Krieltje en de vlinders in de tuin

27-07-2026

Oh wat mooi!!! Krieltje en Kluitje kijken hun ogen uit!!! Al die vlinders...

Krieltje en de vlinders in de tuin

Toen Krieltje die ochtend haar tuinhek openduwde, bleef ze even staan. "Nou," zei ze zacht. "Dat is niet zomaar gegroeid. Dat is uit de kluiten gewassen." En dat was waar. De bloemen stonden hoog. De planten hingen over de paadjes. De vlinderstruiken waren zo groot geworden dat Krieltje er bijna achter kon verdwijnen. Overal wiegden paarse, roze en witte pluimen in de warme lucht. Zoals altijd keek Krieltje eerst even rond of Noa er was. Meestal lag Noa ergens onder een struik, op een stoel of midden op het pad alsof de hele tuin van haar was. Maar vandaag kwam ze meteen miauwend naar Krieltje toe. "Dag lieverd," zei Krieltje. "Heb je honger?" Noa gaf een extra duidelijke miauw. Het was ook veel te warm om te jagen. En Noa was niet meer de jongste. Kerrie, Francis en Camilia hadden thuis al gegeten, maar Noa liep vaak vrij rond op het moestuincomplex. Daarom had Krieltje altijd wat eten in het tuinhuisje staan. Niet zomaar los natuurlijk. Alles zat netjes in een afgesloten kist, zodat muizen en ratten er niet bij konden. "Eerst jij," zei Krieltje. Ze zette een schaaltje eten voor Noa neer. Daarna vulde ze meteen de waterbakken. Eén bij het huisje, één onder de appelboom en een ondiepe schaal tussen de bloemen. Op warme dagen moest iedereen kunnen drinken. Kerrie stak zijn neus tussen de bloemen en snoof. "Hatsjoe!" Er dwarrelde een vlinder voor zijn neus langs. Kerrie keek verbaasd. De vlinder vloog een rondje om zijn kop, landde bijna op zijn oor en fladderde toen vrolijk verder. "Rustig aan," zei Krieltje. "Dat is geen vliegend koekje." Noa at ondertussen tevreden verder. Francis zat naast een pot met goudsbloemen en volgde een witte vlinder met haar ogen. Camilia zat half verstopt tussen de planten en deed alsof ze onderdeel was van de schaduw. Krieltje liep voorzichtig het paadje op. Nou ja, wat vroeger het paadje was geweest. Nu was het meer een groen gangetje. Links raakte een bloem haar arm. Rechts kriebelde een blad langs haar knie. Boven haar hoofd zoemde een hommel tevreden voorbij. En toen zag ze ze pas echt. Vlinders. Niet één. Niet twee. Maar overal. Een koolwitje fladderde boven de kruiden. Een dagpauwoog zat met open vleugels op de vlinderstruik. Een citroenvlinder leek net een klein stukje zon dat per ongeluk was losgeraakt. En verderop danste een kleine vos van bloem naar bloem. Krieltje ging langzaam op haar hurken zitten. "Wat zijn jullie mooi," fluisterde ze. Alsof ze dat hadden gehoord, kwamen er nog twee vlinders bij. Ze vlogen om elkaar heen, omhoog, omlaag, links, rechts, alsof ze samen een dansje oefenden. Kerrie kwam naast haar zitten en keek ernstig toe. "Niet happen," zei Krieltje. Kerrie keek beledigd. "Ik háp niet," leek zijn neus te zeggen. "Ik bestudeer." Op dat moment kwam Kluitje het tuinpad op. Hij had een fles water bij zich en een appel in zijn hand. "Ik wilde vragen of je hulp nodig had," zei hij. "Maar volgens mij is je tuin overgenomen." "Door vlinders," zei Krieltje. Kluitje keek om zich heen. "Er zijn slechtere overnames." Samen stonden ze even stil te kijken. "Waarom zijn het er zoveel?" vroeg Krieltje. "Omdat jouw tuin nu precies heeft wat ze zoeken," zei Kluitje. "Bloemen met nectar. Warme plekjes. Niet te netjes. En planten waar rupsen van kunnen eten." "Rupsen," zei Francis voorzichtig. Ze keek naar een blad alsof daar elk moment iets met veel pootjes uit kon komen. "Ja," zei Krieltje. "Zonder rupsen geen vlinders." Noa keek even op van haar schaaltje. Dat vond ze blijkbaar een belangrijke zin. Krieltje keek naar haar grote vlinderstruik. Een paar takken hingen zo ver over het pad dat ze er bijna onderdoor moest kruipen. Normaal zou ze misschien denken: dat moet ik snoeien. Maar vandaag niet. Vandaag was het een vlinderrestaurant. "Dan blijft hij nog even zo," zei Krieltje beslist. "Maar je kunt er bijna niet meer langs," zei Kluitje. "Dan loop ik wel om," zei Krieltje. Kluitje glimlachte. "Dat klinkt als een Krieltje-oplossing." Samen haalden ze een extra ondiep schaaltje uit het huisje. Krieltje legde er wat platte steentjes in en deed er een klein laagje water bij. "Voor als de vlinders willen drinken," zei ze. "Met stapstenen," zei Kluitje. "Slim. Dan vallen ze er niet in." Kerrie stak zijn neus boven het schaaltje. "Nee," zei Krieltje. "Dat is niet jouw drinkbak." Kerrie zuchtte en liep naar zijn eigen bak, alsof het leven hem soms zwaar tegenviel. Daarna gingen Krieltje en Kluitje op het bankje zitten. Ze zeiden een tijdje niets. Dat hoefde ook niet. Soms was kijken genoeg. De vlinders dansten verder door de tuin. Boven de klaprozen. Langs de lavendel. Over de vlinderstruiken. Tussen de bijen en hommels door, alsof iedereen precies wist waar hij moest vliegen. Krieltje pakte haar tuinschrift en schreef: Als je de tuin een beetje laat groeien, komt de tuin soms zelf met feestversiering. Ze keek naar de vlinders en glimlachte. Daaronder schreef ze: Niet alles hoeft kort, strak en netjes. Sommige dingen mogen gewoon uitbundig zijn. Een dagpauwoog landde precies op de rand van haar schrift. Krieltje hield haar adem in. "Goed," fluisterde ze. "Dan schrijf ik er nog iets bij." Heel voorzichtig zette ze eronder: Vandaag is de tuin van de vlinders. En daar was niemand het mee oneens.  

Share