Krieltje en het waterplan - Deel 1 : De overvolle bolderkar

24-06-2026

Krieltje heeft water nodig voor de tuin. Ze maken en plan en verzamelen de spullen...

Krieltje en het waterplan - Deel 1 : De overvolle bolderkar

 

Krieltje stond met haar handen in haar zij naar de sloot te kijken.

De zon scheen vrolijk op haar volkstuin. De klaprozen wiegden heen en weer, de hommels bromden druk van bloem naar bloem en ergens onder de appelboom lag een poes te doen alsof ze toezicht hield.

Maar Krieltje fronste.

'Er is water genoeg,' zei ze. 'Alleen zit het precies daar waar ik niet steeds in wil vallen.'

De hond keek naar de sloot en kwispelde alsof hij best wilde helpen. Dat was aardig bedoeld, maar Krieltje wist dat zijn hulp meestal eindigde met modder tot achter zijn oren.

Ze ging op een omgekeerde emmer zitten en pakte haar notitieboekje. Al snel kwamen de tuinbewoners dichterbij.

De veenmol kroop uit de aarde. De muizen klommen op de rand van de compostbak. Een slak schoof langzaam maar zeer betrokken over een blad. De twee poezen gingen erbij zitten alsof dit een vergadering was die zonder hen onmogelijk kon beginnen.

'We hebben een plan nodig,' zei Krieltje. 'Een manier om water uit de sloot te halen zonder dat ik met emmers hoef te hannesen.'

'Een tunnel!' riep de veenmol meteen.

'Een glijbaan!' piepte een muis.

'Een lange rij slakken die het water doorgeven,' stelde de slak voor.

Iedereen keek naar haar.

'Wat?' zei de slak. 'Ik denk graag mee.'

Krieltje tekende in haar boekje. Eerst de sloot. Toen haar tuin. Toen een klein plateau van planken. Daarop tekende ze een oude gietijzeren handpomp.

'Als de pomp hier komt,' zei ze, 'dan kan er een slang naar de sloot. En als ik pomp, komt het water omhoog in een emmer.'

'Waar staat de emmer dan?' vroeg een muis.

Krieltje tekende een stevige boomstam onder de pomp.

'Hierop. Dan staat de emmer precies goed.'

De dieren keken naar de tekening. Er kwamen palen in de grond. Dwarsplanken eraan vast. Een plateau bovenop. De pomp op de goede hoogte. Een slang naar de sloot.

'Mooi,' zei de veenmol. 'Maar waar halen we al die spullen vandaan?'

Konijn Wipje, die tot dan toe stilletjes aan een sprietje gras had geknabbeld, stak haar oren omhoog.

'Ik heb verderop in een andere tuin een oude pomp zien liggen,' zei ze. 'Helemaal achterin, naast een stapel potten.'

'Een pomp!' riepen de muizen.

De vogels kwamen ook in beweging. Een merel vertelde dat hij bij de bouwmarkt pallets had gezien die gratis mochten worden meegenomen. De kraai wist nog ergens een stuk ketting. De mieren hadden een vergeten zak schroeven ontdekt onder een afdakje.

Krieltje keek van het ene dier naar het andere.

'Dan ga ik vragen of ik het mag meenemen,' zei ze. 'Want spullen pak je niet zomaar. Ook niet als ze heel handig zijn.'

Die middag ging Krieltje op pad met haar bolderkar.

Eerst naar de tuin met de oude pomp. De eigenaar lachte toen Krieltje ernaar vroeg.

'Die pomp mag je hebben hoor,' zei hij. 'Maar hij doet het niet meer.'

'Dat geeft niet,' zei Krieltje. 'Misschien kan ik hem wakker maken.'

De man legde uit wat ze moest doen. Nieuwe leertjes bestellen. De roest voorzichtig weghalen. De leertjes plaatsen. En voordat ze de eerste keer ging pompen, moest er eerst een beetje water in de pomp.

'Anders zuigt hij niet,' zei hij.

Hij gaf haar ook een slang mee met een terugslagklep. 'Dan loopt het water niet meteen weer terug als je even stopt met pompen.'

Krieltje knikte alsof ze het allemaal precies begreep. En eigenlijk begreep ze het ook best aardig.

Daarna haalde ze pallets bij de bouwmarkt, een paar stevige planken, een stuk boomstam en nog wat kleine spullen die volgens de dieren vast ergens goed voor zouden zijn.

De bolderkar werd voller en voller.

De hond trok aan de voorkant. Wipje duwde aan de achterkant. De muizen zaten boven op de pomp en riepen aanwijzingen.

'Links!'

'Rechts!'

'Pas op, hobbel!'

De poezen liepen ernaast met de trotse houding van dieren die vooral morele steun geven.

Toen ze eindelijk bij de volkstuin aankwamen, stond de zon al wat lager. Samen tilden, duwden, rolden en sleepten ze alle spullen uit de kar.

De oude pomp lag in het gras. De pallets lagen ernaast. De slang kronkelde als een slapende waterslang over het pad.

Krieltje ging op de boomstam zitten en zuchtte tevreden.

'Morgen beginnen we,' zei ze.

De dieren knikten. Zelfs de slak, die nog maar net bij de bolderkar was aangekomen, knikte mee.

Krieltje pakte een fles prik uit haar tas en deelde wat lekkers uit.

'Op ons waterplan,' zei ze.

'Op onze waterpomp!' piepte een muis.

'Die nog helemaal niet werkt,' zei de poes droog.

Krieltje glimlachte naar de oude pomp in het gras.

'Nog niet,' zei ze. 'Maar wacht maar tot morgen.'

Wordt vervolgd...

Share