Krieltje en de prei met haast
Wat is dat nou??? Eén prei in de moestuin van Krieltje staat ineens verderop in de tuin. Preien kunnen toch niet lopen??? Krieltje en Kluitje gaan op onderzoek uit. Een nachtelijk avontuur met een geweldige uitkomst.
Krieltje en de prei met haast
Toen Krieltje op een ochtend haar tuinronde deed, bleef ze plotseling staan.
"Dat is vreemd," zei ze.
Kluitje keek om zich heen.
"Wat is vreemd?"
"Mijn prei."
Kluitje bekeek de rij preien. Ze stonden keurig rechtop, met hun groene bladeren in de ochtendzon.
"Hij ziet er behoorlijk preiachtig uit."
"Dat bedoel ik niet. Gisteren stond die grote prei naast het stokje."
Krieltje wees naar een houten stokje in de grond. De prei stond er minstens drie handenbreedtes vandaan.
"Misschien heb je het stokje verplaatst," zei Kluitje.
Krieltje zette haar handen in haar zij.
"Ik weet heus wel waar ik mijn eigen stokjes neerzet."
Kerrie snuffelde aan de prei. Noa bekeek alles vanaf het tuinbankje. Kipje kwam nieuwsgierig aangescharreld met haar drie kuikentjes.
"Niemand aankomen," zei Krieltje. "Dit is een onderzoek."
Kipje deed onmiddellijk drie stappen achteruit. Daarna één vooruit, omdat ze daar toevallig een lekker zaadje zag liggen.
Krieltje zette een tweede stokje precies naast de prei. Met een dun takje trok ze een duidelijke lijn in de aarde.
"Zo," zei ze. "Nu weten we het morgen zeker."
De volgende ochtend rende Krieltje meteen naar het preibed.
De prei stond aan de andere kant van de lijn.
"Zie je wel!" riep ze.
Kluitje knielde erbij.
"Hij is bijna een hele laars opgeschoven."
"Een prei met haast," fluisterde Krieltje.
Ze onderzochten de grond. Er waren geen pootafdrukken. Geen sleepspoor. Geen omgevallen kluitjes aarde.
Kerrie stak zijn neus tussen de bladeren en niesde zo hard dat Kipje van schrik achteruit kakelde.
"Misschien loopt hij alleen 's nachts," zei Kluitje.
"Preien hebben geen benen."
"Dat maakt het juist verdacht."
Krieltje pakte haar vergrootglas. Ze vond een glimmend slakkenspoor en een afdruk die verdacht veel op Kipjes poot leek.
"Heb jij iets met deze prei gedaan?" vroeg ze.
Kipje schudde zo nadrukkelijk haar kop dat haar kam ervan wiebelde.
Het slakkenspoor liep langs de prei en eindigde onder een slaplant. Daar zat een slak rustig te ontbijten.
"Die valt af," zei Krieltje. "Hij zou een week nodig hebben om de prei zo ver te verplaatsen."
"Dan moeten we vannacht op wacht," besloot Kluitje.
Die avond verstopten Krieltje en Kluitje zich achter de regenton. Ze namen een deken mee, twee bekers warme melk en een trommeltje met stukjes appel.
Kerrie lag tussen hen in. Noa zat op het dak van het tuinhuisje en deed alsof ze nergens bij hoorde. Kipje en haar kuikentjes zaten veilig in hun nachthok.
Het werd donker.
Een slak gleed voorbij. Een nachtvlinder fladderde om de bloemen. Ergens in de heg ritselde iets kleins.
De prei bewoog niet.
Krieltje at een stukje appel.
Kluitje at er twee.
Kerrie keek hoopvol naar het trommeltje.
"Jij zou de wacht houden," fluisterde Krieltje.
Kerrie legde zijn kop op zijn poten en zuchtte.
Krieltje gaapte.
Kluitje gaapte ook.
Kerrie snurkte zachtjes tegen de regenton.
Toen klonk er ineens een dof geluid.
Boef.
De prei trilde.
Boef.
Hij ging een beetje scheef staan.
"Hij doet het!" fluisterde Krieltje.
Boef!
Met een klein schokje schoof de prei opzij.
Krieltje en Kluitje kropen voorzichtig dichterbij. Ze hielden Kerrie achter zich, zodat hij niet enthousiast boven op het raadsel zou springen.
Onder de prei kwam een klein hoopje aarde omhoog.
Daarna verscheen er een neusje.
Toen twee snorharen.
En ten slotte het verbaasde gezicht van een woelmuis.
"O," zei de woelmuis. "Alweer verkeerd uitgekomen."
"Verplaats jij mijn prei?" vroeg Krieltje.
"Ik probeer hem juist níét te verplaatsen," zei de woelmuis. "Maar telkens wanneer ik mijn slaapkamer groter maak, kom ik precies onder zijn wortels terecht."
"Waarom graaf je dan niet de andere kant op?" vroeg Kluitje.
De woelmuis wees onder de grond.
"Links zit een steen. Rechts woont een familie regenwormen. Achter mij ligt de voorraadkast en vóór mij staat dus… tja…"
"Mijn prei," zei Krieltje.
De woelmuis knikte somber.
"Hij staat bijzonder onhandig."
Krieltje dacht even na. Ze wilde de woelmuis niet uit zijn huis jagen. Maar de prei kon ook niet iedere nacht door de tuin blijven wandelen.
"Dan verplaatsen we hem één keer goed," besloot ze. "Overdag, met beleid."
De volgende ochtend maakte Krieltje de aarde rond de prei voorzichtig los. Kluitje groef iets verderop een nieuw plantgat. Samen tilden ze de prei op, met een grote kluit aarde rond zijn wortels.
"Niet trekken," zei Krieltje. "Dan beschadigen we hem."
Kluitje hield de plant stevig vast terwijl Krieltje het gat opvulde. Daarna gaf ze de prei een flinke slok water.
Bij de oude plek legden ze een platte steen boven de ingang van de woelmuis. Niet om hem op te sluiten, maar als klein afdakje tegen de regen.
De woelmuis stak zijn kop naar buiten.
"Prachtig," zei hij. "Mijn slaapkamer is gered."
"En mijn prei staat eindelijk stil," zei Krieltje.
Die nacht bleef de prei keurig op zijn nieuwe plek.
De ochtend daarna ook.
Krieltje knikte tevreden.
"Probleem opgelost."
Toen riep Kluitje haar vanuit het wortelbed.
"Krieltje?"
"Ja?"
"Stond deze wortel gisteren ook al naast de courgette?"
Krieltje keek naar het verschoven stokje. Daarna naar het kleine hoopje verse aarde.
Onder de grond klonk een voorzichtig stemmetje:
"Sorry. De woonkamer."

