Krieltje en de tassen vol zonsverduisteringsbrilletjes

12-08-2026

Vandaag is er zonsverduistering. Dat is wanneer de maan even voor de zon langs schuift. Dat komt niet zo vaak voor en is niet eng maar juist leuk! Ze kunnen dan even bij elkaar op bezoek gaan. Krieltje en Kluitje willen dit zien. Maar dat kan niet zomaar. Daarvoor moet je speciale brilletjes hebben... Krieltje regelt alles voor alle dieren in haar tuin!

Krieltje en de tassen vol zonsverduisteringsbrilletjes

Krieltje ging die middag naar de tuin.

Tenminste… dat was het plan.

Eerst moest ze nog even haar fiets inpakken.

Een tas met zonsverduisteringsbrilletjes. Een tas met zelfgemaakte kijkhuisjes voor de kleine dieren. Twee kleedjes. Een fles water. Extra drinkbakjes. Broodjes. Kattenbrokjes. Een bakje voor Kerrie. Een notitieboek. Een rol tape. Een schaar. Een zonnehoed. En natuurlijk de blauwe emmer, want je wist maar nooit wanneer je een blauwe emmer nodig had.

Kerrie zat al in de fietskar en keek hoe de tassen één voor één naast hem werden gezet.

Toen achter hem.

Toen bijna op zijn voorpoten.

Francis zat tussen een kleedje en een zak brokjes. Camilia had alleen nog haar hoofd vrij. Noa zat boven op de tas met broodjes en keek alsof zij persoonlijk een klacht ging indienen.

"Het past best," zei Krieltje.

Kerrie blafte één keer.

Dat betekende volgens Krieltje waarschijnlijk: als niemand meer ademt wel.

Krieltje stapte op haar elektrische fiets en trapte weg.

Nou ja… ze probeerde weg te trappen.

De fiets dacht daar even over na.

Toen kwam hij langzaam in beweging.

Onderweg was het zwaar. Zelfs met haar elektrische fiets moest Krieltje flink meetrappen. De banden waren een beetje ingezakt door al het gewicht en bij elke hobbel veerde de fietskar alsof hij zuchtte.

Klonk.

Piep.

Hobbel.

Bij het eerste scheve stoepje werden Francis en Camilia een klein stukje omhoog geduwd tussen de tassen. Net genoeg om allebei tegelijk beledigd te kijken.

Bij de tweede hobbel schoof Kerrie met zijn billen tegen de tas met kijkhuisjes.

Bij de derde hobbel stak alleen Noa's hoofd nog boven de broodjestas uit.

"Gaat het daarachter?" riep Krieltje.

Er klonk een blafje.

Twee miauwtjes.

En daarna een stilte die volgens Krieltje betekende: wij bespreken dit later.

Toen kwam er een drempel.

"Vasthouden!" riep Krieltje.

Kerrie zette zijn poten stevig neer. Francis haakte zich vast aan een kleedje. Camilia drukte zich tegen de tas met kattenvoer. Noa bleef natuurlijk zitten alsof zij nooit ergens van schrok.

De fietskar ging over de drempel.

Boem.

Heel even kwam iedereen los van de bodem.

Niet hoog.

Niet lang.

Maar precies lang genoeg om te voelen hoe het zou zijn als een fietskar kon niezen.

Daarna plofte alles weer terug.

De tassen.

De brilletjes.

De kijkhuisjes.

De dieren.

En ergens onder een kleedje klonk een diep zuchtje.

"Volgende keer neem ik minder mee," zei Krieltje.

Noa keek haar aan.

Niemand geloofde het.

Toen Krieltje eindelijk bij het tuinhek aankwam, stond Kluitje al te wachten. Hij had een kartonnen doos onder zijn arm en een serieus gezicht op.

"Ben je naar de tuin gekomen," vroeg hij, "of ga je een sterrenwacht openen?"

"Zonsverduisteringswacht," zei Krieltje.

Ze pakte het stuur stevig vast en probeerde de fiets door het hek te duwen.

Er gebeurde niets.

Ze duwde nog eens.

De fiets wiebelde.

De tassen schoven.

De blauwe emmer tikte tegen haar laars.

Kluitje zette zijn doos neer en hielp mee. Met veel duwen, trekken en één zeer beledigde miauw kregen ze de fiets eindelijk door het tuinhek.

"Zo," zei Krieltje hijgend. "Nu alleen nog even alles klaarzetten."

Kluitje keek naar de fiets, de fietskar en de berg tassen.

"Natuurlijk," zei hij. "Alleen nog even."

Eerst mochten de dieren eruit. Kerrie stapte uit de fietskar alsof hij net een lange zeereis had gemaakt. Francis deed twee stappen en ging toen zitten alsof haar achterpoten nog moesten overleggen. Camilia schudde één oor uit en keek verwijtend naar de fietskar.

Noa stapte als laatste uit. Rustig. Waardig. Alsof zij de hele reis prima had geregeld.

Daarna begon Krieltje uit te pakken.

Uit de eerste tas kwamen zonsverduisteringsbrilletjes.

Heel veel zonsverduisteringsbrilletjes.

"Ik heb ze maanden geleden al gekocht," zei Krieltje trots. "Je moet niet wachten tot iedereen ineens ook naar de zon wil kijken."

Kluitje knikte. "Goed voorbereid."

"En ik heb er een paar verbouwd," zei Krieltje.

