Krieltje en de pompoen die wilde dansen
Krieltjes verhalen reeks : Eindelijk een pompoen! Maar wat wil hij?? Dansen??...

Krieltje en de pompoen die wilde dansen
Een klein verhaal uit de volkstuin | 22 juni 2026
Krieltje had het eindelijk voor elkaar. Er groeide een pompoen in haar volkstuin.
Ze had het jarenlang geprobeerd. Ze had pompoenpitten gezaaid, water gegeven, vriendelijk toegesproken en zelfs een keer een bordje geplaatst waarop stond: HIER GRAAG EEN POMPOEN. Maar er gebeurde nooit iets.
En nu was er zomaar een plantje verschenen in haar compostbak. Waarschijnlijk was een zaadje van vorig jaar tussen de groenteschillen terechtgekomen en daar stilletjes wakker geworden.
Het kleine plantje veranderde al snel in een reusachtige groene slingerplant. Grote bladeren bedekten de compostbak en lange ranken kropen over de grond. Eén rank probeerde zelfs het donkergroene tuinhuisje binnen te groeien.
De hond vond dat prachtig. Hij gebruikte een groot blad als parasol. De twee poezen vonden het minder geslaagd. Hun favoriete zonnige plekje was verdwenen onder iets wat volgens hen veel te groen en veel te enthousiast was.
Boven op de compostbak verscheen een gele bloem. Uit die bloem groeide een klein groen bolletje. Het bolletje werd groter, ronder en uiteindelijk prachtig oranje.
Krieltjes allereerste pompoen glansde alsof iemand hem iedere ochtend poetste.
'Wat ben je mooi,' zei Krieltje trots. De pompoen straalde nog een beetje harder.
Maar op een ochtend zag Krieltje dat er iets veranderd was. De pompoen glansde niet meer. Zijn oranje kleur leek dof en zijn grote blad hing slap over hem heen.
Rondom de compostbak zaten zeven muisjes. Ze keken bezorgd omhoog. Toen Krieltje dichterbij kwam, hoorde ze zacht gesnik.
'Is er iets met jullie?' vroeg ze aan de muisjes. De muisjes schudden hun kopjes en wezen naar boven.
Het gesnik kwam uit de pompoen.
Krieltje zette een omgekeerde emmer naast de hoge compostbak en klom er voorzichtig op.
'Wat is er aan de hand?' vroeg ze.
De pompoen zweeg eerst. Toen klonk er een klein, bibberig stemmetje. 'Ik wil dansen.'
Krieltje keek naar de ronde pompoen, zijn stevige steel en de dikke rank waarmee hij aan de plant vastzat. 'Dansen?'
'Iedere avond hoor ik de bladeren ritselen,' snikte de pompoen. 'Ik zie de vlinders door de lucht fladderen en de muisjes over de grond huppelen. Zelfs de slakken bewegen sierlijker dan ik.'
Onder aan de compostbak knikte een slak ernstig. 'Wij noemen het glijden,' zei hij. 'Maar sierlijk is ook goed.'
De pompoen zuchtte. 'Ik lig hier maar. Ik kan alleen een beetje wiebelen als het waait. En ik wil zo graag één keer draaien.'
'Heb je ooit eerder gedanst?' vroeg Krieltje.
'Nee,' zei de pompoen. 'Maar ik voel dat ik er bijzonder goed in zou zijn.'
Krieltje dacht diep na. Ze wilde de pompoen niet zomaar van zijn plant afsnijden. Misschien was hij daar nog niet klaar voor. Maar iemand die wilde dansen, moest op zijn minst de kans krijgen om het te proberen.
'Dan organiseren we vanavond een dansfeest,' besloot ze.
De muisjes begonnen onmiddellijk door elkaar te piepen. Eén muis haalde twee lege walnootdoppen en gebruikte ze als trommels. Een ander spande een grasspriet over een luciferdoosje en noemde dat een viool. De kleinste muis blies op een paardenbloemstengel. Er kwam geen muziek uit, maar wel een pluisje in zijn neus.
De hommels vormden een bromkoor. De krekels beloofden het ritme te verzorgen en Candy de wesp werd gevraagd om alleen mee te zoemen en niet de dirigent te steken.
'Ik steek nooit zonder reden,' zei Candy beledigd.
'Dat weten we,' zei Krieltje. 'Maar dirigenten zwaaien nogal veel met hun armen.' Candy vond dat een redelijk punt.
