Krieltje en het waterplan - Deel 6: De oude pomp wordt wakker

30-06-2026

Vandaag gaan we zien of er water uit de pomp komt.... spannend moment voor Krieltje, Kluitje en de dieren

Krieltje en het waterplan - Deel 6

We hebben water | 30 juni 2026

De volgende ochtend stond Krieltje al vroeg bij de pompstellage. Het gras was nog een beetje nat, de klaprozen wiegden zachtjes en uit de sloot klonk het tevreden gekwaak van een eend. Naast de houten palen lag de montageplank klaar. De oude zwarte pomp stond ernaast alsof hij zelf ook wist dat vandaag een belangrijke dag was.

Kluitje was er ook al. Hij had de gereedschapskist opengezet, de boortjes netjes op een doek gelegd en de opgeladen accu's naast de boormachine gezet. Toen Krieltje het hek opendeed, keek hij op met een glimlach. 'Wat is het stappenplan?' vroeg hij.

Krieltje zette haar handen in haar zij en keek naar de pomp, de emmer en de stellage. 'Ik dacht: eerst controleren we de hoogte met de neppomp van planken. Dan tekenen we af waar de montageplank moet komen. Daarna zetten we die plank vast, boren we de gaten en pas dan tillen we samen de echte pomp op. Mis ik nog iets?'

Kluitje keek aandachtig. 'Klinkt goed,' zei hij. 'Misschien de emmer meteen op zijn blok zetten, dan weten we zeker dat de pompmond goed uitkomt.' Krieltje knikte. 'Goed idee. Dan hoeven we straks niet te zeggen: oeps, de emmer past niet.'

De muizen schoven het meetlint aan. De slakken kwamen kijken vanaf een veilige bloemstengel. Noa zat rechtop in het gras, blij en nieuwsgierig, alsof ze de baas was van de veiligheidsdienst. De hond kwispelde zo hard dat een madeliefje ervan begon te trillen.

Van een lange plank en twee kortere plankjes maakten Krieltje en Kluitje een neppomp. Het zag er een beetje gek uit, maar het werkte precies goed om te voelen waar de hendel moest bewegen en waar het water straks uit zou komen. Krieltje deed alsof ze pompte. Kluitje keek naar de emmer. 'Daar,' zei hij. 'Als de echte pomp daar komt, valt het water precies goed.'

Krieltje pakte haar potlood en zette kleine streepjes op de palen. 'Eerst kijken, dan doen,' zei ze zachtjes. 'Precies,' zei Kluitje. 'En daarna nog een keer kijken.' De kraai, die op de appelboom zat, knikte alsof hij al jaren bouwopzichter was.

Samen tilden ze de montageplank tegen de voorkant van de palen. Niet te hoog, niet te laag. Krieltje hield de waterpas erop. Kluitje keek naar het luchtbelletje. De muizen hielden hun adem in. Toen het belletje netjes tussen de streepjes stond, fluisterde het roodborstje: 'Recht!'

Krieltje boorde rustig voor. 'Niet te snel,' zei ze. 'Anders schrikt het hout.' Kluitje hield de plank stevig vast. Daarna gingen de lange schroeven erin. Een voor een trokken ze de plank tegen de palen. De stellage stond erbij alsof hij dacht: kom maar op met die pomp.

Toen kwamen de ophanggaten. Krieltje en Kluitje hielden de pomp er nog niet tegenaan, want die was veel te zwaar om zomaar even in de lucht te houden. Ze gebruikten de neppomp en de afgetekende gaatjes om precies te weten waar ze moesten boren. De boormachine zoemde. De hond keek ernstig. Noa keek trots.

Eindelijk was het zover. De echte pomp mocht op zijn plek. 'Rustig,' zei Kluitje. 'Door de knieen, goede houvast en samen tellen.' Krieltje knikte. 'Een, twee, drie.' Samen tilden ze de zware pomp op. Heel even hield iedereen zijn adem in. Zelfs de bijen zoemden zachter.

De pomp gleed op zijn plek tegen de montageplank. Krieltje hield hem vast terwijl Kluitje de eerste bout erin schoof. Daarna kwam de tweede. En de derde. En de vierde. Pas toen alle bouten erin zaten, draaiden ze alles stevig vast. Niet woest. Niet gehaast. Gewoon precies goed.

Aan de onderkant sloten ze de slang aan die naar de sloot liep. Krieltje goot een beetje water boven in de pomp. 'Een wakker-word-slokje,' zei ze. De veenmol stak zijn kop uit de aarde. 'Krijgt hij ontbijt?' vroeg hij. 'Bijna,' zei Krieltje. 'Eerst moet hij leren drinken.'

Krieltje pakte de hendel. Kluitje ging naast haar staan. Alle dieren kwamen dichterbij. De muizen stonden op hun achterpootjes. De katten keken naar de emmer. De hond hield zijn tong al een beetje uit zijn bek.

Krieltje duwde de hendel omlaag. Krrrrrk. Er gebeurde niets. Ze trok hem weer omhoog. Floep. Nog niets. Ze keek naar Kluitje. Kluitje glimlachte. 'Nog een paar keer. Oude dingen worden langzaam wakker.'

Krieltje pompte opnieuw. Krrrrrk. Slurp. Plop. Uit de tuit kwam eerst een klein kuchje lucht. Daarna een bruinig straaltje. 'Niet drinken!' riep Krieltje meteen. 'Eerst even schoon laten lopen.' De dieren deden een stapje terug, behalve de hond, die even moest nadenken over het woordje niet.

Toen gebeurde het. De straal werd helder. Eerst dun, toen sterker, en ineens klaterde het water vrolijk in de rode emmer. Spetter, spatter, plons! De muizen piepten. De hond blafte. De katten gingen rechtop zitten. De bijen dansten boven de bloemen alsof ze speciaal voor de pomp een rondje hadden geoefend.

'We hebben water!' riep Krieltje. Kluitje balde blij zijn vuist. 'Hij doet het!' zei hij. Krieltje lachte zo breed dat haar wangen bijna pijn deden. De oude pomp klonk nu niet meer als een roestige meneer, maar als een wakker geworden waterwonder.

Krieltje vulde een schoon bakje voor de katten. Noa rook eraan, keek goedkeurend en nam toen een keurig slokje. De hond kreeg ook water, al vond hij dat de emmer eigenlijk best helemaal van hem mocht zijn. Voor de vogels zette Krieltje een ondiep schaaltje neer, en voor de muizen kwam er een dopje met water naast een steen.

De slakken kregen een koel plekje bij de bloemen. De veenmol keek naar de pomp, naar Krieltje en naar Kluitje. 'Mooi gemaakt,' zei hij. 'En handig ook.' Krieltje glimlachte die geheimzinnige glimlach van haar. Kluitje zag het en glimlachte terug, alsof hij precies wist wat die glimlach betekende.

Aan het eind van de middag stond de rode emmer vol helder water. De tuin rook naar aarde, bloemen en een beetje naar avontuur. Krieltje legde haar hand op de pomp. 'Welkom thuis,' zei ze zachtjes. En de pomp antwoordde met een laatste vrolijke druppel: plink.

wordt vervolgd..

Share