Krieltje en het roodborstkastje deel 2 : de eieren komen uit
Ohhhh hoor nou wat er uit het roodborstkastje komt! Hele hoge piepjes... de eitjes zijn uitgekomen!...

Krieltje en het roodborstkastje - deel 2 : de eieren komen uit
24-07-2026
Die ochtend deed Krieltje het tuinhekje zachter open dan anders. Niet omdat het hek anders kraakte. Dat deed het toch wel. Maar omdat er in de tuin iets heel bijzonders aan de hand was. Bij het klimophoekje, waar het halfopen nestkastje hing, vloog Rikkie het roodborstje heen en weer alsof hij haast had voor drie vogels tegelijk. Hij landde op een takje. Hij keek links. Hij keek rechts. En toen verdween hij met iets kleins in zijn snavel het groen in. Krieltje bleef staan. "Dat was geen zaadje," fluisterde ze. Kerrie ging naast haar zitten en deed per ongeluk ook heel plechtig. Zijn oren hingen stil. Zijn staart lag stil. Zelfs zijn neus probeerde stil te snuffelen, maar dat lukte maar half. Uit het nestkastje klonk een piepklein geluidje. Piep. Krieltje hield haar adem in. Nog een keer. Piep piep. "Ooooh," fluisterde ze. "Volgens mij zijn ze er." Roosje, mama roodborst, zat al dagenlang warm en dapper op haar nest. Krieltje had haar vaak gezien, maar altijd van een afstandje. Ze wist dat je een broedende vogel met rust moest laten. Geen vingers bij het kastje. Niet gluren. Niet tikken. Niet vragen of je even mocht kijken. Ook niet heel beleefd. Want sommige wonderen gebeuren beter als niemand er met zijn neus bovenop staat. Rikkie kwam alweer aanvliegen. Deze keer had hij een klein rupsje bij zich. Hij hipte op het takje voor het nestkastje en verdween weer tussen de blaadjes. Even later kwam Roosje naar buiten. Ze zag er moe uit. En trots. En een beetje warrig, alsof ze vannacht geen oog had dichtgedaan. Krieltje begreep dat heel goed. "Gefeliciteerd, Roosje," zei ze zacht. Roosje keek even naar haar. Niet boos. Niet bang. Meer alsof ze wilde zeggen: dank je, maar ik heb nu geen tijd voor visite. Daarna vloog ze weg. "Ze moet eten zoeken," zei Krieltje tegen Kerrie. "Voor de kleintjes. Roodborstbaby's kunnen nog niks zelf. Ze zijn heel klein, bijna bloot, en hun oogjes zijn nog dicht. Dus papa en mama moeten de hele dag hapjes brengen." Kerrie keek ernstig naar het nestkastje. Alsof hij best een boterham wilde aanbieden. "Nee," zei Krieltje meteen. "Geen boterhammen. Voor jonge roodborstjes zijn kleine beestjes veel beter. Rupsjes, spinnetjes, vliegjes… dat soort eten." Kerrie keek opgelucht. Dan hoefde hij zijn boterham ook niet te delen. De tuin leek ineens anders. De bloemen stonden nog steeds te wiegen. De hommels bromden nog steeds door de klaprozen. De sloot glinsterde nog steeds tussen het riet. Maar nu was er ook een klein piepend geheimpje in het klimophoekje. Francis kwam aanlopen en wilde precies die kant op. "Ho," zei Krieltje zacht. Francis bleef staan. "Daar is vandaag geen kattenpad," zei Krieltje. "Roosje en Rikkie hebben baby's. Wij blijven uit de buurt." Francis ging zitten en likte haar poot. Dat betekende waarschijnlijk: ik wist dat natuurlijk al. Camilia lag onder de bessenstruik en deed alsof ze sliep, maar één oog stond open. Noa zat op haar vaste plekje in het gras en keek rustig naar het nestkastje. Krieltje pakte een paar bamboestokjes en een stukje touw uit haar schuurtje. Niet om iets aan het nest te doen. Zeker niet. Maar om op ruime afstand een klein boogje te maken. Daar hing ze een bordje aan. "Stiltehoekje Roodborstbaby's rusten hier!" Kipje kwam nieuwsgierig aanscharrelen. "Mag ik kijken?" vroeg ze. "Van hier," zei Krieltje. Kipje strekte haar nek uit. "Dat is ver." "Precies goed," zei Krieltje. Kipje knikte. "Ik kan ook stil zijn." Op dat moment trapte ze per ongeluk op een droog blaadje. KRAK. Alle dieren keken naar haar. "Dat blaadje begon," zei Kipje snel. De rest van de ochtend vloog Rikkie af en aan. Roosje ook. Soms kwamen ze met iets piepkleins in hun snavel. Soms bleven ze heel even in de struiken zitten, alsof ze moesten uitrusten voordat ze weer verder gingen. Krieltje zette op een veilige plek een ondiep schaaltje water neer, niet bij het nestkastje, maar een stukje verderop onder de struiken. Met een paar steentjes erin, zodat ook kleine insecten veilig konden landen. "Water voor wie dorst heeft," zei ze. Daarna ging ze op haar hurken bij Kerrie zitten. "Wij gaan vandaag niet druk doen," zei ze. "Geen balspel naast het klimophoekje. Geen grote sprongen. Geen gekke Kerrie-rondjes." Kerrie zuchtte. Een heel brave zucht. Toen legde hij zijn kop op zijn poten en hield de wacht vanaf een keurige afstand. Aan het einde van de middag zat Krieltje op haar bankje bij het donkergroene huisje. Ze hoorde het zachte gepiep nog steeds. Niet hard. Niet veel. Maar genoeg om te weten dat er leven was. Rikkie landde op de rand van de regenton met weer een hapje in zijn snavel. Heel even keek hij naar Krieltje. "Goed bezig," fluisterde Krieltje. Rikkie wipte met zijn staart en vloog door. Krieltje pakte haar tuinschrift en schreef: Vandaag zijn de roodborstkindjes geboren. Daaronder schreef ze: Soms help je door iets te doen. En soms help je door stil te blijven, afstand te houden en goed op te letten. Toen keek ze naar het klimophoekje. "Welkom in de tuin, kleintjes," fluisterde ze. Uit het nestkastje klonk heel zacht: Piep. En Krieltje glimlachte. Dat was antwoord genoeg.
