Krieltje en het roodborstkastje deel 3 : De eerste vliegles
Kijk! De jonge roodborstjes proberen te vliegen!!! Oei wat spannend ...

Krieltje en het roodborstkastje - deel 3 : De eerste vliegles
25-07-2026
Die ochtend was het anders stil bij het roodborstkastje. Niet gewoon stil. Spannend stil. Krieltje voelde het meteen toen ze haar tuin in kwam. Kerrie liep naast haar en deed vanzelf al zachtjes. Zelfs zijn staart kwispelde voorzichtig. Bij de klimop zat Rikkie op een tak. In zijn snavel had hij een klein rupsje. Roosje zat op het randje van het kastje en keek naar binnen. "Vandaag?" fluisterde Krieltje. Roosje wipte met haar staart. Uit het kastje klonk zacht gepiep. Daarna verscheen er een klein koppie bij de opening. Het jonge roodborstje had nog geen oranje borst zoals Rikkie en Roosje. Het was bruin en gespikkeld en keek alsof de hele wereld veel te groot was. "Daar komt er één," fluisterde Krieltje. Kerrie ging meteen zitten. Maar toen hoorde ze achter zich geritsel. Noa kwam aanlopen. Francis kwam aanlopen. Camilia kwam aanlopen. En Kipje ook nog. "Oh nee," fluisterde Krieltje. "Iedereen wil kijken." Gelukkig kwam precies op dat moment Kluitje door het tuinhekje. Hij bleef meteen staan. "Vliegles?" vroeg hij zacht. Krieltje knikte. "En publiek. Veel publiek." Samen maakten ze een zachte kijkgrens. Niet dichtbij het kastje, maar ruim ervoor. Een touwtje tussen twee stokjes, een plekje voor Kerrie en drie fijne plekjes voor de poezen. "Jullie mogen kijken," zei Krieltje. "Maar niet rennen, niet springen en vooral niet doen alsof jullie ook vliegles hebben." Noa ging zitten alsof ze dit natuurlijk allang wist. Francis likte haar pootje. Camilia keek onschuldig naar een grasspriet. Boven hen fladderde Rikkie naar een lage tak. Hij piepte zacht naar het jong in de opening. Kom maar. Het kleintje keek naar beneden. Toen naar links. Toen naar rechts. "Dat is best hoog," fluisterde Krieltje. "Voor zo'n klein ding wel," zei Kluitje. Het roodborstje zette één pootje op de rand. Daarna nog één. Zijn vleugeltjes trilden. Floep. Daar ging hij. Niet netjes recht vooruit zoals een volwassen vogel. Meer als een veertje met haast. Hij fladderde scheef naar beneden, maakte een vreemd bochtje en belandde midden in de lavendel. Kerrie hield zijn adem in. Even gebeurde er niets. Toen stak er een klein gespikkeld koppie boven de lavendel uit. "Gelukt," fluisterde Kluitje. "Niet mooi," fluisterde Krieltje. "Maar wel gelukt." Het tweede jong deed het anders. Die kwam uit het kastje, fladderde één rondje, schrok van zijn eigen vleugels en landde op het bordje waar "Vliegles" op stond. Het bordje wiebelde. Het jong wiebelde mee. Kipje keek bewonderend. "Dat is al beter dan mijn eerste vliegpoging." Noa keek haar aan. Kipje deed alsof ze niets gezegd had. Toen kwam het derde jong. Die kwam niet. Hij zat in de opening van het kastje en piepte zacht. Roosje vloog naar een takje dichtbij. Rikkie kwam erbij zitten. Samen maakten ze kleine, rustige geluidjes. Maar het kleintje bleef zitten. "Die durft niet," fluisterde Krieltje. "Dat snap ik wel," zei Kluitje. "De eerste keer is altijd groot." Krieltje bleef heel stil staan. Ze wilde helpen, maar ze wist dat ze niet aan het kastje mocht komen. Dit moesten Rikkie en Roosje zelf doen. "Kom maar," fluisterde ze toch. "Je hoeft niet meteen de hele wereld te kunnen. Alleen het eerste stukje." Het jonge roodborstje boog naar voren. Toen weer terug. Toen nog eens naar voren. Kerrie piepte zacht mee van spanning. "Stil," fluisterde Kluitje. Kerrie legde zijn kin op zijn poten. Het roodborstje spreidde zijn vleugeltjes. En sprong. Hij vloog niet ver. Hij vloog niet hoog. Hij vloog zelfs bijna achteruit. Maar hij vloog. Hij kwam terecht op een lage tak van de bessenstruik en bleef daar verbaasd zitten. Krieltje glimlachte zo breed dat haar wangen er pijn van deden. "Zie je wel," fluisterde ze. "Je kon het al. Je wist het alleen nog niet." Een tijdje later zaten de jonge roodborstjes verspreid door de tuin. Eén in de lavendel. Eén op het bordje. Eén in de bessenstruik. Rikkie en Roosje vlogen druk heen en weer met eten. "Hoe heten ze eigenlijk?" vroeg Krieltje zacht. "En zijn het jongens of meisjes?" vroeg Kluitje. Krieltje dacht na. "Volgens mij kun je dat bij jonge roodborstjes nog niet goed zien." "Dan noemen we ze voorlopig gewoon de Fladdertjes," zei Kluitje. "Fladdertje Eén, Fladdertje Twee en Fladdertje Drie," zei Krieltje. Uit de bessenstruik klonk een tevreden piepje. Die middag zette Krieltje een nieuw bordje bij het stiltehoekje.
- Niet storen.
- Jonge roodborstjes oefenen hier.
- Kijken mag.
- Jagen niet.
Kluitje las het bordje en knikte. "Duidelijk." Kerrie keek naar de jonge vogels alsof hij de belangrijkste bewaker van de hele wereld was. En misschien was hij dat op dat moment ook wel een beetje. "Vandaag hebben zij leren vliegen," zei Krieltje zacht. "En wij hebben leren stilzitten," zei Kluitje. Kerrie zuchtte diep. Voor sommige dieren was dat misschien nog wel de moeilijkste les van allemaal.
