Krieltje en de modderengelen

16-09-2026

Het is glibberen vandaag in de tuin, want overal ligt modder. Wanneer Krieltje een wortel uit de grond probeert te trekken, blijkt die behoorlijk vast te zitten. Maar dan schiet hij ineens los… Plof! Krieltje valt zo met haar billen in de modder. Het begin van een heerlijk kliederverhaaltje!

Krieltje en de modderengelen 

Het had de hele nacht geregend.

Toen Krieltje de volgende ochtend haar tuin binnenstapte, zakten haar rode laarzen meteen een stukje in de zachte aarde.

Sop… sop…

"Voorzichtig," waarschuwde Kluitje. "Het pad is glad."

"Ik doe mijn best," zei Krieltje terwijl ze voorzichtig vooruitliep.

Op hetzelfde moment gleed haar linkervoet een stukje opzij. Ze zwaaide wild met haar armen, maar wist nog net overeind te blijven.

"Oei!"

Kluitje schrok er zelfs van. "Dat ging nog maar net goed," zei hij. Ook hij liep nu heel voorzichtig.

"Ik denk dat we andere laarzen nodig hebben voor deze gladheid," zei Krieltje. "Misschien met spikes?"

Kluitje moest lachen. "Ik zie ons al met scherpe metalen punten onder onze laarzen lopen. Ik geloof niet dat dat fijn loopt."

Kerrie sprong vrolijk langs hen heen. Zijn poten spatten de modder alle kanten op.

Krieltje veegde een spetter van haar overall.

In de moestuin stonden de wortels nog stevig in de grond. Hun groene bladeren glinsterden van de regendruppels.

"Deze mogen eruit," zei Krieltje. Ze pakte een flinke bos loof met beide handen vast. "We maken vanavond wortelsoep."

Ze trok.

De wortel bewoog niet.

Krieltje zette één laars tegen de rand van het groentebed en trok harder.

"Misschien moet je hem eerst een beetje loswrikken," stelde Kluitje voor.

"Hij komt al bijna."

Dat was helemaal niet waar. De wortel zat nog precies even stevig vast.

Krieltje zette ook haar andere laars schrap. Ze boog achterover en trok met al haar kracht.

"Pas nou op," zei Kluitje.

"Ja, dat weet ik. Maar er is niets achter mij behalve zand en modder, dus wat kan mij gebeuren?" zei Krieltje.

Ze was het namelijk zat om altijd maar supervoorzichtig te moeten zijn.

PLOP!

De wortel schoot uit de grond.

Krieltje vloog achteruit, zwaaide met haar armen en belandde met een doffe plof midden op het modderige pad.

Even was het doodstil.

Kluitje beet op zijn lip.

Krieltje keek naar de wortel in haar hand en begon hard te lachen. Daar zat ze dan, met de wortel nog stevig vast, midden in de modder.

Kluitje begon mee te lachen.

Kerrie rende enthousiast naar haar toe en draaide rondjes om haar heen. Door zijn geren spatte de modder omhoog en al snel zat Krieltje helemaal onder.

"Haha… die Kerrie toch," zei Krieltje.

Kerrie liet zich naast haar op zijn rug vallen en begon met zijn poten in de lucht door de modder te rollen.

"Kijk! Ik kan het ook!"

Krieltje moest nog harder lachen. Ze liet zich achterover in de modder vallen.

"Wat doe je nou?" vroeg Kluitje verbaasd.

"Och," zei Krieltje. "Het is maar modder."

En ze begon opnieuw te lachen.

Kluitje liep naar haar toe. "Kom maar, ik help je overeind."

"Waarom kom jij er niet gezellig bij?" vroeg Krieltje.

"Nou," zei Kluitje, "de wortel is er in ieder geval uit."

Hij pakte haar hand vast om haar overeind te trekken. Op dat moment gleed ook Kluitje weg en viel hij naast haar in de modder.

"Pfff… hahaha!" Krieltje kwam niet meer bij van het lachen.

Kluitje keek haar aan en begon ook te lachen. Zijn hele buik schudde ervan.

"De volgende wortel mag jij doen," zei Krieltje. Ze keek hem aan met haar gezicht vol modder.

