Krieltje en haar magische drankje
Kluitje is ziek maar is toch naar de tuin van Krieltje gegaan. Het kon vast nog wel dacht hij. Maar hij was flink ziek dus Krieltje zorgde voor een lekker bedje in het tuinhuisje en maakte haar magische drankje. Wat zou erin zitten??
Krieltje en haar magische drankje
Toen Kluitje die ochtend door het tuinhek kwam, zag Krieltje meteen dat er iets niet helemaal goed was.
Normaal stapte hij stevig over het pad en keek hij onderweg al welke planten water nodig hadden. Vandaag liep hij langzaam. Zijn haar zat nog warriger dan anders en zijn gezicht zag een beetje bleek.
"Goedemorgen," zei Krieltje.
"Goedemorgen," antwoordde Kluitje zacht.
Zelfs Kerrie merkte dat er iets aan de hand was. Hij liep naar Kluitje toe, snuffelde aan zijn handen en bleef daarna bezorgd naast hem staan.
"Voel je je wel goed?" vroeg Krieltje.
"Vanmorgen ging het nog wel," zei Kluitje. "Ik dacht dat ik gewoon een beetje moe was."
Hij pakte een gieter, maar zette die bijna meteen weer neer.
"Nu weet ik het niet meer zo zeker."
Krieltje legde voorzichtig haar hand tegen zijn voorhoofd.
"Je voelt warm."
"Ik heb het eigenlijk koud," zei Kluitje.
Dat vond Krieltje genoeg reden om onmiddellijk in actie te komen.
"Jij gaat vandaag helemaal niets in de tuin doen."
"Maar ik wilde je helpen met—"
"Nee," zei Krieltje beslist. "Vandaag helpen wij jou."
Ze nam Kluitje mee naar haar tuinhuisje. Gelukkig had ze daar voldoende ruimte. Achter een kast lag nog een luchtbed dat ze een keer had meegenomen voor het geval iemand in de tuin wilde blijven slapen.
Naast het luchtbed lag zelfs de pomp.
"Ga jij maar even op de stoel zitten," zei Krieltje. "Dan maak ik een bed voor je."
Terwijl Kluitje wachtte, pompte Krieltje het luchtbed op.
Pomp, pomp, pomp.
Langzaam werd het bed dikker.
Kerrie volgde iedere beweging. Zodra het luchtbed begon te groeien, zette hij voorzichtig één poot op de rand.
"Niet testen, Kerrie," zei Krieltje. "Het bed is voor Kluitje."
Kerrie trok zijn poot meteen terug.
Krieltje legde het lange luchtbed plat op de vloer in een rustige hoek van het tuinhuisje. Van een dik opgevouwen kleed maakte ze een zacht kussen. Gelukkig bewaarde ze nog meer kleedjes in de kast. Daarmee stopte ze Kluitje lekker warm in.
Daarna zette ze een klein tafeltje naast het bed.
Op het tafeltje kwamen een beker water, zakdoekjes en een klein belletje te staan.
"Waar is dat belletje voor?" vroeg Kluitje.
"Voor als je iets nodig hebt."
Kluitje bewoog het belletje voorzichtig heen en weer.
Tingeling!
Nog voordat het geluid was weggestorven, kwamen Kerrie, Noa, Kipje en haar drie kuikens het tuinhuisje binnenrennen.
Achter hen verschenen een paar muisjes in de deuropening.
"Wat is er?" vroeg Kipje bezorgd.
"Heb je ons nodig?" piepte een muisje.
Kluitje keek verbaasd naar de hele groep.
"Ik wilde alleen maar kijken of het belletje werkte."
"Het werkt," zei Krieltje. "Misschien zelfs iets te goed."
Ze zette het belletje iets verder bij zijn hand vandaan.
Noa sprong voorzichtig op het voeteneinde van het luchtbed. Ze draaide drie rondjes en ging toen bij Kluitjes voeten liggen, alsof ze persoonlijk was aangesteld om die warm te houden.
