Krieltje en het vergeten zaadje
Kijk nou wat er op komt op het pad... het is geen onkruid maar iets bijzonders... wat zou het zijn?

Krieltje en het vergeten zaadje
13-07-2026
Krieltje zat op haar hurken tussen twee stenen van het pad. Haar neus bijna op de grond. Kerrie zat naast haar en probeerde ook heel goed te kijken, maar zijn neus was eigenlijk net iets te groot voor tussen twee stenen. "Wat is het?" vroeg Kluitje. Hij was net binnengekomen met twee bekers drinken en een trommeltje koekjes. Toen hij Krieltje zo stil zag zitten, had hij de bekers meteen op het tafeltje gezet en was naast haar komen zitten. "Ik weet het niet," zei Krieltje. "Maar het leeft." Tussen de stenen groeide een piepklein plantje. Twee kleine blaadjes staken dapper omhoog, alsof ze wilden zeggen: hallo, ik ben er ook nog. Noa liep langzaam dichterbij. Ze keek naar het plantje, keek naar Krieltje en ging toen precies op het stukje zon zitten waar niemand haar nodig had. "Dat is groen," zei Noa. "Dank je," zei Krieltje. "Dat hadden we nog niet gezien." Francis kwam snuffelen. Camilia ging netjes naast haar zitten, alsof ze bij een officiële plantvergadering was. "Misschien is het kattengras," zei Francis hoopvol. "Misschien is het een taartplant," piepte een muisje van onder een blad. Kerrie spitste zijn oren. "Bestaan die?" "Nee," zei Noa. "Jammer," zei Kerrie. Kluitje boog iets dichter naar het plantje toe. "Het groeit op een rare plek," zei hij. "Precies tussen twee stenen." Krieltje knikte. "Misschien is het daar gevallen. Of vergeten. Of verstopt." "Of het heeft zelf gekozen," zei Kluitje. Dat vond Krieltje een mooie gedachte. Ze haalde voorzichtig een grassprietje weg dat over het plantje hing. Daarna legde ze twee kleine takjes naast de stenen, zodat niemand er per ongeluk op zou stappen. "Wat doe je?" vroeg Noa. "Ik maak een hek," zei Krieltje. Noa keek naar de twee takjes. "Dat is een erg laag hek." "Voor een klein plantje is het hoog genoeg," zei Kluitje. Die middag kwam iedereen even kijken. De slakken vonden dat het plantje best sappig keek, maar Krieltje zei dat dit plantje eerst mocht groeien. De mieren liepen er in een keurige bocht omheen. De veenmol stak zijn kop uit de aarde en vroeg of er ondergronds ook rekening mee gehouden moest worden. "Graag," zei Krieltje. "Komt in orde," zei de veenmol, en hij verdween weer. Kipje kwam ook kijken. Ze keek lang naar het plantje. Toen keek ze naar Krieltje. "Als het een graanplant wordt, zeg je het toch wel?" "We zullen zien wat het wordt," zei Krieltje. En dat was eigenlijk het hele plan. Niet trekken. Niet verplaatsen. Niet meteen weten. Gewoon kijken. De dagen erna keek Krieltje elke keer als ze in de tuin kwam eerst tussen de stenen. Kluitje deed dat ook. Soms zeiden ze niets. Dan zaten ze gewoon naast elkaar op hun hurken te kijken hoe iets kleins langzaam groter werd. Eerst kwamen er meer blaadjes. Daarna een dun steeltje. Toen kleine knopjes. "Het wordt iets," zei Krieltje. "Dat was het al," zei Kluitje zacht. Krieltje keek hem even aan en glimlachte. Zo'n glimlach alsof ze precies begreep wat hij bedoelde, maar er niets groots van hoefde te maken. Op een ochtend stond er tussen de stenen een klein bloemetje. Het was niet groot. Niet indrukwekkend. Niet iets waar iemand meteen voor zou stoppen als hij haast had. Maar Krieltje had geen haast. Het bloemetje was wit, met een geel hartje. Krieltje ging erbij zitten. "Oh," zei ze zacht. Kluitje kwam naast haar zitten. Kerrie legde zijn kop op zijn poten. Francis en Camilia gingen er netjes bij liggen. Noa deed alsof ze toevallig langsliep, maar bleef toch staan. "Mooi," zei Kluitje. Krieltje knikte. "En het stond hier gewoon. Tussen de stenen. Helemaal alleen." "Niet meer," zei Kluitje. Krieltje pakte haar tuinschrift en schreef bovenaan een nieuwe regel: Soms hoeft iets niet op de juiste plek te groeien om toch precies goed te staan. Daaronder tekende ze twee stenen, een klein bloemetje en een veel te laag hek van takjes. Noa keek naar de tekening. "Het hek klopt," zei ze. "Dank je," zei Krieltje. En tussen de stenen wiegde het bloemetje zachtjes in de wind, alsof het blij was dat iemand het had gezien.
