Krieltje en het waterplan - Deel 7: Het spetterbad (laatste aflevering van deze reeks)

02-07-2026

Handig die waterpomp... Kluitje heeft nog een verrassing in petto...

Krieltje en het waterplan - Deel 7: 

Het spetterbad (laatste aflevering) | 30 juni 2026

De ochtend na het grote waterfeest stond Krieltje met haar handen in haar zij naar de tuin te kijken.
De pomp deed het. De emmer stond klaar. De gieter stond ernaast. En alle planten hingen een beetje alsof ze wilden zeggen: nou, wij dan?
Krieltje knikte ernstig. "Jullie hebben gelijk," zei ze. "Eerst water voor de tuin."
Alsof iedereen daarop had gewacht, kwam er ineens beweging tussen de bloemen. De muizen kwamen aanlopen met dopjes en halve walnootschalen. De slakken schoven langzaam vooruit met piepkleine blaadjes waar druppels op lagen. De veenmol kwam boven de grond met een modderig emmertje. Zelfs de kraai had een oud yoghurtbakje gevonden.
De hond kwam trots aan met een gieter in zijn bek. "Die is bijna groter dan jij," zei Krieltje lachend. De hond kwispelde alsof dat juist de bedoeling was.
Toen hoorde Krieltje achter zich een bekende stem. "Is er nog plek voor een hulpje?"
Daar stond Kluitje. Zijn broekspijpen zaten al vol stof, zijn haar zat alle kanten op en onder zijn arm droeg hij iets groots, plats en kleurigs.

Krieltje keek nieuwsgierig. "Wat heb jij nou bij je?"
Kluitje glimlachte geheimzinnig. "Eerst werken. Daarna verrassing."
"Ah," zei Krieltje. "Zo'n verrassing."
Noa zat in het gras en keek blij. De zwart-witte poes knipperde langzaam met haar ogen. De derde poes zat veilig op een warme steen en deed alsof zij alles had bedacht.
Samen gingen ze aan de slag. Krieltje pompte water in de rode emmer. Kluitje vulde de gieters. De muizen kregen elk een dopje water om naar kleine plantjes te brengen. De slakken mochten de vochtige randjes verzorgen. De hond liep heen en weer alsof hij hoofd van de waterdienst was.
"Niet alles op één plek," zei Krieltje. "Rustig bij de wortels."
"En niet over de bijen heen," zei Kluitje.
Een hommel bromde tevreden alsof hij dat een uitstekend plan vond.
Ze gaven de klaprozen een slokje. De fruitboompjes kregen water bij hun voeten. De inheemse planten kregen precies genoeg. Niet te veel, niet te weinig.
"Water geven is eigenlijk best precies werk," zei Kluitje.
Krieltje knikte. "Ja. Je moet kijken wat iets nodig heeft. Niet zomaar plonsen."
De hond keek naar zijn gieter.
"Voor jou geldt dat extra," zei Krieltje.
De hond keek heel onschuldig.
Toen de laatste plant water had gekregen, veegde Krieltje met haar arm langs haar voorhoofd. Haar gezicht zat alweer vol aarde. Haar laarzen waren modderig. Haar handen waren nat. En haar hart was blij.
"Zo," zei ze. "Nu de verrassing."
Kluitje legde het kleurige pakket op het gras en begon het uit te vouwen.
Het werd groter.
En groter.
En nog groter.
"Een badje!" riep Krieltje.
De muizen piepten. De hond sprong bijna een rondje om zichzelf heen. De eenden in de sloot kwamen meteen dichterbij om te kijken of het soms ook voor hen was.
De poezen deden een stap achteruit.
"Geen zorgen," zei Krieltje. "Jullie hoeven niet."
Noa bibberde al bij het idee en ging snel op een droge plek zitten. De zwart-witte poes keek naar het badje alsof het een gevaarlijke vijand was. De derde poes draaide zich om en begon heel druk haar poot te wassen. Alsof ze wilde zeggen: ik heb helaas al iets te doen.
Kluitje haalde een klein pompje tevoorschijn om het badje op te blazen. De hond wilde helpen, maar blies per ongeluk tegen een madeliefje.
"Dank je," zei Kluitje. "Maar dit pompje kan het zelf."
Toen het badje stond, vulden Krieltje en Kluitje het met water uit de pomp. Eerst één emmer. Toen nog één. En nog één. De dieren stonden in een kring te wachten.
De veenmol keek naar het water. "Is het diep?"
"Niet voor jou," zei Krieltje. "Maar wel oppassen."
Voordat iemand het water in mocht, hield Krieltje haar hand omhoog.
"Wacht even," zei ze. "Een badje is pas leuk als iedereen er ook veilig uit kan."
Kluitje knikte meteen. "Goed punt."
Samen legden ze een paar platte stenen in het badje. Niet te hoog, niet te glad. Daarna kwamen er twee korte plankjes bij, schuin tegen de rand, als kleine loopbruggetjes. Voor de allerkleinsten dreef er een stukje kurk en een mooi plat stuk boomschors op het water.
"Eilandjes," zei Krieltje tevreden.
"En nooduitgangen," zei Kluitje.
De muizen knikten ernstig. De slakken vonden vooral het woord eilandjes prachtig. De veenmol tikte met zijn poot tegen een plankje en zei: "Stevig genoeg."
"Mooi," zei Krieltje. "Dan geldt nu de belangrijkste badregel: niemand hoeft erin. En wie erin gaat, moet er ook weer veilig uit kunnen."
De poezen vonden dat een uitstekende regel. Vooral het gedeelte niemand hoeft erin.
Daarna werd het pas echt feest.
De hond stapte voorzichtig in het water en maakte alsnog een enorme plons. De muizen zaten op het stukje schors alsof het een boot was. De slakken genoten op een koele steen. De veenmol hield één poot in het water en deed alsof dat heel avontuurlijk was.
Krieltje en Kluitje rolden hun broekspijpen op en stapten met blote benen in het badje. Niet zitten. Niet liggen. Daar was geen plek voor. Het badje was vandaag van de dieren.
De zon glinsterde op het water. De bloemen stonden weer rechtop. De pomp stond stevig op zijn plek, alsof hij altijd al bij de tuin had gehoord.
Krieltje keek naar de pomp, naar de emmers, naar de natte pootjes en de droge poezen in het gras.
"We hebben het echt gedaan," zei ze zacht.
Kluitje keek naar haar en glimlachte. "Ja. Van een idee in het zand naar water voor de hele tuin."
De kraai schraapte zijn keel vanaf de appelboom. "En een badhuis," zei hij.
"Een veilig badhuis," verbeterde Krieltje.
Iedereen lachte.
Toen vulde Krieltje nog één keer de rode emmer. Niet omdat het moest, maar omdat het kon. Het water klaterde helder uit de pomp, precies zoals ze hadden gehoopt.
Krieltje legde haar hand even op het hout van de stellage.
"Dank je," zei ze tegen de pomp. "Je hoort nu bij ons."
De pomp antwoordde niet met woorden. Dat doen pompen niet.
Maar er viel wel één laatste druppel in de emmer.
Plink.
En daarmee was het waterplan klaar.
Niet omdat er niets meer te doen was in de tuin. In een tuin is altijd iets te doen.
Maar omdat Krieltje, Kluitje en alle dieren nu wisten dat ze samen iets konden bedenken, zoeken, bouwen, repareren, aansluiten én gebruiken.

Voor de planten.
Voor de dieren.
Voor de insecten.
Voor de vogels.

En voor alles wat erbij hoort.

Einde reeks Krieltje en het waterplan

Share