Krieltje en het waterplan – Deel 4: De pomples

28-06-2026

Hoe werkt zo'n pomp nou eigenlijk? Krieltje legt het uit...

Krieltje en het waterplan - Deel 4

De pomples | 27 juni 2026

De volgende ochtend stond Krieltje al vroeg in haar moestuin. Midden tussen de bloemen stond de oude pomp: zwart, zwaar, een beetje roestig en heel erg stil.

Krieltje had hem op een stevig plankje gezet, zodat hij niet wiebelde in de zachte tuingrond. Voor de zekerheid zat er ook een touw omheen, vast aan de appelboom. "Als zo'n zware pomp omvalt," had Krieltje streng gezegd, "dan wil ik daar geen pootje, staart, snorhaar of voelspriet onder hebben."

Daar waren alle dieren het meteen mee eens. Ze waren zelfs allemaal een stukje achteruit gegaan. Zelfs de slakken. En die gingen anders nooit snel achteruit.

Nu stond de pomp veilig. Krieltje controleerde het touw nog een keer en knikte tevreden. "Zo. Nu mag iedereen weer komen kijken."

Uit de bloemen kwamen de dieren voorzichtig terug. De veenmol liep voorop in zijn blauwe tuinbroek en zijn twee nieuwe blauwe laarsjes. "Veiligheid is belangrijk," zei hij ernstig.

"Precies," zei Krieltje.

De slakken wilden alles goed kunnen zien, maar dat viel nog niet mee. Ze klommen op elkaar, zakten weer scheef en begonnen tegelijk te zuchten. Krieltje pakte een kistje en zette het op zijn kant. "Klim hier maar op."

Een baby-slakje kwam niet boven. Zijn moeder probeerde hem te helpen, maar gleed zelf bijna terug. Toen stapte Kluitje voorzichtig naar voren. Niemand had hem horen aankomen. Hij tilde het baby-slakje en de moeder-slak rustig op het kistje.

"Dank je wel," zei moeder slak. "Graag gedaan," zei Kluitje.

Meteen riepen de andere slakjes door elkaar. "Ik wil ook vooraan!" "Ik zie niks!" "Ik zie alleen slakkenbillen!"

Kluitje keek even rond, pakte een paar korte latjes en legde ze in laagjes op het kistje. "Een tribune," zei hij. "Jaaaa!" riepen de slakjes.

Krieltje keek naar Kluitje en glimlachte. Niet zomaar een glimlach. Zo eentje van: ik heb je door. Kluitje kreeg rode oren.

De muizen zagen het meteen. "Heb je dat gezien?" fluisterde er een. "Wat?" vroeg een ander. "Die glimlach." "Ooooooh."

"Stil," zei een mier. "Er begint een les."

Krieltje pakte de tekening die ze thuis had uitgeprint. Samen met Kluitje hing ze die met twee knijpers aan een laag takje van de appelboom. Op de tekening stond hoe een oude handpomp er vanbinnen uitzag.

Krieltje wees met een stokje naar de tekening. "Kijk, dit is de hendel. Als je daaraan beweegt, gaat er binnenin iets op en neer."

De hond keek naar de hendel van de echte pomp. "Nee," zei Krieltje meteen. "Niet nu." De hond zuchtte.

"En hier zitten straks de leertjes," ging Krieltje verder.

"Leertjes?" piepte een muis. "Zijn dat kleine schoenen?" vroeg een tweede. "Voor de pomp?" zei een derde. "Heeft hij voeten?"

Krieltje lachte. "Nee. Leertjes zijn kleine ronde stukjes leer. Die helpen de pomp om water omhoog te trekken. Als ze oud, droog of kapot zijn, dan beweegt de pomp misschien nog wel, maar dan komt er geen water."

"Dus de leertjes zijn eigenlijk poortwachters," zei Kluitje.

Krieltje keek hem blij aan. "Ja. Ze laten het water de goede kant op gaan."

"Poortwachters," fluisterde een muis ernstig. "Geen schoenen," zei een ander teleurgesteld. "Misschien wel werkschoenen," zei de derde.

De cyperse poes sloot haar ogen. Zij vond dat de les veel te lang over water ging en veel te weinig over eten.

Krieltje legde haar hand op het koude gietijzer. "Deze pomp is oud," zei ze. "Maar oud betekent niet kapot. Soms betekent oud alleen dat iets voorzichtig wakker gemaakt moet worden."

"En eerst goed begrijpen," zei Kluitje.

"Precies," zei Krieltje. "Vandaag maken we hem nog niet open. Eerst leren we hoe hij werkt. Morgen gaan we repareren. Rustig, stap voor stap, en alle boutjes in een bakje."

Op dat moment ritselde het gras achter de gereedschapskist. Iedereen schrok.

Noa kwam tevoorschijn met een grasspriet aan haar snorhaar. Ze keek alsof ze net van een belangrijke patrouille terugkwam. "Daar ben je," zei Krieltje.

Noa knipperde langzaam. Dat betekende waarschijnlijk: ik was nooit weg, jullie letten gewoon niet goed op.

Noa snoof een keer aan het plankje en ging toen rustig naar de tekening kijken. Alsof zij de pomples ook best interessant vond.

De pomp stond stil op zijn plankje. Niet wiebelend. Niet druppelend. Niet pompend. Maar toch leek hij minder streng dan eerst. Alsof hij een klein beetje luisterde.

Na de les schonk Krieltje nog wat sap in. Voor haarzelf, voor Kluitje en voor de muizen in dopjes. De hond kreeg water, want sap vond Krieltje geen goed idee voor honden met drukke poten. De poezen kregen ieder een schoon bakje water. Dat vonden ze eerst een beetje beledigend, tot Noa er heel deftig van dronk alsof het uit een koninklijke vijver kwam.

De zon scheen over de tuin. De hommels bromden tussen de bloemen. En de oude pomp stond stil op zijn plankje.

Niet kapot. Niet vergeten. Alleen een beetje wakker aan het worden.

wordt vervolgd...


Share