Krieltje, Kluitje en de plip-plap-waterplas

18-08-2026

Lekker door de regen en stampen in de plassen... maar er zijn geen grote stampplassen... och, dat mag de pret niet drukken. Dan maar stampen in mini plasjes...

Krieltje, Kluitje en de plip-plap-waterplas

Het regende.

Niet een klein beetje, maar al een paar dagen. De druppels tikten tegen de ramen, het water klaterde door de dakgoot en de bladeren glommen alsof iemand ze had opgepoetst.

Krieltje vond het heerlijk.

Het was buiten lange tijd erg droog geweest. Het gras was geel geworden, de aarde zat vol scheurtjes en sommige bloemen lieten hun kopjes slap hangen. De bomen, planten en dieren konden het water dus heel goed gebruiken.

Krieltje stond voor het raam. Francis en Camilia zaten naast elkaar op de vensterbank en volgden met hun neusjes de druppels op het glas.

"Ik denk dat wij regenplassen gaan zoeken," zei Krieltje.

Francis begon uitgebreid haar voorpoot te wassen.

"Dat betekent nee."

Camilia gaapte en draaide zich om.

"Ook nee."

Kerrie dacht daar heel anders over. Zodra Krieltje haar regenjas pakte, stond hij al bij de deur. Hij droeg zijn rode sjaaltje onder een klein regenjasje en trappelde ongeduldig met zijn voorpoten.

Krieltje trok haar rood-witte stippenlaarzen aan en zette haar capuchon over haar krullen. Precies op dat moment ging de deurbel.

Buiten stond Kluitje in een groene regenjas en groene laarzen. Onder zijn capuchon droeg hij een pet.

"Je ziet eruit alsof je een expeditie gaat leiden," zei Krieltje.

"Dat ga ik ook," antwoordde Kluitje ernstig. "Een onderzoek naar de grootste regenplas van het dorp."

Dat kwam goed uit.

Ze liepen samen door de straat. Bij de eerste stoep bleef Krieltje staan. In een klein kuiltje lag een beetje water. Ze zette er voorzichtig één laars in.

Plip.

"Dat was geen plons," zei Kluitje.

"Het was niet eens een plop," zei Krieltje.

Op het fietspad vond Kerrie een donkere, natte plek. Hij snuffelde eraan en zette er hoopvol één voorpoot in.

Plap.

Meer gebeurde er niet.

Op het grasveld moesten vast grotere plassen liggen. Daar zaten immers genoeg kuiltjes in de grond. Ze zochten overal, maar ook daar was het regenwater bijna helemaal verdwenen.

"Waar blijft al dat water?" vroeg Krieltje. "Het regent nu al dagen."

Ze bukte en voelde voorzichtig aan de grond. De bovenkant was nat, maar daaronder voelde de aarde nog steeds droog en korrelig.

"De grond heeft verschrikkelijke dorst," zei ze. "Na al die droge dagen drinkt hij iedere druppel meteen op."

"Dan heeft hij een nog grotere dorst dan ik na een middag werken in de tuin," zei Kluitje.

Ze zagen hoe het water tussen de grassprietjes en bij de wortels van de bomen in de grond zakte. De bladeren van een struik hingen niet langer slap en een merel dronk uit een klein kuiltje tussen de wortels.

"Voor de planten en dieren is deze regen belangrijker dan onze plassen," zei Krieltje.

"Maar één goede stamppplas zou toch wel leuk zijn," vond Kluitje.

Ze liepen verder en vonden uiteindelijk een piepklein plasje naast een putdeksel.

Krieltje ging aan de ene kant staan. Kluitje aan de andere. Kerrie probeerde zich ertussen te wurmen.

"Op drie," zei Krieltje. "Eén… twee… drie!"

Ze stampten tegelijk.

Plip-plap-plop.

Drie druppels vlogen omhoog. Eén kwam op Kluitjes laars, één op Krieltjes regenjas en de derde precies op Kerrie's neus.

Kerrie niesde.

Krieltje en Kluitje begonnen hard te lachen.

"Dit wordt niets," zei Kluitje.

"Dan maken we zonder plassen plezier," besloot Krieltje.

Ze pakte Kluitjes hand en begon zingend over het fietspad te huppelen.

"Het regent, het regent, de pannetjes worden nat…"

Kluitje zong verder:

"…en wij vallen niet op ons gat!"

Kerrie rende vrolijk om hen heen. Hij sprong door het natte gras, draaide een rondje en schudde daarna zijn hele vacht uit.

Een wolk van regendruppels vloog over Krieltje en Kluitje heen.

"Nou!" riep Krieltje lachend. "Daar heb je onze regenplas!"

Ze stampten met hun laarzen op het natte pad, draaiden rondjes in de regen en probeerden druppels met hun tong op te vangen. Mensen die langsliepen onder hun paraplu moesten glimlachen om het zingende drietal.

Bij een lantaarnpaal stopten ze even om uit te hijgen. Water druppelde van hun capuchons en Kerrie's natte snor wees alle kanten op.

"We hebben alleen een paar miniplasjes gevonden," zei Krieltje. "Daar konden we helaas niet lekker samen in stampen."

"Maar dansen door de regen was minstens zo leuk," zei Kluitje.

Daar was Krieltje het helemaal mee eens.

Toen ze thuiskwamen, hingen ze hun natte jassen bij de deur. De laarzen bleven buiten staan en Kerrie werd met een grote handdoek drooggewreven.

Francis en Camilia bekeken hen vanaf de warme vensterbank.

"Geen grote plas gevonden," vertelde Krieltje. "De aarde had het water zelf nodig."

"Maar we hebben wel door de regen gedanst," zei Kluitje.

Kerrie schudde zich nog één keer uit. Een paar vergeten druppels vlogen door de kamer. Francis en Camilia verdwenen onmiddellijk naar boven.

"Jullie hebben echt iets gemist!" riep Krieltje.

Kluitje begon te lachen. "Volgens mij denken zij daar heel anders over."

Buiten bleef de regen zachtjes vallen.

Plip. Plap. Plop.

Niet genoeg voor een grote regenplas, maar precies genoeg om de dorstige aarde langzaam weer wakker te maken.

Share