Krieltje en haar maffe dag
Krieltje wordt wakker en gaat het vandaag anders doen! Vandaag geen moestuinkleding maar een jurk, hartjesbril en vlechtjes... vandaag gaan we maf doen... vandaag gaan we dansen!

Krieltjes en haar maffe dag
Krieltje stond voor haar klerenkast.
Daar hing haar blauwe tuinbroek. Daaronder stonden haar rode laarzen met witte stippen. Op het stoeltje lag haar rood-wit gestreepte shirt en aan de kastknop hing haar rode haarband met witte stippen.
Alles lag klaar.
Zoals altijd.
Krieltje keek naar Kerrie.
Kerrie keek terug.
"Vandaag niet," zei Krieltje ineens. "Vandaag doen we gek."
Niet gevaarlijk gek. Niet stout gek. Gewoon gek omdat het soms mag. Omdat je soms wakker wordt en denkt: vandaag wil ik eens iets anders.
Dus trok Krieltje geen tuinbroek aan, maar een bloemenjurkje.
Geen rode laarzen, maar open schoentjes.
Geen haarband, maar twee vlechten met bloemclipjes erin.
Daarna keek ze in de spiegel.
"O," zei ze.
Kerrie kwispelde.
"Ja," zei Krieltje. "Ik moet er zelf ook even aan wennen."
Kerrie kreeg ook iets anders. Geen rood-wit sjaaltje vandaag, maar een geel sjaaltje met kleine bloemetjes erop.
Toen pakte Krieltje haar kleine flowerpower-schoudertasje en deed ze haar hartjeszonnebril op. Roze glazen, in de vorm van hartjes.
Kerrie keek naar haar.
"Te veel?" vroeg Krieltje.
Kerrie kwispelde.
"Precies," zei Krieltje. "Dus goed."
Beneden lagen Francis en Camilia in de kamer. Allebei keken ze op toen Krieltje binnenkwam.
Camilia keek naar de jurk. Francis keek naar Kerrie's gele sjaaltje.
"Ja," zei Krieltje. "Vandaag is alles anders."
Ze zette muziek aan.
Eerst zachtjes.
Toen iets harder.
En toen danste ze door de kamer.
Haar bloemenjurkje zwierde. Haar vlechten hupsten mee. Kerrie sprong om haar heen. Francis liep met een sierlijk boogje om Krieltje heen en Camilia tikte met één pootje tegen een pluisje op de vloer.
"Dat is ook dansen," zei Krieltje.
Camilia sprong opzij alsof het pluisje iets heel onverwachts had gezegd.
Krieltje lachte.
"Vandaag is een maffe dag!"
Even later gingen ze naar de tuin.
Fietsen in een bloemenjurkje was niet heel handig. Haar jurk waaide een beetje. Haar tasje bungelde vrolijk tegen haar zij. In de fietskar zaten Kerrie, Francis en Camilia alsof ze onderweg waren naar een feest waarvan niemand precies de regels kende.
Maar Krieltje fietste voorzichtig.
"Vandaag doen we gek," zei ze, "maar niet onverstandig."
Bij de tuin stapte Krieltje af alsof ze in een optocht liep. Ze hielp Francis en Camilia uit de fietskar. Kerrie sprong zelf, maar pas toen Krieltje zei dat het mocht.
Daarna duwde ze het tuinpoortje open.
"Haaalloooo allemaal!" riep ze. "Hier zijn we!"
En toen werd het stil.
De wormpjes stopten even met kronkelen. De bijtjes zoemden zachter. De hommeltjes bromden verbaasd. De mieren bleven midden op hun route staan. De veenmol keek met zijn voorpootjes nog vol zand omhoog. Kipje vergat even te pikken. De vogels draaiden hun kopjes schuin. De eendjes keken vanaf de sloot naar het tuinpoortje.
En Noa, die op haar stoel lag, opende één oog.
Toen ook het andere.
Krieltje draaide een vrolijk rondje op het tuinpad.
"Och, wat zijn jullie allemaal mooi vandaag!" zei ze. "Zijn jullie ook blij dat deze dag een beetje gek is?"
Kipje keek naar Krieltjes jurk.
Toen naar haar eigen veren.
"Ik draag eigenlijk altijd hetzelfde," zei Kipje.
"Maar jij draagt het fantastisch," zei Krieltje.
Kipje ging meteen rechter staan.
Krieltje huppelde verder door de tuin.
"Goedemorgen wormpjes! Goedemorgen bijtjes! Goedemorgen hommeltjes! Goedemorgen mieren! Goedemorgen veenmol!"
Iedereen deed op zijn eigen manier mee.
De bijtjes zoemden. De hommeltjes bromden. De mieren liepen iets feestelijker in de rij. De veenmol zwaaide met een zandpootje.
