Krieltje en de spreekbuis

18-09-2026

Krieltje en Kluitje bouwen van oude buizen een echte spreekbuis.
Maar als er plotseling stemmen uit komen, weet Kerrie het zeker: er zit iemand in!

Krieltje en de spreekbuis 

Krieltje stond achter het tuinhuisje toen ze tussen het hoge gras iets groens zag liggen.

"Kluitje! Kom eens kijken!"

Kluitje kwam met een lege emmer in zijn hand om de hoek van het huisje.

"Wat heb je gevonden?"

Krieltje trok een lange groene buis onder een stapel oude planken vandaan. Daarna kwam er nog een stuk tevoorschijn. En nog één.

"Volgens mij zijn dit oude afvoerbuizen," zei Kluitje.

"Daar kunnen we vast iets leuks mee maken."

"Zoals wat?"

Krieltje keek door een van de buizen. Aan de andere kant zag ze een heel klein stukje van Kluitjes gezicht.

"Een verrekijker?"

"Dan heb je wel een verrekijker waarmee je alles juist kleiner ziet."

Krieltje hield de buis voor haar mond.

"Hallo daar!" riep ze.

Kluitje keek om zich heen. "Waarom roep je zo hard? Ik sta gewoon naast je."

"Om te testen of hij het doet."

"Of wat het doet?"

Dat wist Krieltje zelf eigenlijk ook nog niet.

Samen legden ze alle buisdelen op het gras. Ze spoelden ze goed schoon met de tuinslang en maakten de binnenkanten droog. Daarna ontdekten ze dat de uiteinden precies in elkaar pasten.

Toen alle stukken aan elkaar zaten, liep de buis bijna van het tuinhuisje tot aan de kas.

"Nu hebben we een hele lange buis," zei Kluitje. "Maar wat moeten we ermee?"

Krieltje pakte twee oude metalen trechters uit het huisje. Ze zette aan ieder uiteinde van de buis een trechter vast.

"We maken een spreekbuis!"

Met een paar houten paaltjes legden ze de buis veilig langs het tuinpad. Zo lag hij niet op de grond en kon niemand erover struikelen.

Krieltje bleef bij het tuinhuisje staan. Kluitje liep naar het andere uiteinde bij de kas.

"Kun je mij horen?" riep hij.

"Natuurlijk!" riep Krieltje terug. "Je schreeuwt door de hele tuin!"

"Je moet in de trechter praten!"

Krieltje bracht haar oor dicht bij haar trechter.

"Hallo, Krieltje," klonk Kluitjes stem ineens.

Ze sprong verbaasd achteruit.

Zijn stem klonk zachter en een beetje hol, maar wel heel duidelijk. Alsof Kluitje vlak naast haar stond en tegelijkertijd in een emmer zat.

Krieltje boog zich naar de trechter.

"Hallo, Kluitje. Hier spreekt de burgemeester van de moestuin."

Aan de andere kant begon Kluitje te lachen.

"Goedemorgen, burgemeester. Er loopt hier een verdachte hond rond."

Kerrie, die naast de kas aan een polletje gras snuffelde, keek op.

"Welke hond?"

"Een harige hond met een rode sjaal," zei Kluitje in de trechter.

Krieltjes stem kwam vanuit de buis terug.

"Dat klinkt gevaarlijk. Heeft hij misschien ook flaporen?"

Kerrie liep langzaam naar het uiteinde van de buis. Hij keek naar de trechter en hield zijn kop scheef.

"Wie zit daarin?"

"Niemand," zei Kluitje.

"Maar ik hoorde Krieltje."

Kerrie keek langs de hele buis naar het tuinhuisje. Krieltje stond zo ver weg dat ze onmogelijk zo dichtbij kon klinken.

Hij snoof aan de trechter.

"Krieltje?"

Aan het andere uiteinde hoorde Krieltje een luid gesnuif.

"Hallo, Kerrie!"

Kerrie deinsde achteruit.

"Ze zit erin!"

"Krieltje zit gewoon bij het andere uiteinde," legde Kluitje uit.

Maar Kerrie vertrouwde het niet. Hij liep langs de buis en keek bij ieder verbindingsstuk aandachtig of er misschien een stukje Krieltje naar buiten stak.

