Krieltje rust wat uit

23-06-2026

Krieltje verhalen reeks : Krieltje is moe en valt in slaap... de dieren zijn wat aan het bekokstoven...

Krieltje rust wat uit

Een klein verhaal uit de volkstuin | 23 juni 2026

Krieltje was de hele ochtend druk bezig geweest in haar volkstuin. Ze had water gegeven, wat onkruid weggehaald en alle kleine medebewoners even gesproken of gedag gezegd.

Het was heerlijk op de tuin. De zon scheen, maar het was niet te warm en niet te koud. Precies goed om even helemaal niets te moeten.

Onder de parasol stond haar tuinstoel al klaar. Die zette Krieltje altijd meteen neer zodra het zonnig werd. Ze pakte een flesje drinken en een boterham uit haar tas en ging zitten.

Haar twee poezen lagen languit in het gras. De hond sliep onder de tafel, met zijn neus boven op Krieltjes ene schoen.

Na haar boterham zakte Krieltje heerlijk onderuit. Ze legde haar benen gekruist voor zich neer en keek tevreden naar haar zwarte knieën, vuile handen en tenen vol aarde.

'De andere bewoners zitten de hele dag onder of vlak boven de grond,' mompelde ze. 'Die vinden een beetje aarde toch ook niet erg?'

Haar oogleden werden zwaarder. Het zoemen van de hommels klonk steeds verder weg. De bladeren ritselden zachtjes en vanaf het water klonk het rustige gekwaak van een eend.

Zonder dat Krieltje het zelf merkte, viel ze in slaap.

Wat ze óók niet merkte, was dat het nieuws zich razendsnel door de tuin verspreidde.

'Krieltje slaapt!' fluisterde een muis.

'Echt helemaal?' vroeg een slak.

De muis klom op de armleuning en zwaaide voorzichtig met een grasspriet voor Krieltjes neus. Krieltje bewoog niet.

'Helemaal,' zei de muis.

Even later werd er achter de compostbak druk overlegd. Er werd gelachen, gegierd en gebruld - maar wel zo zacht mogelijk.

'Wat gaan we maken?' vroeg de veenmol.

'Een kunstwerk,' zei de slak.

'Een bedankje,' zei een mier.

'Een verrassing!' piepten de muizen.

De veenmol maakte een zacht papje van fijne aarde en water. De muizen trokken met z'n zevenen een rode biet uit de grond. Dat kostte zoveel moeite dat ze uiteindelijk allemaal achterover in een rijtje tussen de worteltjes belandden.

De slakken verzamelden afgevallen bloemblaadjes. De mieren droegen kleine blaadjes aan en Candy de wesp hield toezicht vanaf een veilige afstand.

'Een beetje meer rood aan de linkerkant,' adviseerde ze.

'Jij hebt helemaal geen verstand van schilderen,' zei een muis.

'Nee,' zei Candy. 'Maar wel van kleur.'

Heel voorzichtig liepen ze met hun spulletjes naar Krieltje toe. Sommige dieren konden hun gegiechel nauwelijks inhouden.

'Hihihi...'

'Sssst!'

De veenmol smeerde een klein beetje aarde op Krieltjes wangen. Met het sap van de rode biet tekenden de muizen krullen, stippen en piepkleine bloemetjes op haar gezicht, armen en blote benen.

De slakken brachten een heel dun laagje slijm aan. Dat bleek een uitstekend kleefmiddel te zijn. Zo konden de mieren bloemblaadjes en kleine groene blaadjes op Krieltjes armen plakken.

Eén muis maakte een rode spiraal op haar knie.

'Dat is de Pompoenpolka,' fluisterde hij trots, hoewel niemand begreep hoe een dans eruit kon zien als een spiraal.

Krieltje bewoog.

Iedereen bevroor.

De veenmol dook onder de stoel. De muizen verstopten zich achter haar tas. De mieren gingen stokstijf tussen de grassprietjes staan en deden alsof ze daar toevallig groeiden.

Krieltje mompelde iets over courgettes en sliep verder.

Op een tak van de appelboom zat een roodborstje stilletjes naar het tafereel te kijken. Al snel kwamen er steeds meer vogels bij.

Kraaien landden op de afscheiding. Een ekster ging op de schutting zitten. Een zwaan en een paar eenden kwamen uit het water om eens te zien waarom iedereen zo geheimzinnig deed.

Toen kwam er ook een blauwe reiger aanvliegen.

Hij landde met een flinke flap-flap-plof op de stoel naast Krieltje.

Krieltje mompelde en trok haar wenkbrauwen op.

Iedereen hield zijn adem in.

