Krieltje en de veenmol
Krieltje verhalenreeks : De veenmol is alles kwijt. Wat nu?...

Krieltje en de veenmol
Een klein verhaal uit de volkstuin | 21 juni 2026
Aan de rand van het water lag de volkstuin van Krieltje. Achter haar kleine donkergroene huisje begon een weiland vol bloemen, inheemse planten en fruitbomen. Het huisje had witte randjes, een rode deur en twee ramen met rode plantenbakken eronder. Niets stond helemaal recht. Precies zoals Krieltje het graag had.
Tussen de klaprozen zoemden hommels en bijen. Haar twee poezen lagen languit in de zon, terwijl haar hond zeer belangrijk naar een leeg stukje lucht blafte.
Toen klonk er plotseling gesnik onder een rabarberblad.
Krieltje tilde het blad voorzichtig op. Daar zat een veenmol. Hij droeg een piepklein tuinbroekje met zeven zakken en miste één laars.
'Ik ben mijn thuis kwijt,' snikte hij. 'De eigenaar van de tuin hiernaast heeft alles omgespit. Mijn gangen zijn weg, mijn voorraadkast ligt ondersteboven en mijn slaapkamer is nu een parkeerplaats voor een courgette.'
'Dat is ernstig,' zei Krieltje.
De veenmol knikte. 'Vooral omdat ik helemaal niet van courgette houd.'
Krieltje pakte haar kleinste schepje. Samen zochten ze een rustige plek onder de appelboom, tussen de klaprozen en het hoge gras. De veenmol keurde de grond door er aandachtig aan te ruiken.
'Een beetje rommelig,' zei hij.
'Dank je,' zei Krieltje trots.
Ze groeven een nieuwe gang met een slaapkamer, een voorraadkast en een piepklein zijtunneltje naar het water. De poezen hielden toezicht zonder iets te doen. De hond hielp enthousiast mee en groef per ongeluk een gat zo groot dat er later een complete familie padden in trok.
Toen zijn nieuwe huis klaar was, haalde de veenmol iets uit de zevende zak van zijn tuinbroek: een verkreukeld zakje met zaadjes.
'Voor jou,' zei hij. 'Het zijn bloemen die alleen groeien op plekken die niet mooi hoeven te zijn voor anderen.'
Krieltje strooide de zaadjes uit.
De volgende ochtend stond haar hele tuin vol bloemen in de vreemdste vormen. Sommige droegen gestreepte hoedjes. Eén bloem kon fluiten. Een andere riep telkens heel zachtjes: 'Pas op, hommel van links.'
Krieltje keek tevreden naar haar tuin. De bijen zoemden, de vogels zongen en onder de appelboom hing een piepklein bordje: VEENMOL THUIS - AANKLOPPEN MET JE VOETEN.
Het was niet de mooiste tuin van het volkstuinencomplex. Maar iedereen die er woonde, vond hem perfect.
