Krieltje en Kluitje gaan naar de kermis
Vandaag geen tuin maar de Kermis! Er is kermis in het dorp dus Krieltje en Kluitje gaan maar eens kijken. Netjes in nette kleding en op de fiets. Hoe zou dat nou aflopen???
Krieltje en Kluitje gaan naar de kermis
Krieltje stond voor de spiegel en trok haar blouse nog een beetje recht.
Vandaag had ze geen tuinbroek aan. Geen rode laarzen met witte stippen. Geen shirt met moddervlekken op de mouwen.
Vandaag had ze nette kleren aan.
Dat gebeurde niet vaak.
Kerrie had dat natuurlijk meteen door.
Hij zat midden in de keuken en keek haar aan alsof hij wilde zeggen: waar gaan wij heen?
"Wij gaan niet," zei Krieltje zacht. "Ik ga met Kluitje naar de kermis."
Kerrie deed zijn kop scheef.
"Ja, ik weet het," zei Krieltje. "Dat klinkt leuk. Maar jij mag deze keer helaas niet mee, lieverd."
Op dat moment klopte Kluitje op de deur.
Krieltje deed open en moest meteen lachen.
Kluitje stond op de stoep in kleren zonder aarde eraan. Zijn haar zat netter dan anders en zijn groene laarzen had hij thuisgelaten.
"Zo," zei Krieltje. "Wie ben jij en wat heb je met Kluitje gedaan?"
Kluitje keek naar zijn schone broek. "Ik dacht: kermis is geen composthoop."
"Verstandig," zei Krieltje.
Kerrie kwam enthousiast aanlopen. Hij kwispelde hard, keek naar Kluitje, keek naar Krieltje en keek toen naar de deur.
"Arme jongen," zei Krieltje. Ze hurkte bij hem neer en aaide hem over zijn kop. "Jij blijft vandaag thuis. Kermis is druk. Er zijn lampjes, muziek, kinderen, suikerspinnen en attracties die rondjes draaien. Dat is niets voor jouw oren."
Kerrie zuchtte.
"Maar," zei Krieltje, "je krijgt wel een koekje."
Kerrie stond onmiddellijk weer op.
Dat hielp.
Francis en Camilia kwamen ook meteen de keuken in. Want als Kerrie iets kreeg, was er meestal een kans dat poezen ook iets kregen.
"Ja, ja," zei Krieltje. "Jullie ook."
Kerrie kreeg een hondenkoekje. Francis en Camilia kregen allebei een kattensnoepje. Daarna legde Kerrie zich tevreden op zijn kussen, met het koekje tussen zijn voorpoten.
"Goed op het huis passen," zei Krieltje.
Kerrie kwispelde.
Dat betekende volgens Krieltje: als er iemand met worst binnenkomt, doe ik mijn best.
Even later stonden Krieltje en Kluitje buiten bij de fiets.
"Weet je zeker dat we niet met mijn auto gaan?" vroeg Kluitje.
"Ja," zei Krieltje. "De kermis is in het dorp. Dat kunnen we best fietsen."
"Ook met mij achterop?"
"Natuurlijk."
Kluitje stapte achterop.
De fiets zakte een klein beetje door zijn veren.
Krieltje keek om. "Ben jij gegroeid?"
Kluitje grijnsde. "Een beetje."
"Of heb je stenen in je zakken?"
"Alleen geld voor oliebollen."
"Dat telt ook," zei Krieltje.
Ze trapte weg.
De eerste meters gingen prima.
Daarna kwam er een bruggetje.
"Oef," zei Krieltje.
"Wil ik trappen?" vroeg Kluitje.
"Jij zit achterop," hijgde Krieltje.
"Dat weet ik. Maar ik leef mee."
"Dat helpt niet."
"Moreel wel."
Krieltje lachte en trapte door.
Toen ze bij de kermis kwamen, hoorden ze de muziek al. Geen harde, enge herrie, maar vrolijke deuntjes die door elkaar heen dansten. Er hingen lampjes boven het plein. Een kraam met suikerspinnen draaide roze wolken om stokjes. Bij de oliebollenkraam rook het naar warme poedersuiker. Er was een klein reuzenrad, een rupsbaan, botsauto's en een spookhuis dat meer wiebelde dan griezelde.
Krieltje zette de fiets op slot en keek rond.
"Nou," zei Kluitje. "Waar beginnen we?"
Krieltje wees meteen naar het spookhuis.
Kluitje keek naar het scheve bord boven de ingang.
Daar stond een geschilderd spook op dat eruitzag alsof het zelf een beetje bang was.
"Spookhuis?" vroeg hij.
"Spookhuis," zei Krieltje.
"Akkoord," zei Kluitje.
