Krieltje en het waterplan - Deel 5: De oude pomp wordt wakker

29-06-2026

Eindelijk... de oude pomp wordt uit elkaar gehaald... spannend of dat gaat lukken...

Krieltje en het waterplan - Deel 5

De oude pomp wordt wakker | 27 juni 2026

Toen Krieltje die ochtend haar tuinhek openduwde, bleef ze even staan.

Daar, naast het donkere moestuinhuisje, zat Kluitje al op een omgekeerde emmer. Zijn laarzen stonden keurig naast elkaar in het gras, zijn haar zat alle kanten op en naast hem lagen de gereedschapskist en de oude pomp al klaar.

"Ben jij er al?" vroeg Krieltje verbaasd.

Kluitje keek op en glimlachte. "Ik was nieuwsgierig."

Dat begreep Krieltje meteen. Dat had zij ook. Een oude pomp die niet meer werkte, was eigenlijk een soort raadsel van gietijzer. En raadsels waren er om voorzichtig open te maken.

"Ik heb de pomp alvast dichterbij gezet," zei Kluitje. "Maar niet alleen getild hoor. Ik heb hem gerold over twee planken. En heel langzaam."

Krieltje keek naar de pomp. Die lag stevig op een lage houten werkplank, met een paar blokken ernaast zodat hij niet weg kon rollen. Precies goed.

"Netjes," zei ze.

Kluitje kreeg een beetje rode oren. "Ik dacht: dan kunnen we meteen beginnen."

Uit de bloemen kwamen de eerste toeschouwers al tevoorschijn. De muizen zaten in een rijtje op een boomwortel. De slakken hadden hun tribune van gisteren weer gevonden. De hond lag vlak bij de gereedschapskist, alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor alle sleutels, tangen en schroevendraaiers.

Noa was er nu ook al bij. Ze keek blij en kon niet wachten tot de actie begon.

Krieltje klapte in haar handen. "Goed. Eerst de regels."

De dieren zuchtten niet eens. Ze wisten inmiddels dat Krieltjes regels meestal betekenden dat iedereen zijn tenen, snorharen en voelsprieten mocht houden.

"Niemand zit met zijn neus bovenop de pomp," zei Krieltje. "Niemand pakt zomaar iets. En elk boutje, ringetje of onderdeeltje krijgt een eigen plekje."

"Ook als het glimt?" vroeg de veenmol.

"Juist als het glimt," zei Krieltje.

De veenmol knikte ernstig, maar zijn oogjes bleven toch even hangen bij een klein leeg bakje.

Krieltje ging naast de pomp zitten alsof ze een dokter was die klaar zat voor een operatie.

"Sleutel vijftien," zei ze bijna dwingend, en ze stak haar hand uit naar Kluitje, die naast de gereedschapskist zat. "En neem er zelf ook een."

Kluitje pakte de sleutel en legde hem zachtjes in haar hand.

"Alstublieft, dokter," zei hij met een strak gezicht.

"Dank u wel," zei Krieltje plechtig. Ze knikte kort. "Heeft u zelf ook een sleutel vijftien?"

"Ja mevrouw. Ik ben paraat," zei Kluitje.

Achter hen begon iedereen te gniffelen.

"Het lijkt wel een echte operatie," fluisterde de kraai tegen het roodborstje op de tak van de appelboom.

"Ja, spannend," fluisterde het roodborstje terug.

"Sssst," siste de regenworm, die ook was komen kijken.

Krieltje schoof haar veiligheidsbril laag op haar neus en keek er overheen, alsof ze een hele zaal toesprak.

"Oke, dames en heren," zei ze ernstig. "We gaan eerst rustig kracht zetten om te kijken of de moer loskomt. Niet forceren, want dan kan de bout of de moer kapot gaan."

"Of je kunt jezelf pijn doen," zei Noa zacht.

"Ja, precies," zei het roodborstje. "En allebei willen we niet. Het is een oude pomp, dus rustig aan."

"Precies," zei Krieltje. "Anders maak je iets kapot. Of jezelf."

Iedereen knikte. Noa en het roodborstje stonden parmantig met hun borst naar voren. Trots dat ze waren dat ze iets goeds hadden gezegd.

"Ik boven, jij onder?" vroeg Kluitje.

"Goed idee," zei Krieltje. "We beginnen met deze, oke?"

Kluitje zette zijn sleutel op de bout. Krieltje zette haar sleutel op de moer aan de onderkant.

"Wacht," zei Krieltje ineens. "Eerst kijken welke kant we op moeten draaien. Anders draaien we hem misschien alleen maar vaster."

Ze keken goed naar de richting van het schroefdraad. Een van hen hoefde te draaien. De ander moest het onderdeel alleen stevig op zijn plek houden.

"Ik denk dat het handigst is als ik draai," zei Kluitje. "Wat denk jij?"

"Ja," zei Krieltje. "Jij kunt er beter bij en hebt meer ruimte."

"Ik draai tegen de klok in," zei Kluitje.

Ze zetten de sleutels goed vast. Kluitje draaide voorzichtig, terwijl Krieltje de moer tegenhield.

Eerst gebeurde er niets.

Kluitje zette iets meer kracht.

Toen klonk er ineens: tik.

"Hij beweegt!" fluisterde een muis.