Ze haalde kleine kartonnen huisjes uit de tweede tas. In ieder huisje zat aan de voorkant een stukje van een speciaal brilletje stevig vastgemaakt. Aan de achterkant zat een veilige opening waar een klein dier doorheen kon kijken.

"Voor de muizen," zei Krieltje.

Ze zette een huisje laag bij de grond.

"Voor de slakken."

Ze zette er één op een plat plankje.

"Voor de veenmol."

Ze schoof er eentje half onder een bloempot, zodat het lekker donker bleef.

"En voor iedereen die klein is, wiebelig is of snel vergeet dat je niet zomaar naar de zon mag kijken."

Kerrie keek hoopvol naar het grootste huisje.

"Voor jou niet," zei Krieltje. "Jij krijgt een schaduwplek en een koekje."

Dat vond Kerrie een uitstekend veiligheidsplan.

Kluitje hielp met de kleedjes. Ze legden er één onder de appelboom en één bij het bankje. De drinkbakjes kwamen in de schaduw. De broodjes gingen veilig in een mand met een doek eroverheen. De brilletjes legden ze op tafel.

Kipje kwam nieuwsgierig dichterbij.

"Wat gaan we doen?" vroeg ze.

"Vanavond schuift de maan een stukje voor de zon," zei Krieltje. "Dan lijkt het alsof er een hapje uit de zon is genomen."

Kipje zette grote ogen op.

"Wie neemt er een hap uit de zon?"

"Niemand," zei Kluitje. "Het lijkt alleen maar zo."

"De maan komt tussen ons en de zon in," legde Krieltje uit. "Maar de zon is heel fel. Daarom mag je er nooit zomaar naar kijken. Ook niet heel eventjes."

"Ook niet met mijn beste kippenblik?" vroeg Kipje.

"Ook dan niet," zei Krieltje.

Kipje knikte ernstig. "Goed. Veiligheid voor snavels eerst."

Aan het einde van de middag stond alles klaar. De zon zakte langzaam richting het westen, de kant van de duinen en de zee. Vanuit Hillegom stond hij laag aan de avondlucht.

Krieltje keek op haar lijstje.

"Brilletjes?"

"Hier," zei Kluitje.

"Kijkhuisjes?"

"Hier."

"Water?"

"Hier."

"Kerrie?"

Kerrie blafte vanuit de schaduw.

"Koekje?"

Kerrie blafte harder.

"Ook hier," zei Kluitje.

Toen werd het tijd.

Krieltje zette haar brilletje op. Kluitje ook.

"Nu pas kijken," zei Krieltje.

Ze keken naar de lage zon.

"Wauw," fluisterde Kluitje.

Krieltje glimlachte. "Zie je het hapje?"

"Ja," zei Kluitje. "Alsof de maan heel voorzichtig langs de rand schuift."

Bij het muizenhuisje klonk zacht gepiep.

"Ik zie het!"

"Ik ook!"

"Er mist een stukje zon!"

"Niet duwen," piepte de oudste muis streng.

De slakken zaten keurig in hun kijkhuisje. Dat duurde natuurlijk wat langer. Uiteindelijk zei één slak tevreden: "Ik heb hem gezien. Denk ik."

Bij het huisje van de veenmol bleef het even stil.

Toen klonk er vanonder het bloempotdakje: "Bijzonder. Bovenwereld met gebruiksaanwijzing."

Krieltje moest lachen.

Kipje keek door haar brilletje en zuchtte opgelucht. "De zon is dus niet echt stuk."

"Nee," zei Krieltje. "De zon is gewoon de zon. De maan schuift er alleen even voor langs."

"En daarna schuift hij weer weg?" vroeg Kipje.

"Ja," zei Kluitje. "Heel langzaam."

Kipje knikte. "Goed. Want zonder zon worden mijn veren niet mooi warm."

Noa zat in de schaduw onder de appelboom. Ze keek niet naar de zon. Ze keek naar iedereen die naar de zon keek. Dat vond ze blijkbaar genoeg verantwoordelijkheid.

Francis en Camilia zaten naast elkaar bij een drinkbakje. Camilia keek door haar brilletje. Francis keek vooral naar Camilia, alsof ze wilde controleren of die het wel goed deed.

Kerrie lag in het gras met zijn koekje tussen zijn poten.

Hij keek niet naar de zon.

Hij keek naar zijn koekje.

Ook verstandig.

Na een tijdje schoof de maan weer verder. Het hapje werd kleiner en kleiner, tot de zon er weer gewoon rond uitzag.

Krieltje deed haar brilletje af en legde het netjes terug in de doos.

"Dat was mooi," zei ze zacht.

Kluitje knikte. "En goed voorbereid."

Krieltje keek naar de brilletjes, de kijkhuisjes, de kleedjes, de drinkbakjes, de dieren en de fietskar die nog steeds een beetje scheef bij het hek stond.

"Misschien had ik iets te veel meegenomen," zei ze.

Kluitje keek naar de berg tassen.

"Misschien."

Krieltje pakte haar notitieboekje en schreef:

  • Nooit zomaar naar de zon kijken.
  • Ook niet heel even.
  • Een gewone zonnebril is niet genoeg.
  • Met een goed brilletje of een veilig kijkhuisje zie je veel meer.

Daaronder tekende ze een zon met een klein hapje eruit.

Kipje keek naar de tekening.

"Je hebt het hapje wel erg groot gemaakt," zei ze.

Krieltje glimlachte. "Dat is voor het verhaal."

Kerrie kwispelde.

En ergens onder het bloempotdakje zei de veenmol: "Volgende keer graag ook een maanverduisteringskelder."

Share