Krieltje en de tractor in de tuin
Op de vroege ochtend zagen ze iets bijzonders... het kon rijden en ook niesen ...

Krieltje en de tractor in de tuin
05-07-2026
Krieltje kwam vroeg in de ochtend bij haar volkstuin aan. Eigenlijk té vroeg. Haar ogen wilden nog niet helemaal open en haar fiets leek zwaarder dan anders. Achter haar fiets hobbelde het aanhangwagentje met haar hond Kerrie en de poezen erin. "Bijna daar," mompelde Krieltje. "Dan eerst even zitten." Maar bij het tuinpoortje hoorde ze iets. Gekwetter. Gepiep. Gekwaak. Gebrom. En heel veel dierenstemmen door elkaar. "Nou," zei Krieltje slaperig. "Dat klinkt niet als even rustig zitten." Bij de appelboom stonden alle dieren in een kring. De muizen, de slakken, de veenmol, een paar vogels en zelfs de kikker, die deed alsof hij toevallig net daar moest zijn. Ze keken allemaal naar iets op de grond. "Goedemorgen jongens en meiden," zei Krieltje. "Wat zijn jullie aan het doen?" Niemand antwoordde. Kerrie sprong uit het aanhangwagentje en rende nieuwsgierig naar de groep. "Kerrie!" riep Krieltje. "Rustig, jongen!" Kerrie remde nog net op tijd, maar de dieren schrokken zich alsnog een hoedje. De muizen doken weg, de slakken trokken hun ogen in en de veenmol verdween half in de grond. En toen zag Krieltje wat er in het midden stond. Een tractor. Een kleine tractor. Een speelgoedtractor. Groen, met grote zwarte banden, een geel stoeltje en een klein aanhangertje erachter. Krieltje wreef in haar ogen. "Een tractor?" Kerrie snoof eraan. Noa keek alsof ze de tractor persoonlijk verdacht vond. "Wat doet die speelgoedtractor hier?" vroeg Krieltje. "Wie heeft hem achtergelaten?" De muizen kwamen voorzichtig tevoorschijn. "Hij stond er ineens," piepte één van hen. "Bij de wortels," zei een andere muis. "Hij keek naar ons," fluisterde een slak. Krieltje keek naar de tractor. "Een tractor kijkt niet." Op dat moment rolde de tractor een héél klein stukje naar voren. Iedereen gilde. Nou ja, vooral de muizen. De slakken maakten een nat schrikgeluid en de veenmol zei: "Oei." Krieltje sprong achteruit. "Ho eens even." De tractor stond weer stil. Heel stil. Te stil. Krieltje hurkte neer en keek goed. In het aanhangertje lagen zaadjes, droge blaadjes en sprietjes onkruid. In het zand stonden wielsporen en heel kleine pootafdrukjes. "Volgens mij," zei Krieltje, "was hier iemand hard aan het werk." Vanonder het gele stoeltje klonk ineens een piepklein niesje. "Hatsjie." Alle dieren verstijfden. Onder de tractor zat een muisje. Niet één van haar gewone tuinmuizen. Een nieuw muisje. Hij had een stukje touw als riem en op zijn hoofd zat een omgekeerd dopje alsof het een helm was. "Goedemorgen," zei Krieltje voorzichtig. "Goedemorgen," piepte hij. "Ik ben niet aan het stelen." "Dat had ik nog niet gevraagd," zei Krieltje. "Maar ik zeg het alvast." Krieltje moest lachen. Het muisje kroop onder de tractor vandaan. "Ik heet Boutje," zei hij. "En ik wilde helpen. Met vrachtjes. Blaadjes, zaadjes, onkruid. Alles wat te zwaar is voor één muis." De muizen begonnen meteen te fluisteren. "Vrachtjes?" "Met een tractor?" Kerrie boog zijn kop omlaag en snoof aan Boutje. Boutje zette zijn dopjeshelm rechter op zijn hoofd. "Ik ben niet bang." Kerrie gaf hem een lik. Boutje stond ineens achterstevoren. "Ik ben een béétje bang," piepte hij. Krieltje bekeek de tractor. Hij zag er nog best stevig uit. Aan de voorkant hing een touwtje en er zat zand in de banden, maar verder leek hij het prima te doen. "Hij rijdt dus wel," zei Krieltje. "Maar volgens mij zijn de batterijen bijna leeg." Boutje knikte. "Hij deed eerst prrrt. Toen prt. En daarna alleen nog p." Krieltje moest lachen. "Dan krijgt hij oplaadbare batterijen. En een klein zonnepaneeltje op het dak, zodat hij overdag weer kan opladen." Boutjes ogen begonnen te glimmen. "Een zonnedak?" "Een zonnedak," zei Krieltje. "Maar eerst krijgt hij de tuinregels. Die gelden voor iedereen. Ook voor Kerrie." Kerrie keek alsof hij daar niet helemaal zeker van was. Noa keek alsof zij dat héél zeker wist. Boutje knikte ernstig. "Eerst regels, dan rijden. Begrepen." Krieltje zette haar handen in haar zij. "Dan moet ik even naar de winkel." "Naar de winkel?" piepte Boutje. "Voor nieuwe kracht," zei Krieltje. Even later kwam ze terug met oplaadbare batterijen, een klein zonnepaneeltje en piepkleine kabelbindertjes. Alle dieren stonden klaar alsof er een grote operatie begon. Krieltje deed de batterijen in de tractor en maakte het zonnepaneeltje voorzichtig op het dak vast. "Zo," zei ze. "Nu kan hij overdag zon verzamelen." Boutje keek omhoog. "Dus hij eet licht?" "Een beetje," zei Krieltje. "Maar dan op tractor-manier." Boutje klom op het gele stoeltje. De muizen legden drie blaadjes in het aanhangertje. Een slak schoof er een zaadje bij. Kerrie ging naast het pad liggen alsof hij hoofd beveiliging was. De poezen bekeken alles vanaf veilige afstand. "Vooruit dan maar," zei Krieltje. "Rustig rijden." Boutje zette zijn dopjeshelm stevig vast. "Tractor Boutje staat klaar." De tractor bromde zacht. Niet prrrt. Niet prt. En zeker niet alleen p. Hij reed langzaam vooruit, precies zoals het hoorde. Tussen de bloemen bromde een hommel tevreden. Een tractor in de tuin kon best... zolang hij langzaam reed en af en toe in de zon stond.