'Sorry,' fluisterde de reiger.

Gelukkig zakte Krieltjes hoofd weer opzij.

De reiger boog zich naar het roodborstje. 'Ik heb een idee,' zei hij.

Het roodborstje vloog langs de andere vogels. Iedere vogel zocht een mooie, losse veer die ergens in de tuin of langs het water was uitgevallen. De eenden vonden zachte donsveertjes, de ekster bracht een glanzende zwart-witte veer en de blauwe reiger vond een lange grijsblauwe.

'We maken een feestkroon,' zei het roodborstje.

'Maar hoe?' vroeg een muis.

'Ik heb wel wat,' kraste de kraai.

Ze vloog weg en kwam even later terug met een kettinkje dat ze ooit glimmend tussen het gras had gevonden.

De muizen begrepen het meteen. Ze haalden de veren voorzichtig door de oogjes van de ketting en maakten er een prachtige, kleurrijke kroon van.

Daarna kwam het moeilijkste deel.

Heel zachtjes droegen de muizen de kroon naar Krieltje. Ze klommen langs de stang van de parasol omhoog. Allemaal hielden ze een stukje van de ketting vast.

'Niet trekken!'

'Ik trek niet, jij duwt!'

'Wie staat er op mijn staart?'

'Sssst!'

Boven op de parasol liepen ze naar het punt dat precies boven Krieltjes hoofd hing. Na veel geschuifel, gefluister en één muis die bijna tussen de baleinen verdween, lieten ze de feestkroon voorzichtig zakken.

Precies op Krieltjes hoofd.

Alle dieren juichten. Zachtjes. Nou ja... bijna zachtjes.

'Hoera!'

Krieltje mompelde en begon zich uit te rekken. Haar armen gingen langzaam omhoog en ze gaapte zo breed dat een bloemblaadje van haar neus dwarrelde.

De vogels vlogen alle kanten op. De veenmol dook de grond in. De muizen verdwenen achter de compostbak en de slakken trokken hun kopjes zo ver mogelijk in.

Zelfs de hond schrok wakker en kroop onder de andere stoel, hoewel hij niets met het plan te maken had gehad.

Krieltje opende haar ogen.

Ze voelde iets kriebelen op haar wang. Aan haar armen kleefden blaadjes en haar knieën waren versierd met rode krullen. Toen ze haar hand naar haar hoofd bracht, voelde ze de prachtige verenkroon.

'Wat is hier gebeurd?' vroeg ze.

Vanachter een klaproos klonk gegiechel.

Daarna begon een muis te lachen. Een tweede muis hield het niet meer. De veenmol stak proestend zijn kop uit de grond en zelfs de blauwe reiger liet een geluid horen dat verdacht veel op gegniffel leek.

Binnen enkele tellen lag de hele tuin dubbel.

Krieltje keek naar haar armen, haar benen en de bloemblaadjes op haar buik.

Toen begon zij ook te lachen.

'Hebben jullie dit gedaan?'

Alle dieren kwamen voorzichtig uit hun schuilplaatsen tevoorschijn.

'Wij wilden jou versieren,' zei de kleinste muis. 'Omdat jij de tuin altijd mooi maakt voor ons.'

'En omdat je eruitzag alsof je wel wat kleur kon gebruiken,' voegde Candy eraan toe.

Krieltje pakte het kleine spiegeltje uit haar tas. Ze zag zwarte aardestrepen, rode bietenkrullen, bloemen op haar wangen en een kroon vol veren.

'Ik zie eruit als de koningin van de compostbak,' zei ze.

De dieren begonnen opnieuw te juichen.

Krieltje bleef de rest van de middag gewoon zo rondlopen. Ze gaf water met haar verenkroon op, plukte wat kruiden met bloemen op haar wangen en dronk haar flesje leeg terwijl een slak tevreden over de rode spiraal op haar knie gleed.

Pas toen ze naar huis wilde gaan, maakte ze haar gezicht voorzichtig schoon. De kroon nam ze mee.

De volgende ochtend hing die boven de deur van het donkergroene tuinhuisje. Daaronder had Krieltje een bordje gemaakt: 

KRIELTJE RUST - VERSIEREN MAG - MAAR ALLEEN MET LIEVE BEDOELINGEN.

En onder aan het bord hadden de muizen nog iets toegevoegd: 

SNURKEN WORDT NIET DOORVERTELD.

Krieltje las het, keek streng naar de muizen en moest toen alweer lachen.

Want rusten in een tuin vol vrienden bleek helemaal niet rustig te zijn. Maar wel ontzettend gezellig.

Share