Kerrie huppelde achter Krieltje aan. Kipje deed twee rare sprongetjes. Francis liep sierlijk tussen de bloempotten door. Camilia sprong achter een vlinder aan zonder hem aan te raken.
Zelfs Noa kwam overeind, rekte zich uit en liep langzaam achter de vrolijke stoet aan.
Niet huppelend.
Noa huppelde niet.
Maar ze liep wel mee.
Dat was voor Noa bijna hetzelfde als meedansen.
Kluitje had Krieltje langs zien fietsen.
Tenminste, hij dacht dat hij iemand had gezien met vlechten, een bloemenjurk, een hartjeszonnebril, een flowerpower-tasje en een fietskar vol dieren.
Hij had nog gedacht: wat grappig, dat lijkt Kerrie wel.
Daarna stond hij stil.
"Wacht eens," zei hij tegen zichzelf. "Dat wás Kerrie."
Dus liep hij naar Krieltjes tuin.
Bij het poortje zag hij Krieltje huppelend over het tuinpad gaan met Kerrie, Kipje, Francis, Camilia, Noa en een hele wolk kleine vliegbeestjes achter zich aan.
Kluitje bleef even staan.
Niet omdat hij het raar vond.
Nou ja. Een beetje wel.
Maar vooral omdat hij moest lachen.
"Hee," zei hij. "Wat leuk. Ik heb jou nog nooit in een jurk gezien."
Krieltje maakte een draai en kwam bijna tegen een gieter aan.
"Staat het?"
"Ja," zei Kluitje. "Het staat heel vrolijk."
"Mooi," zei Krieltje. "Dan moet je meedoen."
"Ik ben niet zo'n danser."
"Vandaag wel."
Krieltje pakte zijn hand en trok hem mee.
Kluitje stribbelde precies drie seconden tegen. Daarna gaf hij het op. Hij stapte links. Toen rechts. Toen deed hij iets wat misschien een danspas was en misschien ook gewoon struikelen met zelfvertrouwen.
Krieltje moest zo hard lachen dat ze bijna niet meer kon dansen.
"Zie je wel!" riep ze. "Je kunt het!"
"Ik weet niet zeker of dit bewijs is," zei Kluitje.
Maar hij lachte wel.
Na een tijdje waren ze moe.
Echt moe.
Krieltje plofte op een stoel onder het parasolletje. Kluitje ging naast haar zitten. Kerrie lag languit in het gras, met zijn gele sjaaltje scheef.
"Nu," zei Krieltje, "is het tijd voor pootje baden."
"Voor ons?" vroeg Kluitje.
"Voor iedereen die dat veilig kan."
Ze liepen samen naar het randje van de sloot. Daar was het gras zacht en stond een stevig houten plankje waar ze hun voeten op konden zetten. Krieltje deed haar schoentjes uit. Kluitje schopte zijn laarzen uit.
Voorzichtig staken ze hun voeten in het koele water.
"O," zei Krieltje. "Dit is heerlijk."
De eendjes kwamen meteen dichterbij dobberen.
Kerrie mocht niet zomaar de sloot in. Daar was het water te diep voor en de kant te glibberig. Voor hem zette Kluitje een lage teil met een klein beetje schoon water neer.
"Voor hondenpootjes," zei hij.
Kerrie stapte erin.
Plons.
Hij bleef staan alsof hij net een belangrijke ontdekking had gedaan.
Kipje kreeg een ondiep schaaltje met water. Ze stapte er voorzichtig met één pootje in en keek tevreden naar haar natte tenen.
Francis tikte één keer met haar pootje tegen de rand van de teil en besloot toen dat droge pootjes eigenlijk heel netjes waren.
Camilia ging precies op een droog plekje in de zon liggen.
Een slak gleed tot aan de rand van het schaaltje, dacht lang na en besloot dat kijken voorlopig ook goed was.
Noa zat alweer op haar stoel.
Uiteraard.
Krieltje en Kluitje zaten met hun voeten in de sloot. De eendjes dobberden ervoor. Kerrie stond in zijn teil. Kipje stond in haar schaaltje. Francis en Camilia deden mee zonder nat te worden.
En de tuin leek heel even één groot, klein waterfeestje.
"Gekke dagen zijn eigenlijk best verstandig," zei Kluitje.
Krieltje keek naar haar bloemenjurk, haar open schoentjes naast haar, haar hartjeszonnebril op haar neus, Kerrie met zijn scheve sjaaltje en alle dieren die op hun eigen manier meededen.
"Zie je wel," zei ze zacht. "Soms hoef je helemaal niet te wachten op een feestdag."
Kluitje knikte.
"Je kunt er gewoon zelf één maken."
Krieltje glimlachte.
En heel even leek de tuin niet op een moestuin.
Maar op een vrolijk, wiebelend, plonsend, dansend zomerfeestje.