"Niet te vroeg juichen," zei Krieltje. "Eerst netjes verder."

Er waren nog drie bouten en moeren te gaan. Gelukkig ging dat soepeler dan ze hadden gedacht. Bij elke bout keken Krieltje en Kluitje eerst goed welke kant ze op moesten draaien. Dan draaide Kluitje rustig aan de bout, terwijl Krieltje de moer stevig op zijn plek hield.

Alles wat loskwam, kreeg een eigen plekje. Zodra een bout en moer los waren, draaide Krieltje de moer meteen weer een stukje op de bout.

"Dan blijven ze bij elkaar," legde ze uit. "Oude boutjes en moertjes horen vaak precies bij elkaar."

Daarna legde ze ze netjes in een bakje. Ringetjes gingen apart. En de kleine onderdelen legde Krieltje precies naast de tekening, zodat ze later nog wist waar alles hoorde.

"Repareren is eigenlijk ook onthouden," zei ze.

"En tellen," zei een muis.

"En niet aankomen," zei Krieltje, terwijl ze even naar de veenmol keek.

De veenmol deed alsof hij heel druk naar een grasspriet keek.

Toen de pomp open lag, zagen ze pas goed hoeveel roest erin zat. Krieltje pakte een borsteltje en een doek. Kluitje hield de onderdelen vast en wees op de tekening waar ze vandaan kwamen.

Samen maakten ze alles schoon. Rustig. Niet schrapen alsof je boos bent, maar poetsen alsof je iets wakker maakt.

De oude leertjes waren hard en droog geworden.

"Geen wonder dat hij geen water meer kon halen," zei Krieltje. "Deze poortwachters konden hun werk niet meer doen."

Ze haalde de nieuwe leertjes uit het zakje. Ze waren soepel en stevig. Krieltje smeerde er een klein beetje vet op.

"Niet te veel," zei ze. "Een pomp is geen boterham. De leertjes moeten soepel blijven, maar de pomp moet straks natuurlijk wel schoon water kunnen trekken."

"Jammer," zei de hond. "Ik dacht al dat er eten kwam."

Daarna plaatsten ze de nieuwe leertjes op hun plek. Kluitje hield de tekening erbij. Krieltje keek steeds goed: eerst dit, dan dat, dit ringetje hier, dat plaatje daar.

"Past," zei Kluitje.

"Zit," zei Krieltje.

"Niet kwijt," mompelde de veenmol.

Krieltje keek op.

"Wacht eens," zei ze. "Waar is dat kleine ronde plaatje?"

Iedereen werd stil.

De hond tilde meteen zijn kop op. De muizen doken bijna tegelijk tussen het gras. De slakken keken onder hun eigen huisjes, voor de zekerheid. Noa keek om zich heen alsof ze elk grassprietje persoonlijk wilde ondervragen.

Achter de werkplank werd zacht geschuifeld.

De veenmol stond daar met zijn pootjes achter zijn rug.

Krieltje keek hem aan. Niet boos. Wel heel goed.

De veenmol keek naar zijn laarsjes. "Ik dacht dat het over was," mompelde hij.

"Over?"

"Ja. Een extra dingetje." Hij haalde langzaam het ronde plaatje tevoorschijn. "Het glom zo mooi. Ik wilde er een kunstwerk van maken voor aan de muur. Boven mijn wortelbankje."

Krieltje keek naar het plaatje in zijn pootjes. Ze snapte het wel. Het was ook mooi, op een oude-pomp-manier.

"Soms," zei ze zacht, "is iets mooi en belangrijk."

De veenmol keek naar het plaatje. "Dus geen kunstwerk?"

"Niet dit plaatje," zei Krieltje. "Dit heeft de pomp nodig. Maar als je wilt, maken we straks samen een kunstwerk van iets dat de pomp niet nodig heeft."

De veenmol dacht even na. "Met roest?"

"Met roest," zei Krieltje. "En misschien een oud takje."

"En een steentje?"

"Ook een steentje."

Toen glimlachte de veenmol alweer een beetje en legde het plaatje heel voorzichtig terug in het bakje.

"Vanaf nu," zei Krieltje, "vragen we eerst of iets meegenomen mag worden."

"Ook als het glimt," zei de veenmol.

"Vooral als het glimt," zei Kluitje.

Daarna gingen ze verder. Ze controleerden nog een keer de tekening, legden alle onderdelen terug op hun plek en maakten de pomp weer dicht.

De bouten werden vastgedraaid, maar niet met geweld. Stevig genoeg was stevig genoeg.

Toen het laatste boutje vastzat, legde Krieltje haar hand op het zwarte gietijzer.

De pomp stond nog niet op zijn plek. Er kwam nog geen druppel water uit. Maar hij voelde niet meer koud en vergeten.

Hij voelde alsof hij bijna wakker was.

"Volgende keer," zei Krieltje, "krijgt hij zijn plekje."

Kluitje keek naar de stellage bij de waterkant. "Dan moeten we goed tillen."

"Door de knieen," zei de hond.

Iedereen keek hem verbaasd aan.

De hond kwispelde. Hij had blijkbaar toch opgelet.

En ergens onder de grond zocht de veenmol alvast een mooi steentje voor zijn nieuwe kunstwerk.


wordt vervolgd...

Share