Kerrie stond hijgend naast hen en vond het allemaal prachtig.

"Laten we een modderengel maken," zei Krieltje.

Ze ging weer op haar rug liggen en zwaaide met haar armen en benen door de modder.

"Haha… ja, we zijn nu toch al vies," zei Kluitje.

Ook hij ging op zijn rug liggen en bewoog zijn armen en benen heen en weer. Langzaam ontstonden er twee engelen in de modderige aarde.

Kerrie genoot van het spelletje en rolde zelf ook nog een keer heen en weer. Zijn modderengel leek meer op een grote, harige vlek.

Daarna bleven ze even stil liggen en keken naar de wolken in de lucht.

"Mooie wolken," zei Kluitje.

"Ja," antwoordde Krieltje.

Een tijdje zeiden ze niets. Ze lagen gewoon naast elkaar naar de voorbijdrijvende wolken te kijken.

Toen zag Krieltje een paar vogels overvliegen. De vogels keken verbaasd naar beneden.

"We worden bekeken," zei ze.

"Ja, ik zie het," zei Kluitje. "Zullen we samen de andere wortels uit de grond trekken?"

"Prima," zei Krieltje.

Ze kwamen overeind en bleven midden op het pad in de modder zitten.

"Kijk nou!" zei Kluitje.

Hij wees naar de dieren verderop in de tuin. Die stonden verbaasd naar de drie modderige wezens te kijken.

Kipje hield haar drie lichtgele kuikentjes tegen. De kuikentjes piepten opgewonden en probeerden steeds langs haar heen te glippen.

"Nee," zei Kipje streng. "Een andere keer. Ik heb vandaag geen tijd om jullie alle drie weer schoon te maken."

De kuikentjes bleven proberen om dichter bij de modder te komen. Blijkbaar zag het spel er zó leuk uit dat ze het liefst meteen mee wilden doen.

Ook Noa, Francis en Camilia keken vanuit een veilige, droge plek toe. Geen van de katten leek van plan om ook maar één poot in de modder te zetten.

Krieltje en Kluitje moesten lachen. Kerrie bleef ondertussen vrolijk om hen heen spelen.

De volgende wortels trokken ze samen uit de grond. Het maakte nu toch niet meer uit of ze uitgleden of opnieuw in de modder vielen.

Moe, voldaan en helemaal bedekt met modder glibberden ze over het pad naar het tuinhuisje. Ze legden de wortels op tafel en lieten zich met een plof in de stoelen zakken.

"Poeh," zei Kluitje. "Ik ben nu al op."

"Ja, ik ook," zei Krieltje.

Kerrie zag er al net zo moe uit. Hij lag met zijn kop op de grond uit te rusten van al het rennen, springen en rollen.

Nadat ze een tijdje stil hadden gezeten, keek Kluitje naar hun kleren. Daarna keek hij naar Kerrie.

"Hoe krijgen we onszelf én Kerrie ooit weer schoon?"

Krieltje bekeek Kerrie en toen Kluitje.

"Tja, dat wordt nog een hele klus. Ik denk dat we vanavond geen wortelsoep eten, maar pizza."

"Goed idee," zei Kluitje.

Ze verzamelden hun spullen en glibberden voorzichtig over het gladde pad terug naar de fietsen.

Noa wilde niet mee naar huis. Ze had gezien hoe vies Kerrie was en piekerde er niet over om bij hem in de fietskar te gaan zitten. Ze kroop het tuinhuisje in en besloot daar te wachten tot iedereen weer schoon was.

Francis en Camilia hadden minder geluk. Zij moesten wel mee, maar gingen in de fietskar zo ver mogelijk bij Kerrie vandaan zitten.

Het zag er werkelijk niet uit.

Onderweg bleven Krieltje en Kluitje lachen. De mensen die ze tegenkwamen, keken verbaasd naar de twee modderige kinderen en de al even modderige hond in de fietskar.

Daardoor beseften Krieltje en Kluitje pas echt hoe ze eruitzagen.

Thuis moesten ze hard aan de slag om zichzelf, hun kleding, hun laarzen, Kerrie én de fietskar weer schoon te krijgen.

Maar het was het waard.

En de pizza…

Die was heerlijk.

Share