Krieltje en de vlieger in het helmgras
Uit de Krieltjes zomerboekje reeks : Kijk nou! Een eenzame vlieger in het helmgras... maar het bordje zegt "Niet betreden"!... Hoe krijgen we de vlieger weer naar beneden?

Uit de Krieltjes zomerboekje reeks :
Krieltje en de vlieger in het helmgras
Krieltje en Kerrie liepen over
het strand. Het waaide precies genoeg om je haren in de war te maken, maar niet
genoeg om je omver te blazen. Kerrie vond dat heerlijk. Zijn oren flapperden,
zijn neus ging van links naar rechts en af en toe sprong hij achter een plukje
schuim aan dat over het zand rolde. Toen bleef hij ineens staan. "Waf." Niet
hard. Meer zo'n waf die betekende: daar is iets. Krieltje keek op. Boven aan
het duin wappert iets roods en geels tussen het helmgras. Een vlieger. Hij zat
vast. Zijn staart slingerde in de wind en zijn touw hing over het zandpad alsof
hij probeerde te zwaaien. "O jee," zei Krieltje. "Die is verdwaald." Kerrie
zette één poot richting het duin. "Ho," zei Krieltje meteen. Kerrie keek haar
aan. Krieltje wees naar een bordje naast het pad.
"Hoogheemraadschap van Rijnland
Niet betreden
Kwetsbaar duingebied"
Kerrie snuffelde aan het bordje. Hij kon niet lezen, maar hij rook wel dat het
belangrijk was. "We mogen daar niet lopen," zei Krieltje. "Ook niet om een
vlieger te redden." De vlieger trok aan zijn touw. Flap. Flap. Flap. Hij leek
bijna te zeggen: maar ik zit vast. "Ik weet het," zei Krieltje zacht. "Maar het
helmgras houdt het zand vast. Als wij daar doorheen stampen, maken we misschien
meer kapot dan we helpen." Kerrie ging zitten. Dat deed hij niet graag als er
iets gered moest worden. Precies op dat moment kwam er een vrouw aanlopen met
een groene jas, stevige schoenen en een pet die al heel wat zeewind had gezien.
Aan haar jas hing een klein kaartje. Duinbeheer. "Goedemorgen," zei ze. "Hebben
jullie de vlieger gezien?" Krieltje knikte. "Ja. Maar we gaan niet het duin op.
Dat mag niet." De vrouw glimlachte. "Heel goed gezien." Kerrie kwispelde alsof
hij ook een compliment had gekregen. "Waarom is het eigenlijk zo kwetsbaar?"
vroeg Krieltje. De vrouw bukte en pakte een handje zand van het pad. Ze liet
het langzaam door haar vingers glijden. De wind nam de korreltjes meteen mee.
"Zand wil graag wandelen," zei ze. "En helmgras houdt het tegen. Met zijn lange
wortels houdt het de duinen stevig." "Dus het gras werkt eigenlijk," zei
Krieltje, "ook als het stil staat?" "Precies," zei de vrouw. "Het is een soort
stille strandwachter." Kerrie keek naar het helmgras. Daar had hij nog nooit zo
over nagedacht. De vrouw pakte een lange uitschuifstok uit haar tas. Aan het
einde zat een haakje. Ze bleef netjes op het pad staan, stak de stok
voorzichtig omhoog en haakte het touw van de vlieger los. De vlieger schoot een
stukje omhoog. "O!" zei Krieltje. Kerrie sprong overeind. De vrouw hield het
touw stevig vast. "Rustig maar. Hij mag nog niet zomaar weg." De vlieger
dwarrelde omlaag en landde op het zandpad. Hij was een beetje nat, een beetje
scheef en er zat een grasspriet in zijn staart. Krieltje pakte hem voorzichtig
op. "Van wie zou hij zijn?" Ze keken om zich heen. Een eindje verderop stonden
twee kinderen bij hun vader. Eén van hen wees. "Onze vlieger!" Ze kwamen
aanrennen, maar stopten netjes bij het bordje. "Hij zat in het duin," zei
Krieltje. "Maar hij is gered zonder op het helmgras te lopen." "Sorry," zei het
jongste kind. "Hij vloog ineens weg." "Dat doen vliegers soms," zei de
duinbeheerder. "Maar jullie deden goed dat jullie er niet achteraan het duin in
renden." Het oudste kind aaide over het natte doek. "Hij leeft nog." Krieltje
lachte. "Een beetje scheef, maar dat mag." De kinderen bedankten Krieltje,
Kerrie en de duinbeheerder. Kerrie kreeg een aai over zijn kop en deed alsof
hij de hele redding zelf had geregeld. Daarna liepen Krieltje en Kerrie verder
over het strand. Kerrie keek nog één keer naar het helmgras. Flap. Flap. Niet
van de vlieger deze keer, maar van het gras in de wind. "Zie je?" zei Krieltje.
"Soms moet je helpen door juist ergens niet naartoe te gaan." Kerrie dacht daar
even over na. Toen pakte hij een los stukje zeewier van het zand en legde het
trots voor Krieltjes voeten. "Dat mag wel," zei Krieltje. "Dat ligt niet in het
duin." Kerrie kwispelde. En samen liepen ze verder, met de wind in hun haren en
het helmgras achter zich als stille strandwachters.