Ze liepen naar de ingang.
Binnen rook het naar stof, hout en een beetje naar oude drop. Het karretje waar ze in moesten zitten had twee rode bankjes en piepte bijna net zo hard als Krieltjes tuinhekje.
"Gezellig," zei Krieltje.
"Als dit karretje het maar niet eng vindt," zei Kluitje.
Ze stapten in.
Het karretje begon langzaam te rijden.
Eerst gebeurde er niets.
Toen klapte er ineens een houten vleermuis naar beneden.
"AAAA!" riep Kluitje.
Krieltje schrok zo hard dat ze bijna tegen hem aan zat.
"Dat was nep," zei ze snel.
"Dat wist ik," zei Kluitje.
"Je riep anders best echt."
"Ik oefende voor jou."
Krieltje proestte.
Daarna kwamen er wiebelende skeletten, een spook met een scheve hoed en een spin zo groot als een soepbord. Aan het einde sprong er een pop uit een kastje.
Krieltje en Kluitje gilden tegelijk.
Toen moesten ze zo hard lachen dat ze bijna vergaten uit het karretje te stappen.
Buiten haalde Krieltje diep adem.
"Dat was verschrikkelijk," zei ze.
"Ja," zei Kluitje.
Ze keken elkaar aan.
"Nog een keer?" vroeg Krieltje.
"Nee," zei Kluitje.
"Botsauto's dan?"
Kluitje glimlachte. "Dat lijkt me veiliger."
Dat was het niet.
Krieltje reed meteen tegen een paal.
Kluitje reed tegen Krieltje.
Daarna botste Krieltje tegen Kluitje omdat ze vond dat hij begonnen was.
Na drie rondjes stapten ze allebei uit met rode wangen en wilde haren.
"We kunnen beter tuinieren," zei Kluitje.
"Veel gevaarlijker," zei Krieltje. "Daar heb je slakken op het pad."
Toen gingen ze in het reuzenrad.
Dat draaide langzaam omhoog. Eerst zagen ze alleen de kermis. Toen het dorpsplein. Daarna de daken. En toen, helemaal bovenin, zagen ze in de verte de volkstuinen liggen.
Krieltje wees. "Daar is onze tuin."
Kluitje keek mee. "En daar ongeveer zit Kerrie nu zielig te doen."
"Kerrie ligt waarschijnlijk met kruimels in zijn snor op zijn kussen."
"Ook zielig."
"Een beetje."
Toen het reuzenrad weer naar beneden ging, kochten ze allebei een oliebol.
Krieltje had poedersuiker op haar neus.
Kluitje zei niets.
Daarna had Kluitje poedersuiker op zijn kin.
Krieltje zei ook niets.
Pas toen ze allebei moesten lachen, wisten ze het.
"Wij zijn niet geschikt voor nette kleren," zei Krieltje.
"Nee," zei Kluitje. "Maar wel voor kermis."
Op de terugweg fietste Kluitje.
Krieltje zat achterop met een klein zakje oliebollen in haar hand.
"Voor thuis?" vroeg Kluitje.
"Voor ons," zei Krieltje.
"En Kerrie?"
"Kerrie krijgt geen oliebol."
"Francis en Camilia?"
"Ook niet."
"Dus echt voor ons?"
"Ja."
Kluitje trapte tevreden door.
Toen ze thuis kwamen, lag Kerrie op zijn kussen. Hij sprong op alsof hij al uren had gewacht. Francis en Camilia kwamen ook meteen kijken.
Kerrie snuffelde aan Krieltjes jas.
"Ja," zei Krieltje. "Ik ruik naar kermis."
Kerrie snuffelde aan Kluitje.
"En ik naar botsauto," zei Kluitje.
Francis keek naar het zakje oliebollen.
"Niet voor poezen," zei Krieltje.
Camilia keek alsof dat heel onredelijk was.
Krieltje gaf Kerrie nog een klein hondenkoekje en de poezen ieder een kattensnoepje. Daarna ging ze op de keukenvloer zitten met haar nette kleren en haar wilde kermishaar.
Kerrie legde zijn kop op haar knie.
"Volgende keer," zei Krieltje zacht, "doen we weer iets waar jij bij mag zijn."
Kerrie kwispelde.
Kluitje pakte de laatste oliebol uit het zakje.
"Volgende keer," zei hij, "gaan we gewoon naar de tuin."
Krieltje glimlachte.
"Met modderlaarzen," zei ze.
"En zonder spookhuis."
"Misschien," zei Krieltje.
Kluitje keek haar aan.
Krieltje nam een hap van haar oliebol.
"Goed," zei ze. "Met een klein spookhuisje voor het tuinhekje dan."