Krieltje maakte van een oude aardappelmand een dansplateau. Ze bekleedde het met zacht mos en legde er ronde houten schijfjes onder. Daarna bond ze brede linten om de mand, zodat de muisjes eraan konden trekken.
Maar toen ze de pompoen voorzichtig wilde optillen, hield zijn steel hem tegen.
'Au!' riep de pompoen.
'Stop!' zei Krieltje meteen. De pompoen zat nog stevig vast en zijn ranken waren niet lang genoeg om hem naar het dansplateau te verplaatsen.
'Misschien kan ik toch niet dansen,' fluisterde hij. Zijn oranje kleur werd nog een beetje doffer.
De twee poezen zaten op veilige afstand te kijken. Eén van hen gaapte. De andere keek naar een lange rank die over de rand van de compostbak hing.
Toen sprong ze erop. De rank veerde naar beneden. De pompoen bewoog. Niet veel. Slechts een klein stukje naar links en daarna weer terug.
Maar de pompoen hield onmiddellijk op met snikken. 'Ik bewoog!' riep hij.
De poes sprong nog een keer op de rank. De pompoen wiebelde naar rechts. 'Ik dans!'
Krieltje kreeg een idee. Ze legde zachte rollen mos onder de ranken en maakte er een soort verende dansvloer van. De muisjes verdeelden zich rondom de compostbak. Ieder groepje kreeg een rank om voorzichtig op het ritme omhoog en omlaag te bewegen.
Toen de zon achter het weiland zakte, begon het orkest. De walnootdoppen tikten. De krekels tjirpten. De hommels bromden een lage toon en Candy zoemde er iets doorheen wat volgens haar een solo was.
De muisjes trokken zachtjes aan de ranken. De pompoen wiegde naar links. Daarna naar rechts. Hij maakte een klein hupje, een halve draai en vervolgens een beweging die niemand ooit eerder had gezien.
'Hoe heet die dans?' vroeg Krieltje.
'De Pompoenpolka!' riep de pompoen.
De hond wilde meedoen. Hij sprong enthousiast op een rank, waardoor de pompoen plotseling een volledige draai maakte. Iedereen hield zijn adem in.
'Nog een keer!' riep de pompoen.
Tot laat in de avond danste hij boven op de compostbak. Zijn oranje schil glansde weer en werd steeds stralender. Zelfs de poezen deden mee, al beweerden ze later dat ze alleen op muizen hadden gelet.
Toen het feest voorbij was, lag de pompoen tevreden tussen zijn bladeren.
'Dank je,' zei hij slaperig tegen Krieltje. 'Ik dacht dat je voeten nodig had om te kunnen dansen.'
'Nee hoor,' zei Krieltje. 'Je hebt vooral muziek nodig, een beetje hulp en iemand die gelooft dat het kan.'
De pompoen had de avond van zijn leven gehad. Moe en tevreden viel hij tussen zijn grote groene bladeren in slaap.
Die nacht droomde hij van een gouden balzaal, waar honderden pompoenen over de glanzende vloer dansten. Grote pompoenen, kleine pompoenen, langwerpige pompoenen en zelfs één die voortdurend de verkeerde kant opdraaide. Samen dansten ze de Pompoenpolka.
Toen de pompoen de volgende ochtend wakker werd, voelde hij de warme zon op zijn oranje schil. Hij rekte zich uit - voor zover een pompoen dat kan - en keek om zich heen.
Aan zijn lange groene ranken schitterden overal nieuwe gele bloemen.
'Krieltje!' riep hij. 'Kijk eens!'
Krieltje kwam aangesneld. Ook de muisjes, de poezen en de hond verzamelden zich rondom de compostbak.
Uit iedere bloem groeide langzaam een klein groen bolletje. De bolletjes werden groter en ronder, totdat er overal prachtige pompoenen tussen de bladeren lagen.
'Nu hoef ik nooit meer alleen te dansen,' fluisterde de pompoen.
Die avond klonken de walnootdoppen opnieuw. En boven de compostbak hing een nieuw bordje: POMPOENPOLKA - IEDEREEN MET OF ZONDER VOETEN MAG MEEDOEN.
De eerste pompoen wiegde zachtjes tussen zijn nieuwe vrienden. Precies zoals hij die nacht had gedroomd.
