Krieltje en de 'wat ben je mooi'-kaartjes
Wow!!! Kijk Krieltjes tuin nu... er hangen overal kaartjes met hartjes... wat is er gebeurt?

Krieltje en de 'wat ben je mooi'-kaartjes
Toen Krieltje op een ochtend het tuinhek opende, bleef ze verbaasd staan.
Aan het hek hing een klein kaartje, vastgebonden met een prachtig rood strikje. Op de voorkant stond een hartje.
Krieltje maakte het strikje voorzichtig los en draaide het kaartje om.
Wat ben je mooi.
"Och," zei Krieltje. "Wat ontzettend lief."
Ze hing het kaartje weer netjes terug en liep verder. Maar na een paar stappen bleef ze opnieuw staan.
Aan een grote rode klaproos hing óók een kaartje. Dit keer met een geel strikje. Aan de zonnebloem hing er eentje met een blauw lint en tussen de blaadjes van de aardbeienplant vond ze een piepklein kaartje met een roze strik.
Op ieder kaartje stond een hartje. En op de achterkant steeds dezelfde woorden:
Wat ben je mooi.
Krieltje keek om zich heen.
Overal hingen kaartjes. Aan de rozen, de margrieten en de korenbloemen. Aan de appelboom en de zieke perenboom. Zelfs een kromgegroeid plantje achter het tuinhuisje had er een gekregen.
Kerrie kwam nieuwsgierig naast haar staan. Hij snuffelde aan een kaartje dat aan een lage tak hing.
"Heb jij dit soms gedaan?" vroeg Krieltje.
Kerrie keek haar aan en kwispelde.
"Nee, dat dacht ik al. Strikjes knopen met hondenpoten lijkt me behoorlijk lastig."
Noa zat onder de perenboom. Boven haar hoofd bewoog een kaartje met een groen lintje zachtjes in de wind.
"Noa?" vroeg Krieltje.
Noa waste rustig haar voorpoot en keek niet eens op.
"Jij kunt veel," zei Krieltje, "maar volgens mij heb jij vannacht geen honderd strikjes geknoopt."
Francis en Camilia onderzochten een mandje bij het tuinhuisje. Kipje liep met haar drie kuikens achter een los stukje lint aan.
Krieltje liep verder door haar tuin.
Ook aan de brandnetels hingen kaartjes.
"Jullie hebben er zelfs meerdere," zei Krieltje verbaasd. "Maar eigenlijk is dat terecht. Jullie zijn belangrijk voor de vlinders en andere dieren."
Aan een klein madeliefje hing zo'n piepklein kaartje dat Krieltje het bijna niet had gezien.
"Jij bent ook niet vergeten," fluisterde ze.
Maar wie had dit allemaal gedaan?
Toen kwam Kluitje door het tuinhek.
"Goedemorgen!" riep hij. Daarna zag hij de kaartjes. "Wat is hier gebeurd?"
"Dat probeer ik uit te zoeken," zei Krieltje. "Aan bijna alles in mijn tuin hangt een kaartje met 'Wat ben je mooi' erop."
Kluitje bekeek een van de strikjes.
"Die heb jij niet gemaakt?"
"Nee. Ik dacht juist dat jij het misschien had gedaan."
Kluitje schudde zijn hoofd. "Ik kan best een knoop leggen, maar zulke keurige strikjes krijg ik niet voor elkaar."
Samen gingen ze op onderzoek uit.
Krieltje keek achter de regenton. Kluitje zocht onder de tuintafel. Kerrie snuffelde langs het pad en de katten controleerden de bloempotten.
Toen vond Camilia een heel klein stukje blauw lint.
Even verderop lag een geel stukje.
Daarna een rood.
"Een spoor!" riep Krieltje.
De stukjes lint liepen langs de bloemen, onder het tuinbankje door en verder naar een omgevallen bloempot.
Kerrie wilde meteen met zijn neus bij de pot kijken, maar Krieltje hield hem voorzichtig tegen.
"Eerst rustig," zei ze. "Misschien woont daar iemand."
Ze gingen op enige afstand zitten en luisterden.
Vanachter de bloempot klonk een heel zacht geluid.
"Pfff… nog eentje…"
Langzaam verscheen er een piepklein puntmutsje. Daarna kwamen een rond neusje, twee slaperige ogen en een lange witte baard tevoorschijn.
Het was een echt kaboutertje.
Op zijn buik lag een stapeltje kaartjes en naast hem stond een mand vol gekleurde lintjes.
"Heb jij al die kaartjes gemaakt?" vroeg Krieltje.
Het kaboutertje knikte en gaapte.
"De hele nacht. Bij de laatste ben ik bijna in slaap gevallen."
"Maar waarom?" vroeg Kluitje.
Het kaboutertje krabbelde overeind en klopte wat aarde van zijn broek.
"Mensen zeggen vaak: 'Wat is dit een mooie tuin.' Maar dan weten de kleine bloemen misschien niet of ze ook worden bedoeld. Daarom heb ik het voor de zekerheid tegen iedere plant apart gezegd."
Krieltje keek naar het kleine madeliefje en daarna naar de hoge zonnebloem.
"Dus daarom heeft alles een eigen kaartje."
"Alles is op zijn eigen manier mooi," zei het kaboutertje. "Ook de brandnetels. Ook een krom takje. En ook de perenboom die nu even geen echte bladeren heeft."
Krieltje kreeg een warm gevoel vanbinnen.
"Dat is het liefste wat ik ooit heb gezien."
Het kaboutertje keek in zijn mand.
"Ik heb nog één kaartje over."
Hij pakte een kaartje met een rood lintje en gaf het aan Krieltje. Op de achterkant las ze:
Wat ben jij mooi.
Krieltje keek verbaasd op.
"Maar ik ben toch geen bloem?"
"Nee," zei het kaboutertje. "Maar jij geeft alles in deze tuin liefde en laat het groeien. Dat is misschien wel het mooiste wat er bestaat."
Krieltje slikte even. Daarna begon ze te stralen.
"Dit kaartje verdient een bijzonder plekje."
Ze bond het rode lint voorzichtig om haar rommelige knot. Het kaartje hing tussen haar bruine krullen en bewoog zachtjes toen ze haar hoofd draaide.
"Hoe staat het?" vroeg ze.
"Prachtig," zei Kluitje.
"Precies goed," vond het kaboutertje.
Daarna haalde Krieltje nieuw papier en nog wat lintjes uit haar tuinhuisje. Samen maakten ze kaartjes voor Kluitje, Kerrie, Noa, Francis, Camilia, Kipje en haar kuikens.
Krieltje bond de dierenkaartjes veilig aan hun mandjes en favoriete plekjes.
Aan het einde van de ochtend hingen overal hartjes, strikjes en lieve woorden.
Krieltje keek om zich heen en glimlachte.
Soms dacht je iets aardigs zonder het hardop te zeggen. Maar als je het wél vertelde, kon iemand het bewaren.
Desnoods gewoon tussen haar krullen.
