Krieltje en een tuin vol kabouters

31-07-2026

Puntmutsjes.... overal puntmutsjes!!! Hebben we kabouters op de tuin??? Haha... toch niet...

Krieltje en een tuin vol kabouters 

Krieltje kwam vroeg in de ochtend op haar volkstuin aan. Ze had haar rode laarzen met witte stippen aan, haar haren zaten in een wilde krullenbol en Kerrie liep vrolijk naast haar met zijn neus laag boven het pad. Maar nog voordat Krieltje haar tuinhuisje had bereikt, bleef ze stokstijf staan. Overal in de tuin stonden kleine puntmutsjes. Een rode bij de appelboom. Een blauwe naast de waterpomp. Een groene tussen de aardbeien. En een rij gele mutsjes langs het paadje naar de composthoop. "Kerrie," fluisterde Krieltje, "hebben wij vannacht bezoek gehad?" Kerrie snoof aan een rood mutsje, deed een stap achteruit en keek alsof hij wilde zeggen: ik weet van niks, maar ik vind het verdacht. Op dat moment kwam Kluitje het tuinhek binnen. "Goedemorgen," zei hij. "Waarom kijk jij alsof je net een prei hebt horen zingen?" Krieltje wees zwijgend naar de tuin. Kluitje keek. Toen keek hij nog eens. "Ah," zei hij langzaam. "Kabouters." "Kabouters?" zei Krieltje. "Nou ja," zei Kluitje. "Of kleine mensen met een hele duidelijke mutsenvoorkeur." Uit de struiken klonk gegiechel. Krieltje draaide zich om. "Wie lacht daar?" Het werd meteen stil. Toen bewoog er iets bij de goudsbloemen. Een geel mutsje wiebelde. Daaronder verscheen een slak met een ernstig gezicht. "Goedemorgen," zei de slak. Krieltje deed haar handen in haar zij. "Ben jij een kabouter?" De slak keek naar zijn mutsje. "Vandaag wel." Achter de composthoop stak een muis zijn kop op. Hij droeg een veel te groot groen mutsje dat over één oog zakte. "Wij spelen tuin-kabouter," piepte hij. "Waarom?" vroeg Kluitje. "Omdat kabouters handige dingen doen," zei de muis. "Ze repareren, vegen paadjes schoon, beschermen planten en laten paddenstoelen belangrijk lijken." Nu Krieltje beter keek, zag ze dat overal dieren bezig waren. De mieren brachten kruimels netjes naar een bakje. De slakken schoven natte blaadjes onder de rabarber. De muizen verzamelden zaadjes in een dopje. En de veenmol stond bij de composthoop in zijn blauwe tuinbroekje met een klein rood mutsje scheef op zijn hoofd. "Ik ben opzichter," zei hij trots. "Waarvan?" vroeg Krieltje. "Van de ondergrondse kabouterdienst," zei de veenmol. Kluitje beet op zijn lip om niet te hard te lachen. Bij de waterpomp stond een houten bordje dat er gisteren nog niet stond. Er stond met wiebelige letters op: Kabouterwerk in uitvoering. Niet op kleine helpers stappen. "Wie heeft dit geschreven?" vroeg Krieltje. Noa zat op de stoel bij het tuinhuisje en waste rustig haar poot. "Niet ik," zei ze met haar gezicht. "Ik schrijf alleen belangrijke dingen. Zoals: deze stoel is van mij." Francis en Camilia zaten samen onder de tafel. Francis had een rood mutsje tussen haar oren. Camilia had het hare naast zich gelegd. "Het kriebelt," zei Camilia. "Het staat je wel," zei Francis. "Dat maakt het niet minder kriebelig," zei Camilia. Krieltje begon te lachen. "Dus mijn hele tuin zit vol kabouters." "Niet echt," zei de muis snel. "Wij blijven dieren. Alleen vandaag met extra functie." "En wat is jullie functie?" vroeg Kluitje. De muis ging rechtop staan, waardoor zijn muts weer over zijn oog zakte. "De tuin blij maken." Daar werd Krieltje even stil van. Want de tuin zag er inderdaad blij uit. Niet netjes. Niet strak. Maar overal was iets kleins gebeurd. Een takje was rechtgezet. Een gevallen bloem lag mooi op een steen. Bij de waterbak lagen blaadjes als opstapje voor kleine diertjes. En naast het tuinhuisje stond een mini-tafeltje van een omgekeerd bloempotje met daarop één framboos. "Voor de kabouterpauze," zei de veenmol. Kerrie rook aan de framboos. "Niet voor jou," zei Krieltje. Kerrie ging zitten alsof hij dat natuurlijk allang wist. Toen kwam Kipje aanlopen. Zonder muts. Iedereen keek naar haar. "Wat?" zei Kipje. "Ik doe niet aan puntmutsen. Die zitten mijn kuif in de weg." "Maar je kunt wel meedoen," zei Krieltje. Kipje keek naar de tuin, naar de mutsjes, naar de framboos en toen naar Kerrie. "Goed," zei ze. "Ik ben inspectiekip." "Wat inspecteer je?" vroeg Kluitje. "Of iedereen genoeg pauze neemt," zei Kipje. "Dat is heel belangrijk werk." Dus even later zaten ze allemaal bij het tuinhuisje. Krieltje en Kluitje met limonade. Kerrie met water. De poezen met ieder een schaaltje. De slakken onder een koel blaadje. De muizen bij hun dopje met zaadjes. De veenmol half boven en half onder de grond. En Kipje boven op de composthoop, waar ze heel officieel keek. De tuin stond nog steeds vol kleine mutsjes. Een paar hingen scheef. Eentje zat achterstevoren. En één geel mutsje was langzaam onderweg op de rug van een slak die blijkbaar vergeten was dat hij hem ophad. Krieltje keek naar al haar tuinbewoners. "Jullie zijn misschien geen echte kabouters," zei ze, "maar jullie maken de tuin wel magisch." De muis stak zijn borst vooruit. "Dat komt," zei hij, "omdat kabouterwerk eigenlijk gewoon vriendelijk werk is. Maar dan kleiner." Kluitje knikte. "En met meer mutsjes." Krieltje pakte haar tuinschrift en schreef: Als iedereen iets kleins doet, wordt de tuin vanzelf een beetje betoverd. Daaronder tekende ze een slak met een puntmuts. De slak keek ernaar en glimlachte. "Goed gelukt," zei hij. "Alleen ben ik in het echt iets sneller." Iedereen keek naar hem. De slak knikte ernstig. "Vanbinnen."  

Share