6. Krieltje en de schatkist van de zee

21-07-2026

Uit de Krieltjes zomerboekje reeks : Kijk nou wat Kerrie gevonden heeft!!! Een echte schat!!

Uit de Krieltjes zomerboekje reeks :
6. Krieltje en de schatkist van de zee

Krieltje, Kluitje en Kerrie liepen langs de vloedlijn. De zee schoof telkens een stukje naar voren en trok zich dan weer terug, alsof ze steeds iets wilde zeggen maar zich op het laatste moment bedacht. Kerrie liep met zijn neus door het natte zand. Af en toe snoof hij zo diep dat zijn oren ervan wiebelden. "Hij zoekt iets," zei Kluitje. "Kerrie zoekt altijd iets," zei Krieltje. "Schelpen, stokjes, geurtjes, kruimels, halve boterhammen…" Kerrie keek even op. "Ja," zei Krieltje. "Vooral halve boterhammen." Toen bleef Kerrie plotseling staan. Zijn staart ging langzaam heen en weer. Niet wild. Niet vrolijk springerig. Meer alsof hij heel belangrijk werk had ontdekt. Voor hem lag iets half onder het zand. Een hoekje hout. Donker, nat en een beetje scheef. Krieltje hurkte erbij. "Wat is dat nou?" Kluitje veegde voorzichtig wat zand weg. Er kwam een klein houten doosje tevoorschijn. Het zat dicht met een roestig haakje en er hing zeewier aan de rand. Krieltje hield haar adem in. "Een schatkist," fluisterde ze. Kluitje keek naar het doosje. Toen naar Kerrie. "Dat zou kunnen." Kerrie ging naast de vondst zitten alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor alle schatten aan de Nederlandse kust. "Misschien zit er goud in," zei Krieltje. "Of parels," zei Kluitje. "Of een kaart naar een geheim eiland." "Of een oude boterham," zei Kluitje. Kerrie kwispelde. "Nee," zei Krieltje. "Geen boterham. Dit is een serieuze schatkist." Ze maakten het haakje voorzichtig los. Het piepte zacht. Krieltje trok het dekseltje open. Binnenin lag geen goud. Geen parels. Geen kaart. Er lag een glad wit steentje in. Een veertje. Een stukje drijfhout. Twee schelpjes. Een sliertje opgedroogd zeewier. En een klein groen stukje glas dat door de zee helemaal rond en zacht was gemaakt. Krieltje keek ernaar. "O," zei ze. Kluitje ging naast haar zitten. "Dat is eigenlijk best mooi." Krieltje pakte het groene stukje glas op en hield het tegen het licht. De zon scheen erdoorheen. "Het lijkt wel een stukje fles dat geen scherpe randjes meer wilde hebben," zei ze. "De zee heeft het geslepen," zei Kluitje. Krieltje legde het voorzichtig terug. "Dus dit is geen gewone schatkist." "Wat dan?" vroeg Kluitje. Krieltje dacht na. De wind trok aan haar haren. Een meeuw riep boven zee. Kerrie snuffelde aan het doosje, maar gelukkig zat er nog steeds geen boterham in. "Het is een bewaarkistje," zei Krieltje. "Van dingen die de zee mooi genoeg vond om terug te geven." Dat vond Kluitje een goede uitleg. Ze besloten de schatkist niet mee naar huis te nemen. Eerst bekeken ze alles heel goed. Het veertje was grijs met wit. Het drijfhout leek op een klein krom stokje. Eén schelpje had een gaatje, alsof iemand er al een ketting van had willen maken. "Misschien heeft iemand dit gemaakt," zei Krieltje. "Of misschien heeft de zee het zelf verzameld," zei Kluitje. Krieltje glimlachte. "De zee heeft natuurlijk geen handen." "Nee," zei Kluitje. "Maar wel golven." Dat was waar. Krieltje pakte haar eigen vondsten uit haar jaszak. Een klein schelpje met streepjes. Een zwart steentje dat glom als drop. En een stukje zeewier dat een beetje op een lintje leek. "Mag dat erbij?" vroeg ze zacht, alsof de schatkist antwoord kon geven. Er kwam geen antwoord. Alleen een golfje dat dichterbij kwam en weer terugging. "Ik denk dat dat ja betekent," zei Kluitje. Krieltje legde haar vondsten in het doosje. Kluitje vond nog een heel klein stukje blauw touw, helemaal schoon gespoeld door de zee. Dat mocht er ook bij. Kerrie keek om zich heen. Toen groef hij met één poot een kuiltje. "Kerrie," zei Krieltje waarschuwend. Maar Kerrie groef niet verder. Hij duwde met zijn neus een klein schelpje naar voren. Het zat vol zand en kwijl, maar het was wel een schelpje. Krieltje pakte het voorzichtig op. "Dank je wel." Kerrie keek trots. Ze legden ook Kerrie's schelpje in de kist. Daarna deden ze het dekseltje dicht. Niet helemaal. Een klein stukje bleef open, zodat de zee er nog in kon kijken. "Waar zetten we hem neer?" vroeg Kluitje. Krieltje keek naar de duinen, naar het natte zand en naar de vloedlijn. "Niet te dicht bij het water," zei ze. "Dan spoelt hij meteen weg. Maar ook niet te ver weg, want dan hoort hij de zee niet meer." Ze vonden een plekje bij een oud stuk hout dat half in het zand lag. Krieltje zette de schatkist ernaast. Kluitje legde er een paar platte steentjes omheen, zodat hij niet zomaar om zou vallen. Kerrie snoof er nog één keer aan. "Geen eten," zei Krieltje. Kerrie zuchtte. Op de terugweg keek Krieltje nog een keer om. Het kleine doosje stond stil in het zand. Geen grote schat. Geen goud. Geen geheim eiland. Maar wel een veertje, schelpen, glas, hout, zeewier en een schelpje van Kerrie. "Eigenlijk," zei Krieltje, "zijn schatten gewoon dingen waar je even voor blijft staan." Kluitje knikte. "En die je niet per se hoeft te houden." Kerrie liep tussen hen in en schudde zand uit zijn vacht. Krieltje glimlachte. De zee gaf soms iets terug. En soms was kijken genoeg.  

Share