Krieltje met haar pootje omhoog
Oh nee!! Krieltje heeft haar enkel verzwikt! Nou kan ze niet naar de tuin. Gelukkig kunnen Kluitje en de dieren helpen.

Krieltje met haar pootje omhoog
Krieltje zat thuis op de bank met haar voet op een kussen. Haar rode laars met witte stippen stond naast de bank. De andere had ze nog aan, omdat ze die niet zo makkelijk uit kreeg.
Ze keek naar haar enkel.
"Nou," zei ze tegen Kerrie, Noa, Francis en Camilia. "Dit is dus niet handig."
Kerrie lag naast de bank en keek bezorgd naar haar voet. Francis zat op de leuning van de stoel. Camilia lag op het kleed en Noa zat op tafel alsof zij de dokter was.
Krieltje had haar enkel verzwikt. Niet heel erg, maar wel genoeg om niet te kunnen fietsen. En dat was lastig, want de tuin moest water hebben. De dieren op de tuin moesten eten. En er hing ergens tussen de planten een komkommer die gisteren nog klein was geweest.
Krieltje pakte haar telefoon en stuurde Kluitje een berichtje.
Ik kan niet fietsen. Mijn pootje doet raar.
Nog geen minuut later kwam er antwoord.
Ik ben er over een uur. Komt dat uit?
Krieltje glimlachte.
Dat komt heel goed uit.
Precies een uur later hoorde ze buiten een auto stoppen. Kerrie sprong overeind en liep naar de deur. Francis en Camilia keken op. Noa bleef zitten waar ze zat, maar haar oren draaiden wel mee.
Daar was Kluitje.
Hij had niet zomaar de auto meegenomen. Hij had er iets van gemaakt.
De bijrijdersstoel stond helemaal naar achteren. Op de vloer ervoor lag een zacht kussen, zodat Krieltje haar voet een beetje omhoog kon houden. Achterin had Kluitje dekentjes en mandjes gelegd voor Kerrie, Francis en Camilia. Noa kreeg een eigen mandje op een plek waar ze alles goed kon overzien.
"Eerst rustig instappen," zei Kluitje.
"Ja dokter," zei Krieltje.
Kluitje hielp haar voorzichtig naar de auto. Krieltje ging zitten, legde haar voet op het kussen en keek tevreden.
"Gordel," zei Kluitje.
"Natuurlijk," zei Krieltje. "Altijd. Ook met een zielig pootje."
Pas toen haar gordel goed vastzat, deed Kluitje het portier dicht.
Achterin stapte Kerrie keurig op zijn plekje. Francis en Camilia vonden de mandjes meteen goed genoeg. Noa keek eerst drie tellen beledigd naar haar mandje, stapte er toen toch in en ging zitten alsof het haar eigen koets was.
"Op naar de tuin," zei Kluitje.
De rit duurde niet lang, maar voor Krieltje voelde het als een heel avontuur. Ze hoefde niets te doen. Niet trappen. Niet sturen. Alleen zitten met haar pootje omhoog.
Bij de tuin hielp Kluitje haar uit de auto. Hij had zelfs een stoel klaargezet in de schaduw, met een kussen erop en een klein tafeltje ernaast.
"U mag plaatsnemen," zei hij plechtig.
Krieltje ging zitten.
"Dank u," zei ze. "Dit is een uitstekende ziekenboeg."
Kerrie ging naast haar liggen. Francis sprong op een houten kratje. Camilia vond een plekje onder de tafel. Noa liep eerst een ronde door de tuin, alsof ze moest controleren of alles nog van haar was.
Kluitje keek de tuin rond.
"Eerst water," zei hij. "Dan de schaduwplekken. Daarna kijk ik even bij de groente."
Krieltje glimlachte. "Je weet het gewoon."
"Natuurlijk," zei Kluitje. "Ik heb zelf ook een tuin, weet je nog?"
Krieltje lachte zacht. "Ja. Dat vergeet ik soms als ik me zorgen maak."
Kluitje ging aan het werk. Rustig en handig, precies zoals iemand werkt die weet waar hij mee bezig is.
Krieltje pakte haar boek uit haar tas. Ze sloeg het open, legde haar pootje wat beter op het kussen en begon te lezen.
Nou ja, lezen.
Na drie regels keek ze alweer op.
Kerrie kwam met een leeg gietertje aanlopen en zette het naast de regenton. Kluitje boog zich naar hem toe.
"Dank je, assistent Kerrie."
Kerrie kwispelde zo trots dat zijn hele achterkant meedeed.
Krieltje glimlachte en las weer verder.
Twee regels.
Toen zag ze Noa naast een bijna lege waterbak zitten. Noa zei niets. Ze keek alleen naar Kluitje. Heel rustig. Heel duidelijk.
"Die had ik gezien," zei Kluitje. "Maar jij mag best controleren."
Noa knipperde langzaam, alsof dat precies de bedoeling was.
Krieltje moest zacht lachen.
Francis liep ondertussen tussen de bladeren door. Ze verdween bijna helemaal in het groen en kwam even later terug met haar staart recht omhoog.
Kluitje keek op. "Aha. Inspectie Francis heeft iets gevonden."
Bij de komkommerplant bleef Francis staan.
Krieltje liet haar boek een stukje zakken.
"Daar hing gisteren nog een kleintje," zei ze.
Kluitje liep erheen en bleef staan.
"Krieltje?"
"Ja?"
"Deze komkommer heeft vannacht plannen gemaakt."
"Wat voor plannen?"
Kluitje pakte de komkommer voorzichtig met twee handen vast en legde hem meteen in een mandje.
"Hij wil een stokbrood worden."
Krieltje begon te lachen. Kerrie kwam overeind bij het woord stokbrood.
"Geen stokbrood," zei Krieltje. "Komkommer."
Kerrie keek teleurgesteld.
Camilia zat intussen bij het lage schaaltje voor de kleine dieren. Toen Kluitje eraan kwam, schoof ze een klein stukje opzij alsof ze zei: hier moet het gebeuren.
"Ook goed gezien," zei Kluitje.
Hij vulde het schaaltje voorzichtig, zodat zelfs de kleinste beestjes erbij konden.
Krieltje keek naar Kluitje, Kerrie, Noa, Francis en Camilia.
Er kwam een warme glundering op haar gezicht. Zo'n magische Krieltje-blik waarbij haar ogen zacht gingen stralen.
Ze had gedacht dat ze de hele tijd moest opletten.
Maar Kluitje wist wat hij deed. En de dieren hielpen op hun eigen manier.
"Wat heb ik toch een geluk met jullie," zei ze zacht.
Kluitje glimlachte. "Wij ook met jou."
Krieltje keek weer naar haar boek.
Maar haar tuinploeg was veel te leuk om naar te kijken.
Zo werd beter worden best fijn.
