Krieltje en het waterplan - Deel 2 : De tekening in het zand
Vandaag gaan ze kijken waar alles moet komen te staan....

Krieltje en het waterplan - Deel 2
De
tekening in het zand | 24 juni 2026
De volgende ochtend lagen alle spullen nog in de tuin. De oude gietijzeren pomp lag in het gras. De slang lag opgerold naast de compostbak als een slapende waterslang. De pallets, palen en planken lagen ernaast te wachten.
Krieltje stroopte haar mouwen op. 'Zo,' zei ze. 'Vandaag gaan we beginnen.'
De hond sprong overeind. De muizen kwamen uit de compostbak gerend. De slakken staken hun voelsprieten uit. De veenmol kwam half uit de aarde omhoog. De twee poezen gingen op een stoel zitten, alsof ze keurmeesters waren.
Krieltje pakte een paal en keek naar de sloot. Daarna keek ze naar de pomp, de slang, de boomstam en weer naar de sloot.
Toen legde ze de paal terug.
'Wacht,' zei ze.
'Wat wachten?' vroeg een muis. 'We waren net heel goed begonnen.'
'We deden alsof,' zei Krieltje. 'Als we zomaar gaan bouwen, staat de pomp straks misschien op de verkeerde plek. Of de slang is te kort. Of de emmer past er niet onder.'
De hond ging weer zitten.
'Eerst kijken,' zei Krieltje. 'Dan meten. Dan tekenen. En dan pas bouwen.'
Ze pakte een lange stok en liep naar het zandpad. Met de punt trok ze een lijn.
'Dit is de sloot.'
De slak keek aandachtig. 'Die sloot is wel erg droog.'
'Het is een tekening,' zei Krieltje.
'Oh,' zei de slak. 'Dan is hij heel netjes.'
Krieltje tekende een vierkant. 'Hier komt de stellage. Met palen in de grond en dwarsplanken eraan. Daar kan de pomp straks stevig tegenaan.'
Daarna tekende ze een rondje. 'Hier komt de boomstam. Dan kan de emmer erop staan, precies onder de pomp.'
De hond stak zijn neus boven de tekening. 'En waar kom ik?'
'Jij komt niet in de tekening,' zei Krieltje. 'Jij helpt straks met graven.'
De hond kwispelde alsof hij zojuist was benoemd tot hoofd graafzaken.
Toen trok Krieltje een kronkelende lijn van de pomp naar de sloot.
'En hier komt de slang. Die graven we een beetje in, zodat niemand erover struikelt.'
'Dat lijkt op een worm,' zei een muis.
'Het is een slang,' zei Krieltje.
'Een waterslang,' fluisterde de kleinste muis.
Dat vond iedereen een prachtige naam.
Toen moesten ze meten. Krieltje gebruikte haar meetlint. De hond mat met grote stappen, maar vergat halverwege waar hij begonnen was. De muizen legden grassprietjes achter elkaar. De slakken maakten een glinsterend spoor langs de plek waar niet gegraven mocht worden.
'Dat is handig,' zei Krieltje. 'Een waarschuwingslijn.'
'En mooi,' zei de slak tevreden.
De veenmol wilde de slang het liefst heel diep onder de grond leggen.
'Niet zo diep dat ik hem nooit meer terugvind,' zei Krieltje.
'Jammer,' zei de veenmol. 'Diep is meestal beter.'
De poezen vonden vooral dat de pomp niet in hun looproute mocht staan.
'Een pomp is geen krabpaal,' zei Krieltje.
De zwarte poes knipperde langzaam. Dat betekende waarschijnlijk: dat zullen we nog wel zien.
Toen de tekening klaar was, keek Krieltje naar de oude pomp in het gras.
'Ik bestel alvast nieuwe leertjes voor de pomp,' zei ze. 'Die hebben we later nodig, zodat de pomp straks weer goed kan pompen.'
'Gaan we hem nu openmaken?' vroeg een muis.
'Nog niet,' zei Krieltje. 'Eerst moet hij een stevige plek krijgen. Een pomp zonder stellage is als een vogelhuisje zonder boom.'
De hond zuchtte. 'Dus we hebben vandaag nog niets gebouwd?'
Krieltje keek naar de lijnen in het zand. Daar stonden de sloot, de stellage, de slang en de boomstam. Alle dieren zaten trots naast hun eigen stukje plan.
'Jawel hoor,' zei ze. 'We hebben het begin gebouwd. In ons hoofd.'
De veenmol knikte ernstig. 'En een beetje in het zand.'
De kleinste muis keek naar de poes. 'Als ik iets ingewikkeld vind, moet ik dus eerst kijken, dan tekenen en dan pas beginnen?'
'Precies,' zei Krieltje.
'Dan ga ik morgen een tekening van jou maken,' zei de muis tegen de poes.
De poes opende een oog. 'Dat mag. Maar maak mijn snorharen wel goed.'
Krieltje lachte. De dieren lachten mee. Zelfs de oude pomp leek in het gras iets minder streng te liggen.
Aan het eind van de middag stond er nog geen stellage. Er liep nog geen slang naar de sloot. En er kwam nog geen druppel water uit de pomp.
Maar het plan was klaar.
'Morgen,' zei Krieltje, 'gaan we bouwen.'
'Echt bouwen?' vroeg de hond.
'Echt bouwen,' zei Krieltje.
De muizen juichten. De slakken knikten langzaam. De veenmol dook alvast de grond in om vooronderzoek te doen.
En de oude pomp? Die lag stil in het gras.
Maar als je heel goed keek, leek het net alsof hij luisterde.
Wordt vervolgd...