Kerrie zocht een plekje naast het bed. Hij legde zijn kop op de rand en keek Kluitje met grote, bezorgde ogen aan.
Kipje keek streng naar haar kuikens.
"Rustig doen," fluisterde ze. "Kluitje is ziek."
De drie kuikens gingen keurig naast elkaar zitten.
Dat hielden ze bijna tien tellen vol.
Toen rolde er eentje om, stapte het tweede boven op zijn zusje en rende het derde achter een denkbeeldig kruimeltje aan.
Kluitje moest er toch een beetje om lachen.
"Ik ga een van mijn magische drankjes voor je brouwen," zei Krieltje geheimzinnig.
De dieren kwamen nieuwsgierig dichterbij. Iedereen wist dat Krieltje in de tuin bekendstond om haar magische drankjes. Niemand wist precies wat erin zat, maar na zo'n drankje voelde je je vaak wat warmer, rustiger of minder alleen.
Kipje keek naar de planten buiten.
"Moeten wij nog iets voor je plukken?"
"Nee," zei Krieltje. "Je mag nooit zomaar blaadjes, bloemen of kruiden plukken en in een drankje doen. Sommige planten lijken erg op elkaar. Je kunt per ongeluk iets verkeerds plukken en sommige planten zijn zelfs giftig. Bovendien weet je nooit of iemand ergens allergisch voor is."
De dieren knikten ernstig.
"Dan plukken we helemaal niets," zei een muisje.
"Dat lijkt mij een uitstekend plan," antwoordde Krieltje.
Ze zette een kannetje neer, pakte een lepel en begon heel plechtig te roeren. Ze hield de beker tegen het licht, rook er ernstig aan en mompelde dat het drankje bijna klaar was.
Wat de dieren niet wisten, was dat Krieltje gewoon Kluitjes vertrouwde thee klaarmaakte.
Het bijzondere zat niet in geheime kruiden of vreemde ingrediënten. Het zat in de aandacht waarmee ze de thee maakte en in alle dieren die ondertussen voor Kluitje zorgden.
Krieltje bracht de beker naar hem toe.
"Voorzichtig," zei ze. "Het is warm."
Kluitje pakte de beker met beide handen vast en rook eraan.
"Wat zit erin?"
"Dat is geheim," zei Krieltje.
Kluitje nam een slokje.
"Het smaakt eigenlijk gewoon naar thee."
"Goede magie hoeft niet vreemd te smaken," antwoordde Krieltje.
Kluitje dronk langzaam verder. De warmte van de beker trok in zijn handen. Noa lag zacht tegen zijn voeten, Kerrie bleef trouw naast het luchtbed en buiten zongen de vogels vandaag net iets zachter dan anders.
Een slakje verscheen in de deuropening.
"Kan ik ook nog iets doen?" vroeg het.
"Je kunt Kluitje gezelschap houden," zei Krieltje.
Het slakje begon aan de lange tocht naar het luchtbed.
"Dan ben ik er waarschijnlijk vanmiddag."
"Doe maar rustig aan," zei Kluitje. "Ik loop vandaag toch nergens heen."
De muisjes besloten ondertussen een piepklein beterschapskaartje te maken. Ze tekenden er een groot, scheef hartje op en legden het kaartje op het tafeltje.
Kerrie wilde ook helpen. Hij liep naar de kast en kwam terug met een kleedje in zijn bek.
Helaas had hij daarbij ook twee andere kleedjes en een oude sjaal uit de kast getrokken.
"Eén kleedje was voldoende," fluisterde Krieltje.
Kerrie keek naar de hele stapel.
Daarna legde hij alles maar naast het luchtbed. Voor het geval dat.
Na de thee sloot Kluitje zijn ogen. Hij wilde alleen maar even rusten, maar al snel was hij in slaap gevallen.
De dieren bleven bij hem in de buurt.
Kerrie lag naast het luchtbed. Noa sliep bij Kluitjes voeten. Kipje nam haar kuikens mee naar buiten, zodat ze daar verder konden spelen.
