Krieltje en de tuintekening
Krieltje gaat vandaag kijken of ze haar moestuin kan tekenen. Best moeilijk... Maar iedereen helpt mee en het wordt een waar kunstwerk :)

Krieltje en de tuintekening
19-07-2026
Krieltje zat voor haar moestuinhuisje met een groot vel papier op haar knieën. Naast haar lag een doos kleurpotloden. Ze had rood gepakt voor de deur, groen voor het huisje en bruin voor de appelboom. "Vandaag," zei ze ernstig, "ga ik mijn tuin tekenen." Kerrie kwam meteen dichterbij. Noa opende één oog vanaf haar stoel. Francis en Camilia kwamen uit de bloemen tevoorschijn. Kipje stapte van de compostbak af. Zelfs de slakken kwamen langzaam dichterbij. Krieltje begon met het huisje. Een donkergroen vierkant, een rode deur, twee raampjes en een schuin dak. Daarna tekende ze het paadje, de appelboom, de sloot en een zonnetje bovenin. "De zon lijkt op een gebakken ei," zei Noa. "Dat mag," zei Krieltje. "Het is mijn zon." Toen tekende ze een klein poppetje naast het huisje. Het had krullen, rode laarzen en een veel te grote glimlach. "Ben jij dat?" vroeg Francis. "Denk het," zei Krieltje. Kerrie boog zich over het papier. "Waar ben ik?" "Die moet ik nog tekenen." "Groot graag," zei Kerrie. Krieltje tekende Kerrie naast het tuinhek. Hij werd bijna net zo groot als het huisje. "Kijk," zei Kerrie tevreden. "Precies goed." "Je bent groter dan de deur," zei Camilia. "Ik heb een grote persoonlijkheid," zei Kerrie. Noa sprong van haar stoel. "Ik teken mezelf wel." Ze doopte voorzichtig één pootje in een beetje water met aarde en zette een afdruk op het papier. Daarna keek ze tevreden. "Dat ben ik." "Dat is een pootafdruk," zei Kipje. "Precies," zei Noa. "Heel herkenbaar." Francis tekende met oranje potlood een klein poezenhoofdje bij de bloempotjes. Camilia tekende zichzelf half achter een plant. "Waarom teken je jezelf daar?" vroeg Krieltje. "Omdat je daar alles kunt zien zonder zelf gezien te worden," zei Camilia. Kipje tekende zichzelf boven op de compostbak. Ze tekende haar vleugels extra groot. "Zo groot zijn je vleugels niet," zei Francis. "Op papier wel," zei Kipje. De slakken wilden graag wegen tekenen. Ze gleden voorzichtig over de onderste rand van het papier en lieten glimmende sporen achter. "Dit zijn onze wandelpaden," zei een slak. "Ze gaan dwars door de sloot," zei Krieltje. "Wij nemen graag de schilderachtige route," zei de slak. Toen kwam de veenmol boven de grond. Hij had zijn blauwe tuinbroekje aan en keek ernstig naar de tekening. "Ik mis iets belangrijks," zei hij. "Wat dan?" vroeg Krieltje. "Ondergronds." Hij tekende met bruin potlood kronkelige gangetjes onder het huisje, onder de appelboom en per ongeluk ook door Kerries staart. "Hee," zei Kerrie. "Daar loopt mijn staart." "Niet onder de grond," zei de veenmol. Op dat moment kwam Kluitje het tuinhekje binnen. Hij bleef staan toen hij iedereen om het papier heen zag zitten. "Wat gebeurt hier?" "We tekenen de tuin," zei Krieltje. "Doe je mee?" Kluitje deed meteen een stap achteruit. "Ik kan niet tekenen." "Mooi," zei Krieltje. "Dan pas je precies bij ons." "Ik teken echt scheef," zei Kluitje. "Mijn zon lijkt op een ei," zei Krieltje. "Mijn vleugels zijn veel te groot," zei Kipje. "Ik ben groter dan de deur," zei Kerrie trots. "En ik ben een pootafdruk," zei Noa. Kluitje keek naar de tekening. Toen naar Krieltje. Toen naar de dieren. "Nou vooruit dan." Hij pakte een grijs potlood en tekende voorzichtig de waterpomp bij de sloot. Daarna tekende hij zichzelf heel klein, bijna verstopt achter de pomp. Krieltje keek ernaar. "Daar sta je niet." Kluitje keek op. "Waar sta ik dan?" Krieltje pakte een potlood en tekende Kluitje naast haar bij het huisje. Niet verstopt. Gewoon erbij. Kluitje zei even niets. Toen glimlachte hij. Daarna tekenden ze verder. Een hommel maakte stippen bij de bloemen. Een mier tekende een route naar de compostbak. Een vogel tekende een nestje in de appelboom. En Noa zette nog een tweede pootafdruk, omdat één Noa volgens haar niet genoeg was. Toen de tekening klaar was, was hij helemaal niet netjes. De sloot liep scheef. De compostbak stond bijna in de appelboom. Kerrie was te groot. De slakkenpaden glommen dwars door alles heen. En de veenmolgangen maakten van de tuin een soort doolhof. Krieltje keek lang naar het papier. "Het klopt niet," zei ze. "Jawel," zei Kluitje. "Het klopt precies." "Alles staat door elkaar." "Dat is in jouw tuin ook zo," zei Noa. Krieltje begon te lachen. "Ja. Dat is waar." Ze haalde een waterdichte lijst uit het huisje. Samen met Kluitje schoof ze de tekening erin. Daarna hingen ze hem aan de buitenkant van het moestuinhuisje, naast de rode deur. Kluitje hield de lijst vast. Krieltje deed een stap achteruit. "Ietsje naar links," zei ze. Kluitje schoof hem naar links. "Nu ietsje naar rechts." Kluitje schoof hem naar rechts. Noa keek vanaf haar stoel omhoog. "Hij hangt scheef." Krieltje keek naar de tekening. Naar Kerrie die te groot was. Naar Kipjes enorme vleugels. Naar de slakkensporen, de pootafdrukken en Kluitje naast haar bij het huisje. "Dat klopt," zei Krieltje. "De tekening is ook scheef." "Dan is het kunst," zei Kluitje. En zo hing er vanaf die dag aan het donkere groene huisje met de rode deur de mooiste, gekste en liefste tuintekening van de hele volkstuin.

