Krieltje krijgt hulp van Lot en Brody
Oh nee... na een flinke regenbui is alles uit de grond geschoten. Het looppad is bedolven onder onkruid en het lijkt net alsof er geen looppad meer is... gelukkig komt er onverwachts hulp...

Krieltje krijgt hulp van Lot en Brody
12-07-2026
Krieltje stond bij het tuinhek en keek naar haar paden. Nou ja… paden. Ergens onder het gras, de kleine plantjes en de eigenwijze sprietjes moesten paden liggen. Dat wist ze zeker, want ze had er gisteren nog overheen gelopen. "Volgens mij zijn mijn paden verdwenen," zei ze. Noa zat op een zonnige steen en knipperde traag met haar ogen. "Paden verdwijnen niet," zei ze. "Ze worden gewoon overgenomen." "Door wie?" vroeg Krieltje. "Door alles wat denkt: hé, hier is nog plek." Op dat moment kwamen Lot en Brody bij het hek. Lot had lang blond haar in een staart en liep alsof ze al begonnen was met helpen voordat ze binnen was. Brody liep rustiger. Hij keek meteen naar de bloemen, naar de bijtjes en naar alles wat zoemde. "We komen helpen!" riep Lot. "Mooi," zei Krieltje. "Mijn paden zijn zoek." Lot keek naar het pad bij het huisje. "Gevonden." Brody keek naar het pad langs de bloemen naar de sloot. "Ik neem deze." En daar gingen ze. Lot vloog door de tuin. Niet echt natuurlijk, maar wel bijna. Ze trok gras tussen de stenen vandaan, haalde plantjes weg die midden op het pad wilden wonen en veegde alles netjes op een hoop. Francis en Camilia zaten vlak bij haar te kijken. "Hallo mooie dames," zei Lot. "Komen jullie keuren of ik het goed doe?" Francis miauwde zacht. Camilia streek langs haar been. Lot smolt meteen. "O nee," zei Krieltje lachend. "Nu ben ik je kwijt." "Heel even maar," zei Lot. "Poezen aaien is belangrijk werk." Noa keek vanaf haar steen. "Dat klopt." Daarna zag Lot het stenen zitje bij het huisje. Er stonden een tafeltje, wat stoelen en een parasol. Nou ja… ze stonden er. Gezellig was iets anders. Er lag aarde op de tafel, tussen de stoelen groeiden sprietjes en de parasol keek alsof hij liever weer ingeklapt wilde worden. Lot zette haar handen in haar zij. "Dit kan beter." Voor iemand iets kon vragen, was ze al bezig. Ze veegde de stenen schoon, zette de stoelen recht, klopte de kussens uit en draaide de parasol precies goed. Uit haar tas haalde ze een klein bakje met een plantje erin. "Voor op tafel," zei ze. Krieltje keek naar het zitje. Eerst was het een rommelig hoekje geweest. Nu leek het ineens een terras van een klein kasteel. Ondertussen werkte Brody aan het pad langs de bloemen. Plukje voor plukje kwam het weer tevoorschijn. Soms stopte hij ineens. Dan keek hij niet naar het pad, maar naar een bloem. "Goedemorgen," fluisterde hij tegen een hommel. De hommel kroop diep in een bloem en kwam er met gele pootjes weer uit. Brody pakte zijn telefoon en maakte een foto. "Wat doe je?" vroeg Kerrie, met zijn neus bijna in de bloem. "Ik zoek uit wie dit is," zei Brody. "Ik heb daar een app voor." Hij stuurde de foto in en wachtte even. "Aha. Een akkerhommel. Een algemene soort, maar wel een hele mooie." "Algemeen?" zei Krieltje. "Dat klinkt zo gewoon." Brody schudde zijn hoofd. "Gewoon is niet hetzelfde als saai. Als een dier algemeen is, betekent dat juist dat we hem vaak mogen tegenkomen." De akkerhommel zoemde rond zijn hoofd. Brody knikte ernstig. "Ja, dat vind ik dus ook." Krieltje keek hem aan. "Praat jij met bijen en hommels?" "Natuurlijk," zei Brody. "Je moet alleen niet verwachten dat ze netjes antwoord geven." "Dat zei hij helemaal niet," zei Noa. "Misschien niet in kattentaal," zei Brody. Even later maakten ze samen een klein bijenhoekje. Brody legde holle stengels bij elkaar, zette oude stukjes hout op een droge plek en liet een stukje open zand vrij voor bijen die liever in de grond wonen. "Niet alles hoeft netjes," zei hij. "Sommige dieren houden juist van rommelige plekjes." Lot keek op. "Rommelige plekjes mogen. Maar dit paadje niet. Dit paadje wordt koninklijk." Aan het einde van de middag was de tuin nog steeds wild, maar op een gezellige manier. Het ene pad liep weer naar het huisje. Het andere kronkelde langs de bloemen naar de sloot. Er was een bijenhoekje gekomen. En bij het huisje stond een prachtig stenen zitje met een plantje op tafel, alsof het daar altijd al zo had moeten zijn. "Pauze," zei Krieltje. Dat vond niemand een slecht idee. Even later zaten ze samen onder de parasol. Krieltje schonk drinken in. Lot zat tussen Francis en Camilia in, die deden alsof ze daar toevallig lagen. Brody keek nog één keer naar een hommel op een bloem. "Nog één foto," zei hij. "Echt de laatste." "Dat zei je drie hommels geleden ook," zei Lot. Brody keek niet op. "Deze telt anders." Krieltje lachte. De parasol gaf precies genoeg schaduw. Het plantje op tafel stond vrolijk in zijn bakje. En ergens tussen de bloemen klonk een zacht gezoem, alsof de tuin zelf zei: goed gedaan.