Zelfs de muisjes praatten alleen nog maar met piepfluisterstemmetjes.
Toen Kluitje wakker werd, voelde hij zich nog steeds niet helemaal goed. Maar de koude rillingen waren minder geworden.
"Heb je trek?" vroeg Krieltje.
"Een klein beetje."
Krieltje dook in haar voorraadkast.
Ze schoof bekers opzij, tilde een trommeltje op en keek achter een stapel borden.
"Hee!" riep ze. "Ik heb nog een blik soep."
Ze wilde het blik al pakken, maar hield toen even stil.
"Eerst controleren."
Krieltje bekeek het blik zorgvuldig. Het was niet bol, beschadigd of gaan lekken. Daarna zocht ze de houdbaarheidsdatum op.
"De datum is nog goed," zei ze. "Dan kunnen we deze veilig gebruiken."
Na het openen keek en rook ze nog even of de soep normaal was. Pas daarna deed ze de soep in een pannetje en warmde ze hem goed op.
Ze zette de dampende kom op het tafeltje bij Kluitje.
"Eerst voorzichtig proeven," zei ze. "Hij is warm."
Kluitje ging wat rechterop zitten. De soep rook heerlijk. Hij at langzaam, terwijl Kerrie naast hem bleef liggen en Noa vanaf het voeteneinde goedkeurend toekeek.
De kuikens kwamen opnieuw om de hoek van de deur kijken. Ze probeerden te zien wat er in de kom zat en strekten hun nekjes zo ver mogelijk uit.
"Dit is geen kuikensoep," zei Kipje.
De kuikens gingen weer zitten.
Na de soep kreeg Kluitje wat meer kleur op zijn wangen. Hij voelde zich nog niet helemaal beter, maar wel steviger en minder rillerig.
"Volgens mij heeft je magische drankje geholpen," zei hij.
"Het drankje, de soep, het luchtbed, de kleedjes én onze hele tuinploeg," zei Krieltje. "Dat is een bijzonder sterk recept."
Kluitje keek naar de dieren om hem heen.
"Wat was nu eigenlijk het belangrijkste ingrediënt?"
Krieltje keek naar Kerrie, die nog steeds naast het bed lag. Naar Noa bij Kluitjes voeten, naar het scheve beterschapskaartje van de muizen en naar Kipje met haar drie kuikens.
"Een flinke scheut aandacht," zei ze. "Een heleboel rust en zoveel liefde als er in een beker past."
Voordat Kluitje vertrok, liet Krieltje hem nog een tijd rustig zitten. Ze vroeg of hij niet duizelig was en of hij zich goed genoeg kon concentreren.
"Als het niet veilig voelt, ga je niet zelf naar huis," zei ze beslist. "Dan regelen we dat iemand je ophaalt."
Kluitje stond voorzichtig op en bleef even naast het luchtbed staan.
"Het gaat weer," zei hij. "Ik kan veilig naar huis rijden."
"En wat ga je doen zodra je thuis bent?" vroeg Krieltje.
"Mijn bed in."
"En daarna?"
"Goed uitzieken."
Krieltje knikte tevreden.
Bij het tuinhek draaide Kluitje zich nog eenmaal om.
"Dank jullie wel."
De dieren zwaaiden, piepten, kakelden en kwispelden hem na.
Het slakje was inmiddels bijna bij het luchtbed aangekomen.
"Waar is Kluitje?" vroeg het.
"Hij is voldoende opgeknapt om naar huis te gaan," vertelde Krieltje.
Het slakje keek naar de lange weg die het door het tuinhuisje had afgelegd.
"O," zei het. "Dan blijf ik hier zelf maar even uitrusten."
Krieltje legde een zacht blaadje voor hem neer.
Krieltjes drankje was misschien gewoon thee geweest.
Maar de zorg waarmee ze het had gemaakt, was echt.
En voor Kluitje voelde dat toch een klein beetje als magie.

