat ze nog half sliep.
Wat ze niet wist, was dat ze tegen de spiegelbeelden van Krieltje en Kluitje praatte.
"Waarom geven jullie geen antwoord?" vroeg ze.
Verward liep ze dichter naar de spiegel toe. Toen verscheen ook haar eigen spiegelbeeld.
"Oh!" riep Kipje geschrokken. "Wat zie ík er raar uit vandaag!"
In de spiegel had ze een lange, dunne hals, een piepklein lijfje en een achterwerk dat bijna de hele spiegel vulde.
Kipje kneep zichzelf voorzichtig in haar vleugel om te controleren of ze nog droomde.
"Au!"
Nee, ze droomde niet.
Ze keek om zich heen en zag toen de echte Krieltje en Kluitje achter haar zitten.
"Het zijn lachspiegels," legde Krieltje uit.
Kipje keek nog eens naar haar vreemde spiegelbeeld. Eerst trok ze een verbaasd gezicht. Daarna begon ze te grinniken en even later kakelde ze het uit van het lachen.
Haar kuikens kwamen ook kijken. In de spiegel leek het ene kuiken heel lang, het tweede piepklein en het derde zo rond als een geel bolletje wol.
Na een tijdje had iedereen buikpijn van het lachen en moesten ze even bijkomen.
"Wat gaan we eigenlijk met de spiegels doen?" vroeg Kluitje.
Krieltje dacht na.
"Misschien wil de moestuinvereniging ze hebben. Dan kunnen ze de spiegels gebruiken tijdens een open dag."
"Dat is een goed idee," zei Kluitje.
"Hallo!" klonk het plotseling bij de poort.
Daar stond Mona, de voorzitter van de moestuinvereniging. Haar tuin lag een eindje verderop.
"Ik hoorde zoveel gelach dat ik even moest komen kijken," zei ze.
Krieltje vertelde over de lachspiegels en Mona liep nieuwsgierig naar de eerste spiegel. Haar benen werden daarin heel kort en haar armen juist ontzettend lang.
Mona schoot in de lach.
"Wat zijn die leuk!"
"We kunnen ze niet in onze tuin houden," zei Krieltje. "Misschien wil de vereniging ze hebben voor de open dagen?"
"Echt waar?" vroeg Mona. "Wat ontzettend aardig! Ja, heel graag. Ik regel dat ze morgen veilig worden opgehaald."
"Maar wat doen we er vandaag mee?" vroeg Kluitje.
Mona keek naar alle lachende dieren.
"Misschien kunnen we de andere tuinders uitnodigen om ook even te komen kijken."
"Leuk!" zei Krieltje.
Ze pakte een stuk karton en maakte een bord voor bij de poort:
LACHSPIEGELS
IN KRIELTJES TUIN
IEDEREEN MAG KOMEN KIJKEN!
Onderaan schreef ze:
Let goed op
waar je loopt.
Ga niet op de planten of de dieren staan—hoe klein ze ook zijn.
Langzaam kwamen steeds meer tuinders kijken. Ook dieren uit andere tuinen hadden over de spiegels gehoord. Al snel was het een drukte van jewelste.
Iedereen trok gekke gezichten, nam vreemde houdingen aan en lachte om zichzelf en om elkaar. Zelfs Noa kwam uiteindelijk kijken. Ze ging recht voor een spiegel zitten waarin ze bijzonder groot en statig leek.
Noa bekeek haar spiegelbeeld aandachtig.
"Deze spiegel klopt tenminste," leek haar gezicht te zeggen.
Aan het einde van de middag namen de laatste bezoekers afscheid.
"Wat een dag," zei Krieltje.
"En wat hebben we gelachen," antwoordde Kluitje.
Samen controleerden ze of alle spiegels stevig en veilig stonden. Morgen zou Mona ze laten ophalen voor de vereniging.
"Zullen we naar huis gaan?" vroeg Kluitje.
"Graag," zei Krieltje. "Mijn wangen zijn moe van het lachen."
Kerrie liep nog één keer langs zijn favoriete spiegel. Hij keek naar de heel lange, heel dunne hond die hem vanuit de spiegel aankeek.
Kerrie hield zijn hoofd schuin.
De spiegelhond deed hetzelfde.
"Woef!" zei Kerrie tevreden.
En zo vertrokken ze naar huis, terwijl vanuit de tuin nog één klein lachje klonk.
Het kwam van de veenmol, die stiekem nog één keer naar zijn veel te lange spiegelpoten was gaan kijken.

