Krieltje en het waterplan - Deel 3 : Bouwen aan de waterkant
Zoooo alles ligt klaar... de eerste bouwactie kan uitgevoerd worden... iedereen heeft er zin in...

Krieltje en het waterplan - Deel 3
Bouwen aan de waterkant | 24 juni 2026
De ochtend daarop was Krieltje al vroeg wakker. Vandaag was geen gewone tuindag. Vandaag werd er gebouwd.
Ze pakte bijna haar halve schuurtje in: een grondboor, een palenrammer, twee waterpassen, een rolmaat, klemmen, een accuboormachine met volle accu's, planken, palen, een trapje en natuurlijk limonade. Want bouwen zonder pauze was volgens Krieltje helemaal geen goed plan.
Gepakt en bezakt fietste ze naar de tuin. Haar fietstassen zaten bomvol gereedschap en achter haar fiets hobbelde haar zelfgemaakte aanhanger. Daarin zaten de twee poezen en de hond op zachte kussens.
'Eerste klas vervoer,' zei de zwart-witte poes.
'Te weinig beenruimte,' bromde de cyperse poes.
De hond stak zijn neus in de wind en deed alsof hij de leider van een grote bouwoptocht was.
Bij de tuin stonden de dieren al klaar. Nou ja, klaar... de muizen zaten bovenop het meetlint, de slakken bekeken de bouwhelmpjes en de veenmol keek ernstig naar de grondboor.
'Wat is dat?' vroeg hij.
'Een grondboor,' zei Krieltje. 'Daarmee maken we gaten voor de palen.'
De veenmol kneep zijn oogjes samen. 'Gaten maken is mijn werk.'
'Jij mag controleren of er geen wortels in de weg zitten,' zei Krieltje.
Dat vond de veenmol meteen een veel belangrijkere functie.
Eerst zette Krieltje twee houten schragen bij haar schuurtje. Daarop legde ze de planken. Met de rolmaat mat ze hoe lang ze moesten worden. Met een potlood zette ze streepjes en met de winkelhaak keek ze of de hoeken netjes recht waren.
'Is dat een haak voor in de winkel?' vroeg de hond.
'Nee,' zei Krieltje. 'Daarmee kijk je of iets haaks is. Dat betekent: precies een rechte hoek.'
'Zoals een boze kat?' vroeg een muis.
De zwart-witte poes keek beledigd. 'Ik ben niet boos. Ik ben haaks.'
Toen was het tijd voor de veiligheidsronde. Iedereen kreeg iets op of om. De hond kreeg een geel bouwhelmpje dat steeds scheef zakte. De muizen kregen dopjes van eikels als helm. De slakken kregen halve walnootdopjes en zachte pluisjes als gehoorbescherming.
En toen verscheen Noa.
Ze liep rustig tussen de planken door, keek naar de helmpjes en zei: 'Alleen als er geen belletje aan zit.'
'Jij bent vandaag bouwtoezicht,' zei Krieltje.
Noa ging zitten alsof ze dat allang wist.
Bij de waterkant wees Krieltje naar de palen. 'Een paal moet stevig staan. Als hij drie stukjes lang is, moet ongeveer een stukje onder de grond.'
'Een derde,' piepte een muis trots.
'Precies,' zei Krieltje.
Voordat de palen de grond in gingen, smeerde Krieltje de onderkant in met een dikke donkere beschermlaag.
'Is dat modder?' vroeg de veenmol hoopvol.
'Nee,' zei Krieltje. 'Dit helpt tegen rotten. De grond hier is natte veengrond. Dat is fijn voor veel planten, maar hout kan er zacht van worden.'
'Net als een koekje in thee?' vroeg een muis.
'Precies,' zei Krieltje. 'En deze palen mogen geen koekjes worden.'
Daarna maakte ze met de grondboor diepe gaten. De veenmol controleerde plechtig de aarde. De hond wilde helpen en groef natuurlijk net naast het gat.
'Dat is een reservegat,' zei hij trots.
Toen de eerste paal stond, zette Krieltje de palenrammer erbovenop.
'Let op,' zei ze. 'Dit maakt lawaai.'
Iedereen deed zijn gehoorbescherming goed.
BONK.
Alle dieren sprongen tegelijk een stukje omhoog.
'Dat was een,' zei Krieltje.
'Hoeveel moeten er nog?' vroeg de hond.
Krieltje keek naar de paal. 'Best veel.'
Noa zuchtte. 'Ik open een tijdelijk klachtenloket.'
Met twee waterpassen hielden de dieren de paal recht. De zwart-witte poes keek langs de ene waterpas alsof ze bouwmeester was. De cyperse poes zat bij de andere.
'Niet wiebelen,' zei Krieltje.
'Ik wiebel nooit,' zei de cyperse poes, terwijl haar staart precies tegen de paal tikte.
Toen de palen stevig stonden, klemde Krieltje de dwarsplanken op hun plek.
'Een klem is eigenlijk een extra hand,' legde ze uit. 'Die houdt iets vast terwijl ik kan boren en schroeven.'
De hond keek naar zijn poten. 'Ik heb vier extra handen.'
'Jij hebt vier extra redenen waarom een plank ineens wegloopt,' zei de cyperse poes droog.
Krieltje boorde eerst dunne gaatjes voor. 'Anders kan het hout scheuren als de schroeven erin gaan.' Daarna draaide ze de lange roestvrijstalen schroeven vast.
'Waarom roestvrij?' vroeg een muis.
'Omdat gewone schroeven buiten kunnen roesten,' zei Krieltje. 'En roest maakt ze zwakker.'
Langzaam groeide er bij de waterkant een stevig houten bouwsel. Twee palen in de grond, dwarsplanken ertussen en een klein plateau waar straks de oude pomp op kon komen. Onder het plateau was ruimte voor een emmer.
Daarna groef Krieltje voorzichtig een smal geultje richting de sloot. Daarin kwam later de waterslang te liggen. De slakken maakten er een glimmend waarschuwingsspoor naast.
'Niemand struikelen,' zeiden ze langzaam.
Toen de zon wat lager stond, zaten ze samen naar het bouwwerk te kijken. Het was niet keurig zoals in een winkel. Het had modder aan de palen en grassprietjes tussen de planken.
Maar het stond stevig. En het was van hen.
'Daar komt de pomp,' zei Krieltje trots.
'Wanneer wordt hij wakker?' vroeg een muis.
'Morgen,' zei Krieltje. 'Dan gaan we kijken wat er vanbinnen allemaal nog werkt.'
Noa sprong op het houten plateau en tikte met haar staart tegen een plank.
'Goedgekeurd,' zei ze. 'Mits er geen belletje aan komt.'
Wordt vervolgd...
