Krieltje en de wind die alles meenam
Uit de Krieltjes zomerboekje reeks : Woeiiiiii ... het waait vandaag op het strand. Boterhammen met zand en nog veel meer...

Uit de Krieltjes zomerboekje reeks :
Krieltje en de wind die alles meenam
Krieltje, Kluitje en Kerrie waren naar het strand gegaan. Niet naar het allerdrukste stuk, waar de handdoeken bijna tegen elkaar aan lagen en waar iedereen precies op hetzelfde moment een ijsje leek te willen. Nee, ze liepen een stukje verder, naar een rustig deel waar honden mochten komen. Daar was het gezellig. Een paar mensen lagen op handdoeken. Verderop gooide iemand een bal voor een hond. Een natte labrador kwam uit zee gestapt en schudde zich uit naast zijn baasje, die meteen drie stappen achteruit deed. "Slim," zei Kluitje. Krieltje knikte. "Altijd afstand houden van uitschuddende honden." Kerrie deed net alsof hij dat niet hoorde. Ze vonden een fijn plekje in het zand. Niet te dicht bij de zee en niet te dicht bij de duinen. Precies goed. Krieltje spreidde het kleed uit en Kluitje legde de tas in het midden. In de tas zaten boterhammen, drinken, een bakje voor Kerrie, handdoeken en natuurlijk servetjes. Want Krieltje nam altijd servetjes mee. Ook als ze wist dat servetjes buiten meestal plannen kregen. Eerst gingen ze zwemmen. Niet ver. Gewoon tot waar ze nog konden staan. Krieltje en Kluitje sprongen over kleine golfjes en Kerrie plonsde ertussendoor alsof hij persoonlijk de zee moest omroeren. Daarna liepen ze terug naar het kleed. Krieltje had natte krullen rond haar gezicht. Kluitje had zand op zijn knieën. Kerrie schudde zich precies op het moment dat ze allebei naast hem stonden. "Dank je wel," zei Kluitje droog, terwijl er drie druppels vanaf zijn neus vielen. Kerrie keek trots. Nat zijn moest je delen. Ze gingen zitten om te eten. Krieltje pakte een boterham met kaas. Kluitje pakte een boterham met pindakaas. Kerrie kreeg water in zijn bak en een eigen hondensnoepje, want boterhammen waren niet voor zomaar-bietsen. Toen kwam de wind. Eerst heel zacht. Fffft. Een hoekje van het kleed krulde omhoog. "Ik zag dat," zei Krieltje. Kluitje legde zijn slipper op de hoek. Daarna kwam er een tweede windvlaag. Ffffft. Een servetje schoot uit de broodtrommel, danste drie rondjes boven het zand en vloog richting duinen. Kerrie sprong overeind. "Wacht!" riep Krieltje. Kerrie bleef staan, al trappelden zijn poten van binnen vast nog door. Kluitje rende achter het servetje aan en kreeg het net te pakken voordat het tussen het helmgras verdween. "Eerste ontsnapping voorkomen," zei hij plechtig. Krieltje deed de broodtrommel meteen weer dicht. "Servetjes zijn blijkbaar niet strandvast." "Servetjes zijn nergens trouw," zei Kluitje. Precies toen Kluitje zijn eerste hap wilde nemen, kwam er een lage windvlaag over het zand. Sssjjjjj. Een wolkje fijn zand stoof over het kleed. Over de tas. Over Krieltjes voet. En precies over Kluitjes boterham. Kluitje hield zijn boterham stil voor zich uit. "Volgens mij heb ik nu pindakaas met strand," zei hij. Krieltje probeerde niet te lachen. Dat lukte bijna. Bijna. Kerrie kwam voorzichtig dichterbij en snoof aan de boterham. "Nee," zei Kluitje. "Jij vindt dit misschien een verbetering, maar ik nog niet." Krieltje keek naar het kleed. Daarna naar de wind. Daarna naar de tas, de stenen en de broodtrommel. "We moeten een windvaste picknickplek maken," zei ze. "Dat klinkt officieel," zei Kluitje. "Dat is het ook," zei Krieltje. Samen zochten ze een paar gladde stenen. Op elke hoek van het kleed kwam er één. De zware tas zetten ze aan de kant waar de wind vandaan kwam. De broodtrommel ging dicht. De servetjes verdwenen veilig onder het deksel. De handdoeken werden opgerold en langs de rand van het kleed gelegd. Kluitje duwde nog wat zand tegen de tas aan. "Zo," zei hij. "Geen vliegend kleed meer." "En geen servetjes met vakantieplannen," zei Krieltje. Kerrie ging naast de broodtrommel liggen, precies alsof hij was aangesteld als bewaker van de boterhammen. "Kerrie-controle," zei Kluitje. Krieltje schoof de trommel een stukje verder weg. "Kerrie-controle op afstand." Daarna aten ze toch nog hun boterhammen. Kluitje tikte een paar korrels zand van zijn pindakaas en deed alsof dat heel normaal was. Krieltje hield de servetjes in de broodtrommel tot iemand er echt één nodig had. De wind bleef bezig. Hij trok aan Krieltjes natte krullen. Hij blies rimpels in het kleed. Hij liet de meeuwen stil in de lucht hangen en joeg kleine sliertjes zand over het strand. Maar nu mocht hij meehelpen. Hij hield de lucht fris. Hij droogde Kerries natte vacht. Hij liet de honden verderop extra hard rennen. En hij maakte van het strand een plek waar alles een beetje bewoog. Toen ze later weer naar huis liepen, zat er zand tussen Krieltjes tenen, zand aan Kluitjes broek en zand in Kerries vacht. Waarschijnlijk zat er zelfs zand in de broodtrommel, maar dat durfde niemand te controleren. Krieltje keek nog één keer om naar hun plekje. Het kleed had het overleefd. De servetjes ook. Bijna allemaal. "Wind is eigenlijk niet vervelend," zei ze. "Nee," zei Kluitje. "Je moet alleen weten wat je vast moet leggen." Kerrie blafte vrolijk. En ergens achter hen waaide een verdwaald servetje tegen een schelp. Gelukkig was het niet van hen.
