Krieltje en het spoor in het zand
Uit de Krieltjes zomerboekje reeks : Kijk nou! Van wie zijn al die sporen in het zand?

Uit de Krieltjes zomerboekje reeks :
Krieltje en het spoor in het zand
Krieltje, Kluitje en Kerrie liepen over het strand. Het was zo'n ochtend waarop het zand nog bijna leeg leek. Niet helemaal leeg natuurlijk, want een strand is nooit echt leeg. Er lagen schelpen, stukjes zeewier, kuiltjes van de wind en overal sporen. Voetstappen van mensen. Pootafdrukken van honden. Smalle streepjes van iets wat misschien een krabbetje was geweest. Kerrie liep met zijn neus vlak boven het zand. Hij snuffelde links. Hij snuffelde rechts. Toen bleef hij ineens stokstijf staan. Voor hem liep een rijtje kleine pootafdrukken. Drie dunne teentjes naar voren. Eén klein streepje naar achteren. Ze stonden keurig achter elkaar, alsof iemand met hele nette voeten over het strand was gewandeld. "Dat lijken meeuwenvoetjes," zei Krieltje. "Of iemand met kleine harkjes aan zijn tenen," zei Kluitje. Kerrie zette voorzichtig één poot naast de afdrukken en keek afwachtend op. "Goed dan," zei Krieltje. "We volgen het spoor." Stap voor stap liepen ze achter de afdrukken aan. Het spoor ging langs een schelp, om een hoopje zeewier heen en daarna langs een zandkasteel waarvan alleen nog een torentje over was. "Deze meeuw had duidelijk geen haast," zei Kluitje. "Misschien was hij op inspectie," zei Krieltje. "Strandinspecteur Meeuw," zei Kluitje ernstig. "Afdeling kruimels, frietjes en verdachte broodtrommels." Kerrie kwispelde. Hij wist niet precies wat een afdeling was, maar kruimels en frietjes begreep hij uitstekend. Het spoor liep verder richting een strandtent. Daar wapperden vlaggetjes aan een lijn en stond een hoge vlaggenmast in het zand. Krieltje boog zich weer over de afdrukken. En toen… Stop. Het spoor hield zomaar op. Niet vaag. Niet langzaam. Gewoon ineens. "Dat kan toch niet?" zei Krieltje. Kluitje keek naar links, naar rechts en toen omhoog. "Misschien is hij opgehaald." "Door wie dan?" vroeg Krieltje. "Door een zeer kleine helikopter," zei Kluitje. "Of…" zei een stem boven hen. Krieltje, Kluitje en Kerrie keken omhoog. Boven in de vlaggenmast zat een meeuw. Hij keek heel tevreden naar beneden, alsof hij precies wist dat ze hem zouden vinden. "Zijn dat jouw sporen?" vroeg Krieltje. "Uiteraard," zei de meeuw. "Ik loop zeer herkenbaar." "Maar ze stoppen ineens," zei Kluitje. "Ja," zei de meeuw. "Toen ging ik vliegen." Krieltje begon te lachen. "Dat is valsspelen." "Vliegen is geen valsspelen," zei de meeuw. "Het is gewoon lopen met een pauze in de lucht." Kerrie blafte één keer. Alsof hij vond dat daar best iets in zat. De meeuw streek met zijn snavel langs zijn veren. "Iedereen laat sporen achter. Mensen, honden, vogels, krabbetjes. Zelfs de wind." "De wind?" vroeg Krieltje. "Zeker," zei de meeuw. "Kijk maar naar die ribbeltjes in het zand." Krieltje hurkte neer en streek met haar hand over het zand. De ribbeltjes voelden zacht en droog. Ze liepen allemaal dezelfde kant op, alsof iemand met een reusachtige kam voorzichtig over het strand was gegaan. Een stukje verderop kwam een golfje aangespoeld. Het water gleed over een rij voetstappen heen. Even waren de afdrukken nog donker te zien. Toen trok het water terug en waren ze weg. "Het strand wist alles weer uit," zei Krieltje zacht. "Niet alles," zei Kluitje. "Wij weten nog dat we hier liepen." Dat vond Krieltje een mooie gedachte. Ze keek achterom. Hun eigen voetstappen stonden nog duidelijk in het zand. Kerries pootafdrukken liepen er kriskras tussendoor. En vlak daarnaast zag ze de kleine meeuwenvoetjes die ineens ophielden. "Eigenlijk is het strand een soort boek," zei Krieltje. "Een boek dat zichzelf steeds opnieuw schrijft," zei Kluitje. "En soms eet de zee de bladzijdes op," zei de meeuw. "Dat klinkt wel een beetje dramatisch," zei Krieltje. "Dat hoort bij meeuwen," zei de meeuw. "Wij zijn graag indrukwekkend." Daarna gingen ze zelf sporen maken. Krieltje zette haar blote voeten naast elkaar in het zand en wiebelde met haar tenen. Kluitje maakte grote stappen alsof hij een reiger was. Kerrie rende in een rondje en maakte een vrolijke krul van pootafdrukken. De meeuw vloog naar beneden, landde vlakbij, liep drie deftige stappen door het zand en keek trots naar zijn eigen voetjes. "Zie je," zei hij. "Kunst." "Drie stappen kunst," zei Kluitje. "Minimalistisch," zei de meeuw. Krieltje maakte met haar teen een hartje om Kerries mooiste pootafdruk. "Deze wil ik bewaren," zei ze. "Dan moet je snel zijn," zei Kluitje. Een golfje kwam dichterbij. Het raakte net het randje van het hartje. Nog een golfje. Het hartje werd scheef. Nog één golfje, en weg was het. Krieltje vond het even jammer. Maar toen zag ze dat Kerrie alweer nieuwe afdrukken maakte, vlak naast haar voeten. "Dan maken we gewoon nieuwe," zei ze. Kluitje knikte. "Sporen zijn tijdelijke tekeningen." "Precies," riep de meeuw vanaf de vlaggenmast. "En tijdelijke tekeningen zijn ook tekeningen." Op de terugweg keek Krieltje nog één keer achterom. Hun sporen waren bijna verdwenen. Alleen Kerries laatste pootafdruk stond nog duidelijk in het zand. "Die is van mij," zei Kerrie niet, maar hij keek wel zo. Krieltje glimlachte. Sommige sporen blijven maar even. Maar als je goed kijkt, vertellen ze toch een heel verhaal.
