Krieltje en de takkenhut
Er ligt nog steeds snoeihout van vorig jaar in de tuin van Krieltje en Kluitje. Beide hebben ze geen idee wat ze ermee willen doen. Gelukkig is er iemand die wel een ideetje heeft...

Krieltje en de takkenhut
Achter in Krieltjes tuin lag al bijna een jaar een grote stapel snoeihout. Ze had er ooit iets mee willen doen, maar wist nog steeds niet wat.
Op een middag stond Kluitje ernaar te kijken.
"Wat ben jij eigenlijk met deze takken van plan?" vroeg hij. "Ik heb op mijn tuin ook nog zo'n stapel liggen."
Krieltje kwam naast hem staan en keek bedenkelijk.
"Geen idee. Ik blijf ernaar kijken, maar ik heb nog niets leuks kunnen verzinnen."
Kerrie snuffelde nieuwsgierig aan de takken. Noa kwam erbij zitten en staarde aandachtig naar de stapel. Francis en Camilia verschenen achter de bloempotten om te zien wat er aan de hand was. Zelfs enkele tuindiertjes kwamen voorzichtig dichterbij.
"Misschien woont er ondertussen al iemand tussen," zei Krieltje. "De stapel ligt er al zo lang."
"Dat zou best kunnen," zei Kluitje. "We moeten dus eerst heel voorzichtig kijken voordat we iets verplaatsen."
Op dat moment liepen een vrouw en twee kinderen langs de tuin. Ze hadden het gesprek gehoord en bleven bij het hek staan.
"Ik heb misschien wel een idee," zei de vrouw.
"Oh, graag!" riep Krieltje. "Ideeën zijn heel welkom. We hebben zelfs twee van zulke takkenbulten."
"Mag ik binnenkomen?" vroeg de vrouw.
"Natuurlijk!"
De vrouw kwam samen met de kinderen de tuin in.
"Ik ben Marianne," zei ze. "Dit is mijn zoontje Kees-Jan en dit is Lotte, zijn grote zus. We gaan naar opa Jan. Hij heeft verderop een tuin."
"Opa Jan ken ik!" zei Krieltje. "Ik ben Krieltje en dit is Kluitje. Dit is Kerrie en daar zitten Noa, Francis en Camilia. En natuurlijk wonen hier nog Kipje met haar kuikens en heel veel kleine tuindieren."
Kees-Jan bleef een beetje verlegen achter zijn moeder staan. Hij keek vooral naar Kerrie, die inmiddels rustig naast Krieltje was gaan zitten.
"Is dat Kerrie?" vroeg hij zacht.
"Ja," zei Krieltje. "Hij is heel lief."
"Mag Kees-Jan hem aaien?" vroeg Marianne.
"Natuurlijk. Kom maar rustig dichterbij."
Kerrie bleef netjes zitten. Kees-Jan stak voorzichtig zijn hand uit en aaide hem over zijn ruwharige kop. Meteen verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht. Kerrie kwispelde zachtjes.
Toen zag Kees-Jan de stapel takken.
"Gaan jullie daar een takkenhut van bouwen?"
"Een takkenhut?" vroeg Kluitje. "Hoe maak je die?"
Marianne vertelde dat ze tijdens een wandeling een takkenhut hadden gezien die door de scouting was gebouwd. Ze liet een foto zien.
"Die is prachtig!" zei Krieltje. "Maar wij hebben niet genoeg takken voor zo'n grote hut."
"Dan maken we een kleine," zei Kees-Jan. "Eentje voor de dieren!"
Lotte keek naar de stapel en begon enthousiast te glimlachen.
"Daar wil ik ook bij helpen! Ik kan de lange en korte takken uitzoeken."
Dat hoefde ze geen tweede keer te zeggen. Maar voordat ze begonnen, bekeken ze de stapel eerst heel rustig van een afstand. Daarna tilde opa Jan, die inmiddels ook was aangekomen, voorzichtig enkele takken op.
Onder de stapel zat een muisje verscholen. Het schoot niet weg, maar keek met grote ogen naar al die bezoekers.
"Zie je wel," fluisterde Krieltje. "Er woonde al iemand."
Ze besloten een deel van de oude stapel te laten liggen, zodat het muisje zijn veilige plekje behield. Met de overige takken begonnen ze aan de hut.
Kees-Jan wees welke takken stevig genoeg waren. Lotte zocht de juiste lengtes bij elkaar. Opa Jan zette de langste takken schuin tegen elkaar en Marianne vlocht kleinere twijgen tussen de openingen.
Krieltje en Kluitje hielpen zonder dat ze de kleine bewoners van de tuin verstoorden. Zelfs Kerrie deed mee. Hij pakte een klein takje tussen zijn tanden en bracht het trots naar de hut.
"Goed zo, Kerrie!" lachte Krieltje.
Noa ging alvast pontificaal in de ingang zitten, alsof de hut speciaal voor haar werd gebouwd. Francis gluurde tussen twee takken door en Camilia inspecteerde alles vanaf een veilige plek naast een bloempot. Kipje en haar kuikens scharrelden ondertussen nieuwsgierig om de bouwers heen.
Na een tijdje stond er een prachtige, puntige takkenhut. Hij was niet groot genoeg voor mensen, maar precies goed voor katten, kipjes, muisjes en andere kleine tuindieren.
Iedereen deed een stap achteruit.
"Wauw!" riepen ze bijna tegelijk.
"Die is echt goed gelukt," zei Kluitje.
Kees-Jan gaapte zo hard dat iedereen moest lachen. Ook Krieltje, Kluitje en Lotte waren moe geworden van het sjouwen en bouwen.
"Dank jullie wel voor alle hulp," zei Krieltje. "Jullie mogen altijd komen kijken wie er in de hut is gaan wonen."
Kees-Jan keek trots naar het bouwwerk. Noa zat nog steeds bij de ingang en leek niet van plan haar nieuwe plek zomaar af te staan.
Krieltje glimlachte.
De oude stapel snoeihout was niet langer zomaar een rommelige bult. Een deel bleef een veilig huisje voor het muisje en van de overige takken hadden ze samen iets prachtigs gemaakt.
Soms hoefde je oude spullen helemaal niet weg te gooien.
Je had alleen een goed idee nodig — en een heleboel helpende handen, poten en snaveltjes.
