Krieltje's kipje wil echt vliegen
Kipje wil graag vliegen, hoog boven de moestuin. Maar wat ze ook doet het lukt haar niet. Maar gelukkig heeft Krieltje voor nu even een oplossing...

Krieltje's kipje wil echt vliegen
11-07-2026
Kipje stond boven op de
compostbak. Haar borst vooruit, haar vleugels wijd en haar snavel een beetje
omhoog. Onder haar stonden Krieltje, Kerrie de hond en de poezen Noa, Francis
en Camilia naar haar te kijken. (Ach ja… Noa, de tuinpoes, kennen jullie
ondertussen wel. Kerrie de hond ook. Maar de twee andere poezen hadden we nog
niet voorgesteld: Francis is de rood-witte poes en Camilia de zwart-witte poes.)
"Niet doen," zei Noa rustig. "Jawel," zei Kipje. "Vandaag ga ik vliegen." Ze
boog door haar pootjes, wiebelde met haar staartveren en sprong. Drie tellen
lang leek het heel wat. Eén. Twee. Floep. Daar lag Kipje in een hoopje stro
naast de compostbak. "Ik vloog bijna," zei ze snel. "Je viel heel netjes," zei
Camilia de zwart-witte poes voorzichtig. Kipje zuchtte diep. "Jullie snappen
het niet. Ik ben een vogel. Vogels horen te vliegen." Krieltje ging naast haar
zitten. "Niet alle vogels vliegen even goed," zei ze. "Kippen kunnen wel
fladderen, maar niet zoals zwaluwen of meeuwen." "Dat is dus precies het
probleem," zei Kipje. "Ik wil ook eens hoog. Echt hoog. Boven de bomen. Boven
de volkstuin. Dan kan ik eindelijk zien waar iedereen het altijd over heeft." Krieltje
dacht na. Ze keek naar de lucht, naar de appelboom en toen naar Kipje. Ineens
kreeg ze een idee. "Ik ken iemand die aan paragliden doet," zei ze. Kipje
knipperde met haar ogen. "Aan wat?" "Paragliden," zei Krieltje. "Dan hang je
veilig in een soort groot doek aan de lucht. Niet zelf vliegen, maar wel
zweven." Kipje werd helemaal stil. Dat gebeurde bijna nooit. "Zweven?"
fluisterde ze. "Boven de grond?" "Ja," zei Krieltje. "Maar alleen als het
veilig kan. Met iemand die het goed kan. En jij gaat natuurlijk niet zomaar
los. Je krijgt een zacht tuigje dat stevig vastzit." "Een vlieg-tuigje," zei
Kipje plechtig. "Precies," zei Krieltje. "Een vlieg-tuigje." Een paar dagen
later was het zover. Krieltje had alles goed geregeld. De paraglider heette Mat
en hij was rustig, vriendelijk en keek net zo serieus naar veiligheid als
Krieltje naar een scheef plankje. Kipje kreeg een zacht tuigje dat stevig aan
Mat vastzat. "Zit je goed?" vroeg Krieltje. "Ik zit koninklijk," zei Kipje.
Kerrie zat naast Krieltje en keek alsof hij ook best in een tuigje wilde, maar
daar was iedereen het meteen niet mee eens. "Jij blijft met vier poten op de
grond," zei Noa. Kerrie zuchtte en legde zijn kop op zijn poten. Toen het grote
doek zich vulde met wind, werd Kipje heel stil. Het doek bolde op als een reuzenbloem
in de lucht. Mat liep een paar stappen, Kipje wiebelde zachtjes mee, en toen…
kwamen ze los van de grond. "Oooooooh," zei Kipje. Eerst heel zacht. Daarna
harder. "OOOOOOOH!" Krieltje zwaaide met beide armen. Kerrie blafte één
vrolijke blaf. Noa, Francis en Camilia zaten naast elkaar en keken omhoog.
Zelfs Noa moest toegeven dat het er prachtig uitzag. Boven de volkstuin zag
Kipje alles. Het groene huisje van Krieltje. De rode deur. De appelboom. De
sloot die blonk als een lint. De bloemenvelden. De kleine paadjes. De
compostbak waar ze zo vaak vanaf was gesprongen. Die leek ineens helemaal niet
hoog meer. "Ik zie alles!" riep Kipje. "Ik zie de tuin! Ik zie Kerrie! Ik zie
Noa! Ik zie… wacht eens… ik zie iemand in mijn zandbad!" Beneden keek een mus
geschrokken op en deed alsof hij nergens van wist. Toen ze weer veilig op de
grond stonden, bleef Kipje nog even in haar tuigje zitten. Haar veren stonden
alle kanten op en haar ogen glommen. "En?" vroeg Krieltje. Kipje stapte waardig
uit. Ze schudde één poot, toen de andere, en keek naar alle dieren die om haar
heen stonden. "Ik heb gevlogen," zei ze. "Niet gefladderd. Niet gevallen.
Gevlogen." "Gezweefd," zei Noa. Kipje keek haar streng aan. "Gevlogen,"
herhaalde ze. Die avond zat Kipje boven op de compostbak. Niet om te springen,
maar om te vertellen. Ze vertelde over wolken die van dichtbij op zachte
bloemkool leken. Over de sloot die glinsterde. Over de tuin die van boven op
een lappendeken leek. Over Kerrie die zo klein was als een kruimel en toch nog
vrolijk kwispelde. De muizen luisterden met open mond. De slakken kwamen
langzaam dichterbij. Zelfs de veenmol stak zijn kop uit de aarde. "Dus," zei
Kipje trots, "als iemand ooit vraagt of kippen kunnen vliegen, dan zeg je:
sommige kippen hebben gewoon een beetje hulp van de wind nodig." Krieltje
glimlachte. "En een goed vlieg-tuigje," zei ze. Kipje knikte ernstig. "En een
goed vlieg-tuigje."
