Krieltje en de poepende vogels

06-07-2026

Get wat is dat nou toch!!!??? Maar die poep blijkt toch ook nuttig te zijn....

Krieltje en de poepende vogels
06-07-2026

Krieltje zat op haar stoel onder de appelboom. Ze had haar laarzen uitgeschopt, haar voeten in het gras gezet en een beker limonade naast zich staan. Kerrie de hond lag languit op zijn zij te slapen, Noa de poes zat iets verderop in het gras alsof ze de hele tuin bewaakte, en de andere poezen deden alsof ze niet nieuwsgierig waren. Dat deden poezen wel vaker. Boven haar hoofd zaten de vogels druk te praten. Een roodborstje hipte van tak naar tak. Een merel trok een worm uit de grond. Een paar mussen maakten ruzie over een kruimel die niemand meer kon vinden. Krieltje glimlachte. "Wat is het toch gezellig met jullie." Flats! Op dat moment voelde ze iets warms op haar arm. Krieltje keek naar haar arm. Toen keek ze omhoog. Het roodborstje keek héél toevallig de andere kant op. "Serieus?" zei Krieltje. De merel floot een deuntje alsof hij nergens iets mee te maken had. Krieltje pakte een doekje uit haar tas en veegde haar arm schoon. "Nou ja," mompelde ze. "Kan gebeuren." Maar toen ze opstond, zag ze nóg meer. Op het bankje zat een witte flats. Op een rabarberblad lag een paarsrode veeg. Op de rand van de regenton zaten drie kleine stipjes. En op haar tuinschrift zat een spetter die verdacht veel leek op bessenpoep. Krieltje zette haar handen in haar zij. "Jongens. Meiden. Vogels. Dit begint op een poepfeest te lijken." De mussen vielen even stil. Noa keek naar de vogelpoep op het bankje en trok haar neus op. "Precies," zei Krieltje. "Zelfs Noa vindt er iets van." Kerrie werd wakker, snuffelde aan een blaadje en keek daarna alsof hij graag wilde weten of dit eetbaar was. "Nee," zei Krieltje meteen. "Niet proeven." Uit de appelboom klonk een zacht kuchje. Het roodborstje hipte naar een lagere tak. "Wij doen het niet expres." zei het roodborstje. "Dat hoop ik," zei Krieltje. "Wij hebben geen wc," zei de merel. "En vliegen met buikpijn is heel lastig," piepte een mus. Krieltje keek omhoog. Daar had ze nog niet eens zo over nagedacht. Vogels zaten natuurlijk niet netjes op een vogeltoilet met een krantje erbij. Ze aten besjes, zaadjes, insecten en fruit. En wat erin ging, moest er ook weer uit. Soms terwijl ze op een tak zaten. Soms terwijl ze vlogen. En soms, heel ongelukkig, precies boven Krieltjes arm. "Maar waarom is sommige poep rood?" vroeg Krieltje. De merel stak zijn borst vooruit. "Bessen." "En paars?" vroeg Krieltje. "Ook bessen," zei het roodborstje. "En wit?" "Gewoon vogelpoep," zei een mus trots, alsof hij net een spreekbeurt had gegeven. Krieltje zuchtte. "Het is dus niet om mij te plagen," zei Krieltje. "Het hoort gewoon bij vogels." "Precies," zei het roodborstje. Op dat moment viel er uit een bessepoepje een klein zaadje op de grond. Het rolde tussen twee grassprietjes en bleef daar liggen. Krieltje hurkte erbij. "Wacht eens even…" De vogels bogen allemaal naar voren. "Jullie poepen soms zaadjes uit," zei Krieltje. "Dat kan," zei de merel. "En die zaadjes kunnen dan weer plantjes worden." Het roodborstje knikte. "Wij zijn eigenlijk vliegende tuinhelpers." Krieltje keek naar haar arm, naar het bankje, naar de regenton en naar het zaadje in het gras. "Vliegende tuinhelpers met slechte timing," zei ze. De vogels deden alsof ze dat niet hoorden. Krieltje liep naar haar donkere groene huisje en kwam terug met een klein emmertje water, een doekje en een bordje. Op het bordje schreef ze: Let op voor vallende flatsen ? Hier wonen vliegende tuinhelpers Daaronder tekende ze een besje, een zaadje en een vogel met een veel te onschuldig gezicht. De muizen kwamen kijken. De slakken kwamen kijken. Zelfs de veenmol kwam even boven de grond met zijn stevige graafpootjes voor zich. "Poepbord," zei hij bewonderend. "Dat zie je niet elke dag." "Gelukkig niet," zei Noa. Krieltje zette het emmertje water naast haar stoel. "Zo. Als iemand mij weer raakt, kan ik het meteen schoonmaken." Het roodborstje keek schuldbewust naar haar arm. "Sorry van daarnet." "Geeft niks," zei Krieltje. "Maar probeer voortaan een beetje te mikken naast mij." "Wij doen ons best," zei de merel. Krieltje ging weer zitten. Ze pakte haar beker limonade, keek naar de vogels in de appelboom en glimlachte. "Jullie mogen blijven," zei ze. "Met poep en al. Want een tuin zonder vogels is ook maar stil." Kerrie zuchtte tevreden. Noa knipperde langzaam met haar ogen. De vogels begonnen weer te kwetteren. En net toen Krieltje dacht dat alles weer rustig was, klonk er boven haar hoofd een klein, verdacht geluidje. Flats! Krieltje keek naar de spetter naast haar laars. "Goed zo," zei ze. "Dat was naast mij." Het roodborstje boog trots. En tussen de bloemen lag een klein zaadje klaar om misschien ooit iets moois te worden.


Share