"Hoe kan haar stem dan door zo'n smalle buis?"

Krieltje kwam naar hen toe.

"Als we praten, brengen we de lucht aan het trillen," legde ze uit. "Die trillingen reizen door de lucht naar je oren. In de buis kunnen ze niet gemakkelijk alle kanten op. De buis helpt ze om naar het andere uiteinde te reizen."

Kerrie keek ernstig naar de groene buis.

"Zitten er trillingen in?"

"Alleen wanneer iemand praat of geluid maakt."

Kerrie blafte in de trechter.

WAF!

Bij het tuinhuisje klonk een harde, holle blaf uit het andere uiteinde. Noa, die rustig op een bankje zat, schoot verschrikt overeind.

Kerrie keek verbaasd. "Er zit ook een hond in!"

"Dat was je eigen blaf," zei Kluitje.

Kerrie blafte nog een keer.

WAF!

Aan de overkant sprong Noa van het bankje en liep beledigd weg.

Francis en Camilia kwamen nieuwsgierig kijken. Francis tikte met zijn poot tegen de buis. Camilia stak voorzichtig haar neus bij de trechter.

Vanaf de andere kant maakte Krieltje een heel zacht geluid.

"Miauw."

Camilia sprong recht omhoog.

Francis zette een dikke staart op en Noa bleef op veilige afstand staan.

"Dat was Krieltje maar," zei Kluitje.

De drie katten keken hem aan alsof ze daar helemaal niet zeker van waren.

Toen kwam Kipje met haar drie lichtgele kuikentjes over het pad lopen.

"Willen jullie de spreekbuis ook proberen?" vroeg Krieltje.

Kipje ging bij het uiteinde naast het tuinhuisje staan. Haar kuikentjes bleven samen met Kluitje bij de kas.

Kipje stak haar kop naar de trechter.

"Tok-tok-tok!"

De drie kuikentjes hoorden hun moeder aan de andere kant en begonnen meteen opgewonden te piepen. Ze keken achter de trechter, onder de buis en tussen de planten.

Kipje liep terug naar haar kinderen.

"Ik was niet verdwenen," vertelde ze. "Jullie hoorden alleen mijn geluid door de buis."

Eén kuikentje tikte met zijn snaveltje tegen de trechter.

Tik.

Aan het andere uiteinde klonk het alsof iemand tegen een metalen deur klopte.

Tik!

Het tweede kuikentje probeerde het ook.

Daarna wilde het derde kuikentje natuurlijk niet achterblijven.

Tik! Tik! Tik!

"Nu is het een klopbuis," zei Kluitje.

De rest van de middag verzonnen Krieltje en Kluitje berichten voor elkaar.

"De tomaten hebben dorst!"

"De gieter is onderweg!"

"Er staat een slak bij de sla!"

"Stuur Francis eropaf!"

Francis deed alsof hij niets had gehoord.

Kerrie bleef ondertussen om de buis heen draaien. Hij had inmiddels begrepen dat Krieltje er niet in zat, maar helemaal vertrouwen deed hij het nog steeds niet.

Aan het einde van de middag liep hij nog één keer naar de trechter. Hij keek erin en snoof voorzichtig.

De buis bleef stil.

Kerrie keek achterom. Krieltje en Kluitje waren nergens te zien.

"Hallo?" vroeg hij zachtjes.

Er kwam geen antwoord.

"Zie je wel," mompelde Kerrie. "Iedereen is eruit."

Toen klonk vanuit de buis ineens Krieltjes stem:

"Hallo, harige speurneus!"

Kerrie sprong met vier poten tegelijk achteruit.

Achter het tuinhuisje kwamen Krieltje en Kluitje tevoorschijn. Ze lachten zo hard dat ze bijna niet meer konden staan.

Kerrie keek naar de buis en daarna naar Krieltje.

"Hij kent mij óók nog!"

"Dat was ik!" riep Krieltje.

Kerrie liep heel voorzichtig terug naar de trechter. Hij haalde diep adem en blafte er zo hard mogelijk in.

WAF!

Aan de andere kant schrokken Krieltje en Kluitje zich een hoedje.

Kerrie kwispelde tevreden.

"Mooi," zei hij. "Nu weet de buis tenminste ook wie ík ben."

Share